'Slavernij. En de Groningers?' is de allereerste tentoonstelling van Museum aan de A, de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Foto: Roelof Bos
Slavernij was dichterbij dan veel mensen denken. Onder de titel Slavernij. En de Groningers? laat Museum aan de A, de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum, dat zien binnen de muren van de oudste steenhuizen van Groningen.
Kleine vingers hebben aan de nootmuskaat gezeten. In de eerste tentoonstellingsruimte in Museum aan de A, voorheen het Noordelijk Scheepvaartmuseum, staat in de hoek het getal 14.000. De cijfers zijn gevuld met nootmuskaat. Blijkbaar vroegen enkele nieuwsgierige bezoekers zich af of de specerij écht in de cijfers zat. ,,Daar komt nog plexiglas overheen’’, laat woordvoerder Karlijn Donders weten.
De vingerafdrukken zijn bijna schattig. Tot je de tekst erboven leest.
Daar staat uitgelegd hoe op de Banda-eilanden, die tot de Molukken behoren, de muskaatboom groeit. Hoe de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) de lokale bevolking verdreef om als enige nootmuskaat te kunnen verkopen. Het getal 14.000 staat voor de Bandanezen die moesten vluchten, tot slaaf gemaakt werden of om het leven zijn gekomen.
Ook staat er hoe de specerij gebruikt wordt in Groninger koek.
Gastconservator Annet van der Meer. Foto: Karlijn Donders
Slavernij. En de Groningers?
In het museum is sinds twee weken de expositie Slavernij. En de Groningers? te zien. De eerste tentoonstelling onder de vlag van het Museum aan de A laat zien hoe Groningers op allerlei manieren betrokken waren bij de handel in mensen en slavernij.
Geen gezellig onderwerp. Toch lopen de bezoekers niet met hangende schouders en schuldgevoelens het museum uit. Gastconservator Annet van der Meer is erin geslaagd de moeilijke geschiedenis te laten zien, zonder met het vingertje te wijzen.
,,Ik heb eerst met heel veel mensen gepraat’’, zegt Van der Meer. ,,Deskundigen, historici en organisaties die zich met het onderwerp bezighouden.’’ Maar vooral ook mensen die een persoonlijke connectie hebben met de slavernij. Het doel was een meerstemmige tentoonstelling waarin verschillende mensen aan het woord komen. ,,Volgens mij is dat gelukt.’’
De tentoonstelling 'Slavernij. En de Groningers?' is onderdeel van de manifestatie Bitterzoet Erfgoed, een reeks evenementen over het slavernijverleden en de effecten daarvan op het heden. Foto: Roelof Bos
Van opfriscursus over het verleden tot de situatie nu
De expositie begint met een soort opfriscursus over de Verenigde Oostindische Compagnie, de West-Indische Compagnie, de scheepvaart en de redenen voor de slavenhandel. Daarna spitst het verhaal zich toe op Groningen. Opvallend is de lijst met namen van Groningers die op de schepen meevoeren. Voor bezoekers met Groningers in hun stamboom een moment om de lijst door te speuren, op zoek naar een bekende achternaam. De tentoonstelling eindigt in het heden. Op een zuil staan verhalen van mensen die nog steeds last hebben van racisme én in de hoek staat een televisiescherm waarop inspirerende gekleurde Groningers in de spotlight worden gezet.
,,Het deel over hedendaags racisme is voor mij een logisch verlengstuk van de tentoonstelling. Als je alles hebt gezien, bekijk je dat deel toch door een andere bril’’, legt Van der Meer uit. ,,Door persoonlijke verhalen van Groningers mee te nemen en inspirerende Groningers te tonen, leggen we de link met nu. Mensen ondervinden nog steeds de gevolgen van die tijd. Hopelijk wordt het zo voor de bezoekers minder een ver-van-mijn-bedshow.’’
Binnen de muren van de oudste steenhuizen van Groningen wil Museum aan de A laten zien dat de slavernij dichterbij was dan veel mensen denken. Foto: Roelof Bos
Volgens Donders werkt dat al. ,,We hadden hier vorige week een lezing waarin werd uitgelegd dat het terrein van de in Groningen gevestigde kamer van de West-Indische Compagnie hier pal achter lag. Bij de lezing waren omwonenden van het museum aanwezig. Zij hadden geen idee. Aan dat idee moesten ze echt even wennen.’’
‘Slavernij. En de Groningers?’ is tot en met 8 januari te zien in Museum aan de A, Brugstraat 24 in Groningen. De tentoonstelling is onderdeel van de manifestatie Bitterzoet Erfgoed, een reeks evenementen over het slavernijverleden en de effecten daarvan op het heden.