Medewerkers Ambulancezorg Groningen werken volgens onderzoeksbureau Het Zuiderlicht al jaren in een angstcultuur. Foto: DVHN
Onderzoeksbureau Het Zuiderlicht oordeelt ongekend hard over het management van Ambulancezorg Groningen, dat personeel intimideerde, meldingen niet serieus nam en cliëntelisme verweten wordt.
Bij Ambulancezorg Groningen is op grote schaal sprake van grensoverschrijdend gedrag, al wordt dat door een groot deel van de medewerkers niet zo ervaren, concludeert Het Zuiderlicht. Het onderzoeksbureau is door de organisatie aan het werk gezet na berichtgeving door Dagblad van het Noorden over de ongezonde werkcultuur.
Medewerkers en oud-medewerkers hebben situaties met de onderzoekers gedeeld ‘die zij als grensoverschrijdend hebben ervaren en die van invloed zijn geweest op hun functioneren en welzijn. Situaties ook die tot op de dag van vandaag doorgaan.’ Dat gaat volgens de onderzoekers over intimidatie, discriminatie, stalking, fysieke dreiging, grof taalgebruik, schelden, seksistische of racistische opmerkingen die gemaakt worden.’
Volgens bureau TIJT, dat door Ambulancezorg Groningen is ingehuurd om medewerkers bij te staan, is het aantal medewerkers dat zich meldt voor hulp enorm toegenomen. Van 6 in 2020, naar 21 een jaar later en 30 in 2022. ‘Inmiddels laat een groot deel daarvan zich begeleiden door een psycholoog met trauma als aandachtsgebied. Vooral na het plaatsen van de krantenartikelen is het aantal zorgvragen toegenomen.’ Een deel van de medewerkers die zich recent bij TIJT heeft gemeld heeft last van PTSS.
‘Het zijn’, aldus de onderzoekers, ‘voorbeelden uit de organisatie waar het heeft geschort aan het publiekelijk bespreekbaar maken van gewenst en ongewenst gedrag en hierover afspraken te maken met elkaar. Gevolg: een gedoogsituatie die voor niemand comfortabel is en die door menigeen als zeer onveilig wordt ervaren.’
De onderzoekers stellen dat ook de ondernemingsraad, de raad van toezicht en de afdeling personeel en organisatie hier ‘werk te verzetten hebben’. Zij waren op de hoogte van misstanden maar deden daar te weinig mee. Gea van Dijk, voorzitter van de raad van toezicht, meldt in een eerste reactie ,,geschrokken” te zijn van de conclusies van Het Zuiderlicht. ,,De onderzoekers hebben goed werk gedaan. Er valt voor ons veel te doen. We wisten wel dat er incidenten waren. Maar die structurele onveiligheid hebben we niet gezien. Hoe dat beter kan, moeten we nu gaan bedenken.”
Het onderzoek
Het Zuiderlicht interviewde zo’n 80 medewerkers en oud-medewerkers en stelt op basis daarvan dat er een breed gevoel van onvrede heerst onder minstens een kwart van het personeel. De onderzoekers ‘hebben de indruk’ dat de problemen mede het gevolg zijn van een organisatie die sterk groeit, ‘maar die qua professionalisering en verzakelijking en aandacht voor de eigen mensen achterblijft.’ Uit het rapport rijst het beeld op van een organisatie met twee bloedgroepen. Een groep die het bij het oude wil houden en niet gebaat is bij regels. En een andere groep die kritisch is, vooruit wil en juist wel wil professionaliseren.
De ervaren afstand tussen de posten in de provincie en de hoofdlocatie aan de Gotenburgweg in de stad Groningen is groot. Het staat bekend als het Pentagon en het IJspaleis. De onderzoekers benadrukken wel dat ze medewerkers uit alle lagen hebben gesproken die trots op hun werk en de organisatie zijn. Daarnaast willen ze ‘vrijwel zonder uitzondering, dat er binnen Ambulancezorg Groningen zaken echt gaan veranderen’.
Kwaliteit
De geconstateerde problemen hebben volgens Het Zuiderlicht ook gevolgen voor de zorg die Ambulancezorg Groningen levert. Volgens de onderzoekers ‘dient een inhaalslag gemaakt te worden met zaken als de interne opleiding, de vakbekwaamheid van medewerkers, de kwaliteit en kwaliteitsborging van materialen, instrumenten, en processen en de actualisering van administraties en dossiers.’ De onderzoekers vermoeden een ‘bredere verwaarlozing van bedrijfsactiviteiten.’
Het Zuiderlicht heeft de indruk dat de onderlinge verhoudingen niet alleen het welzijn van medewerkers raken, maar ook dat van patiënten. ‘Want wat doe je als je gemeld hebt dat een collega niet fit genoeg is om zijn of haar werk te doen en daar niet op wordt ingegrepen? Als je ziet dat een collega een medische handeling verricht waartoe deze niet is bevoegd? Als je een medewerker op een situatie afstuurt waarvoor deze nog niet de nodige competenties en/of levenservaring beschikt?’
Ook het onderhoud van materialen op de ambulance wordt benoemd. ‘Als je weet dat er niet systematisch wordt gecontroleerd op instrumenten op de wagen. (…) Het gaat hier niet om de afzonderlijke kwestie op zich, hoewel deze soms ernstig genoeg zijn, maar om een structureel gebrek aan toezicht, handhaving en controle dat ervoor moet zorgen dat deze ongewenste situaties worden voorkomen.’
De onderzoekers benadrukken dat ze meerdere malen hebben gehoord dat ‘iedereen maar wat doet’. En: ‘dat medewerkers zelf en van elkaar niet weten wat ze aan het doen zijn, het werk niet kunnen doen waarvoor ze zijn aangenomen of onvoldoende worden gewaardeerd en ondersteund’.
Angstcultuur
Mensen die zich niet herkennen in de krantenberichten over grensoverschrijdend gedrag vinden dat vooral een individuele aangelegenheid die je kunt voorkomen door een ‘juiste’ instelling of houding, ‘waarin je duidelijk grenzen trekt en je assertief opstelt. Dat is de reden dat deze groep er geen last van lijkt te hebben en zich verrast toont door de krantenberichten.’
Het Zuiderlicht stelt dat het welzijn en welbevinden van medewerkers door nalatig gedrag van het management en van P&O wordt geschaad. ‘Sommige medewerkers geven aan zelf psychische professionele hulp te zoeken en te bekostigen om op de been te kunnen blijven. Dat wordt mede veroorzaakt door het intimiderende gedrag van het management wanneer zij een verschil van mening met een medewerker uitpraten.’
Als voorbeeld noemen de onderzoekers: ‘Medewerkers die liever niet met een collega op de wagen zitten, maar daar niet aan ontkomen, leerlingen die het leerklimaat onveilig vinden maar de opleiding willen halen, en medewerkers die zich het gedrag en de (seksistische) taal moeten laten welgevallen omdat niemand er tegen optreedt.’ Over het beeld dat naar voren komt uit het onderzoek zegt interim-directeur Jack Thiadens dat ,,de schellen van hem van de ogen” zijn gevallen.