Mediator Margreet Bolwijn uit Groningen gelooft in vrede op aarde (ook al ziet ze de meest vreselijke ruzies). 'Conflict is zonde van de energie. Luister gewoon eens naar elkaar'
Ze ziet de mensen vaak op hun lelijkst: woedend, teleurgesteld, cynisch en verdrietig. Toch blijft mediator Margreet Bolwijn onverminderd optimistisch over mensen. ‘Als ze elkaar maar eenmaal gehoord hebben en begrijpen, komt het haast altijd goed.’
Minstens één keer per jaar staat in het kantoor van Margreet Bolwijn een huwelijk op uit de dood.
Twee mensen die bij haar aankloppen in de stellige overtuiging dat het klaar is, dat ze niet meer van elkaar houden en zo rap mogelijk moeten scheiden, gaan na een paar gesprekken toch weer naar huis in gelukkig getrouwde staat. Tot hun eigen verbazing.
,,Er is een stel dat ik járen geleden zag en dat nog altijd bij elkaar is’’, zegt Bolwijn. ,,Die wilden in feite helemaal niet scheiden. Ze dachten alleen allebei dat de ander dat per se wilde.’’
Waarom praten zulke mensen niet gewoon met elkaar, denk je dan als leek. Margreet Bolwijn weet dat met elkaar praten soms verre van gewoon is; dat gesprekken kapot kunnen vallen door torenhoog opgelopen emoties, teleurstelling, trots, misverstanden en oud zeer. Aan haar als mediator de taak om de scherven weer aan elkaar te lijmen.
,,Bij mij was het eigenlijk niet een keuze, het ging een beetje vanzelf. Ik was afdelingshoofd pleegzorg bij een jeugdhulporganisatie. Medewerkers hadden nog wel eens onenigheid met personeel van bureau jeugdzorg, over wat nou het beste was voor een kind. Ik zat daar vaak tussen te bemiddelen, en merkte al doende dat ik dat heel leuk vond. Het paste me als een jas.’’
,,Oh, ik ben heel erg van de vrede op aarde. Ik heb zelf nooit ruzie. Onenigheid wel eens, maar nooit lang, en ik zoek het niet op. Slepende conflicten vind ik zonde van de energie.’’
Menselijke ruzies en relaties kennen een soort getijdenwerking, weet Bolwijn na ruim tien jaar mediatorschap. Elk jaar in januari wordt er gescheiden. Vlak na iedere zomervakantie ook. ,,Niet dat mensen in de zomer allemaal beseffen dat ze van elkaar af willen, hoor, dat is vaak al veel eerder. Maar dan weten ze bijvoorbeeld niet hoe ze het de kinderen moeten vertellen en denken ze: eerst maar even vakantie, daarna stappen zetten.’’
December is steevast familieruzietijd. ,,Vanwege kerst, hè? Men wil toch samen aan het diner.’’
,,Het begint met iets dat mensen verbindt, een familieband, een liefdesrelatie of werk. Dan wijzigen bepaalde omstandigheden. Een ouder wordt ziek of overlijdt, zoiets, of in het geval van arbeidsconflicten gaat het vaak fout als er een nieuwe baas komt. Soms vallen er eerst wat kleine dingen voor die niet uitgesproken worden, die stapelen zich op, en vervolgens maak je in je hoofd iets van de ander: ‘die is arrogant, voelt zich beter dan iedereen, ziet mij niet staan’...
,,Inderdaad. Maar zodra je dat hebt ingevuld, landt alles wat die ander doet verkeerd. Als een conflict bij mij terechtkomt, is dat vaak omdat er normen en waarden geraakt zijn. Ik hoor deelnemers dingen zeggen in de trant van ‘wat zij of hij doet, kán niet’, of ‘zo ga je gewoon niet met elkaar om’. Is soms ook echt zo, hoor. Een baas die werknemers heel lang over hun grenzen laat gaan, een scheiding waarbij één van de partners de ander bedonderd heeft, dat zijn heftige dingen.
,,Iets als vreemdgaan, of liegen – ik heb wel eens een scheiding meegemaakt waarbij de één een gigantische gokschuld had verborgen, en al het spaargeld opgemaakt – dat blijft er altijd tussen zitten, denk ik. Maar dat hangt ook erg van je persoonlijkheid af. Vaak kunnen mensen het in elk geval wel opbrengen om weer normaal tegen elkaar te gaan doen, ook als echt vergeven niet lukt.’’
,,Er zit iets tegenstrijdigs in mediation. Ik los het conflict niet op, dat moeten de deelnemers zelf doen – maar dat kunnen ze niet, want anders waren ze niet bij mij terechtgekomen. Mensen verdwalen soms compleet in wat ze nou eigenlijk willen. Dus wat ik moet doen, is graven. Wat voor persoonlijkheden zitten hier, wat is hun band, wat is er in het verleden allemaal voorgevallen? Daarvoor moet ik eerst zorgen dat er vertrouwen is tussen de deelnemers en mij. De één is vaak bang dat je meer op de hand bent van de ander.’’
,,Dit klinkt misschien raar, maar nee. Hooguit begrijp ik soms een van de twee beter, of wil ik iets te snel. Je moet altijd de langzaamste deelnemer het tempo laten bepalen zonder de snelste kwijt te raken. Soms denk ik al: mooi, we zijn er bijna, nog één gesprek – en dan komt er ineens toch nog iets op tafel.’’
,,Ik heb één keer een deelnemer gehad die alles betwistte wat ik deed of zei. Écht alles. Die was zo ontzettend achterdochtig, daar ben ik maar mee gestopt. Maar zo gaat het maar heel zelden, in de regel gaat iedereen hier heel tevreden vandaan en word ik hartelijk bedankt. Als mensen elkaar maar eenmaal gehoord hebben en begrijpen, komt het haast altijd wel goed. Bij familiekwesties vind ik dat ‘t leukst.’’
,,Precies. Iets heel treurigs is als grootouders hun kleinkinderen niet meer kunnen zien doordat er gedoe is. Dan moet ik altijd denken aan de opa’s en oma’s die ik ken. Vréselijk. Maar ik maak ook wel ouders mee die een zoon en dochter hebben en hen het liefste allebei aan het kerstdiner willen, maar dan is er tussen die broer en zus van alles gebeurd waardoor het niet meer botert. Moeten die ouders van alles uit de kast trekken om gewoon met hun beide kinderen kerst te vieren.’’
,,Er komen vaak voorbeelden bij mij op tafel van heel lang geleden, ja. ‘Waarom moest ik naar díé school’, ‘Waarom werkten jullie zo veel’, ‘Waarom zijn we toen verhuisd’... Ik merk ook dat mensen vaak in een bepaalde koppigheid blijven hangen. Als het al heel lang scheef zit, is het niet makkelijk om opeens te zeggen ‘Oké, nu is het weer goed’. Dan lijd je gezichtsverlies, hè?’’
,,Ik ben de oudste van drie, en het enige meisje.’’ Lachend: ,,Dus je snapt hoe dat ging: ik moest de wijste zijn. Dat zeiden m’n ouders altijd tegen me. Als m’n broertjes ruzie schopten en ik daar last van had: ‘Jij bent de oudste, dus moet je de wijste zijn’, die boodschap is echt blijven hangen bij mij.
Dat soort dingen uit je kindertijd zijn zó bepalend. Ik ken een vrouw die vroeger van haar ouders leerde: ‘De eerste klap is een daalder waard’. Nu gaat ze nog steeds direct in de aanval als ze een conflict voelt aankomen. Je hebt ook mensen die op de één of andere manier meegekregen hebben dat boos worden niet mag, en die later in hun leven gewoon niet boos kúnnen worden. Die moet ik dan eerst helpen bij hun boosheid te komen, zeg maar.’’
,,Boosheid maakt het conflict wat duidelijker. Iemand die alleen maar zit te huilen, is vermijdend bezig. Die ander mag ook wel eens even horen wat zij of hij allemaal aangericht heeft. Soms moet het knallen, ja, hoe stom de uitdrukking ook is: zonder wrijving geen glans.’’
,,Nou... nee, dat geloof ik niet. Ik kán wel boos worden, maar ik ben het niet zo snel, en ik weiger om erin te blijven hangen. Met vrede op aarde bedoel ik ook niet zozeer ‘heb nooit onenigheid’, maar meer...’’ Ze denkt even na. ,,Lúíster nou eens naar elkaar, en wees een beetje mild. Hoe meer je meemaakt, hoe milder je wordt, denk ik. Hoe beter je ook kunt relativeren. Om me heen zie ik nu veel vrienden een vader of moeder kwijtraken en die belanden daarna in een soort fase dat ze niets meer erg vinden, want bij zo’n groot verlies valt alles in het niet. Dát bedoel ik als ik zeg dat conflicten zonde van de energie zijn: het gaat vaak net nergens over. Probeer elkaar een beetje te begrijpen.’’
,,Deels. En omdat er belangrijke waarden worden geraakt: je gezondheid, je vrijheid, de beslissingen die je over je lichaam neemt. Mensen hebben heel veel verschillende redenen om te denken wat ze denken, maar worden vaak als groep over één kam geschoren.’’
,,Het is niet handig. Je kunt veel beter een beetje begrip kweken voor de achtergrond van ideeën. Heel vaak als je hoort waar iemand vandaan komt, denk je: oh, zit dat zó.’’
Droogjes: ,,Ja, dan is het toch te veel geëscaleerd, hè? Als er met dingen gegooid wordt... Maar in zo’n situatie speelt er nog iets heel anders: groepsdynamiek. Die eierengooier wil scoren tegenover de rest van z’n groep, dus gaat hij een grens over: kijk, dit durf ik, dit doe ik. Individueel zou zo iemand dat waarschijnlijk allemaal nooit doen.’’
Meteen: ,,Oh, jawel. Ja hoor. Dan zou je moeten bekijken wie er veel invloed heeft aan beide kanten, de leiders, zeg maar, en hen in gesprek brengen. Het wordt wel ingewikkeld, want die leiders hebben een hele groep achter zich en dan is het lastig om dingen toe te geven of ergens op terug te komen. Ik denk toch dat je het altijd moet proberen, het gesprek weer aangaan. Niet met smoesjes aankomen als ‘daarvoor is het te ver heen’ of ‘dat wil die ander toch niet’...’’