Zodra jacobskruiskruid in hooi of kuilvoer terechtkomt, kunnen koeien, paarden en schapen het opeten. Daar kunnen ze ernstig ziek van worden en zelfs doodgaan. Foto DvhN
Jacobskruiskruid: de vloek van de boer, de verboden liefde voor de ecoloog. Drie manieren om de plant te bestrijden en hem toch een beetje te blijven koesteren.
De gele bloemetjes vrolijken de bermen mooi op, maar ze zijn giftig voor het vee. Dieren eten de bloeiende planten niet, maar als ze in het hooi belanden kan een veelheid van jacobskruiskruid dodelijk zijn voor met name paarden. In de praktijk komt dit zelden voor, maar het is een reële angst van veehouders die jacobskruiskruid op steeds meer plekken zien woekeren.
De andere kant is: ecologen zijn maar wat blij met de planten. Er komen veel bestuivende insecten op af en maar liefst 40 insecten hebben precies deze plant nodig voor hun groei of voortplanting, waaronder 25 vlindersoorten.
Is er een gulden middenweg? Drie opties.
1. Koesteren en wachten
Uitroeien gaat op veel plekken niet lukken, en is ook helemaal niet nodig. Jacobskruiskruid tiert welig op verstoorde grond, plekken waar graafmachines, rupsbanden en wilde zwijnen actief zijn geweest. Daar maken de zaden van kruiskruid dankbaar gebruik van. Na vijf jaar, zo blijkt uit een onderzoek in 2012 door de Wageningen Universiteit, is de populatie op zijn hoogtepunt en verdwijnt de gele plant vanzelf weer. Schimmels en bacteriën rond jacobskruiskruid zorgen hiervoor. Er komt vervolgens voldoende concurrentie van andere planten. Wel kunnen de gele bloempjes later weer terugkomen, bijvoorbeeld als de grond opnieuw wordt bewerkt.
2. Biologisch bestrijden
Toekijken en wachten is niet altijd een optie. Jacobskruiskruid kan enorm gaan woekeren en is op sommige plekken – zoals in je paardenweide – simpelweg ongewenst. Martijn Bezemer, hoogleraar Ecologie van plant-microbe-insect interacties aan de Rijksuniversiteit Leiden, pleit in het tijdschrift Levende Natuur voor biologische bestrijding. Volgens hem is het goed om de plant wat te beteugelen, te meer omdat ze elk jaar opnieuw tussen de 50.000 en 200.000 zaden produceren die jarenlang in de bodem hun ontspruitingskans afwachten.
Rupsen van jakobsvlinders eten de plant, evenals een inheemse aardvlo. In het buitenland zijn volgens Bezemer met deze natuurlijke bestrijders al goede resultaten geboekt. Ook zou je sommige schimmels en bacteriën aan de grond kunnen toevoegen die de groei van jakobskruiskruid afremmen. Sommige dieren als konijntjes lusten de plant ook en voor deze dieren is de plant niet giftig.
En gif? Bij agrarische webwinkels zijn ook adviezen te vinden voor het gebruik van 2.4 D, MCPA of glyfosaat. Los van de ecologische onwenselijkheid van pesticiden, werkt dit vooral als de planten klein zijn en moeten ze alsnog verwijderd worden omdat ook de dode planten giftig blijven. Geen tip dus.
3. Wegmaaien
Veel gemeenten verwijderen jacobskruiskruid in gemeentelijke bermen in de buurt van landbouwgebied al voordat de planten zijn uitgebloeid. Men maait dan de bermen en voert de planten af. In een recent onderzoek zijn een aantal methoden in Noord-Duitsland onderzocht. De grond omwoelen en andere (gras)planten inzaaien bleek niet zo goed te werken. Het enige wat echt het aantal planten reduceerde, zonder de soortenrijkdom van omliggende planten om zeep te helpen, was door het jacobskruiskruid tweemaal te maaien. Eenmaal eind juni terwijl de plant nog bloeit, en dan vier weken later nog eens als de plant voor de tweede keer in bloei staat. Tweemaal maaien heeft overigens wel negatieve impact op het aantal rupsen en andere ongewervelde dieren.
Uitsteken vóór de bloei (mei/juni) werkt goed. Daarbij moet wel de hele plant uit de grond komen, anders kan er uit de wortelresten een nieuw exemplaar groeien. Daarom is deze methode vooral te doen als er nog niet te veel planten staan. Je moet bij het handmatig uittrekken handschoenen aandoen, omdat het gif anders via je poriën je lichaam inkomt.
Ja, de plant is écht giftig door pyrrolizidine alkaloïden en kan dus zorgen voor leverschade bij koeien en paarden. Maar in de praktijk is het onduidelijk hoeveel dieren erdoor overlijden. Het zijn er geen duizenden.
Paardenliefhebber Esther Hegt is verantwoordelijk voor de website jakobskruiskruid.com. Zij legt op haar site uit hoe de angst voor jakobskruiskruid in 2002 werd aangewakkerd door het verhaal dat er dat jaar 6500 paarden in het Verenigd Koninkrijk waren overleden aan kruiskruidvergiftiging. De informatie werd opgeschreven door Nederlandse paardenwebsites, waarna er in 2005 een petitie gestart werd om de overheid te bewegen jakobskruiskruid te bestrijden.
Maar het aantal klopt niet. Slechts 4 procent van de dierenartsen had meegedaan aan de achterliggende enquête van de British Equestrian Veterinary Association. Die artsen gaven 283 keer aanvermoedens te hebben gehad van kruiskruidvergiftiging. Dat getal is vervolgens omgerekend naar alle leden, iets wat bij zo’n kleine steekproef statistisch niet kan. Bovendien kunnen ondervraagden (uit de 4 procent) dezelfde vergiftigingsgevallen hebben doorgegeven.
Uit recenter Brits onderzoek uit 2015 blijkt dat er rond 2014 403 vermoedens van vergiftiging waren. Bij 122 overleden paarden werd jakobskruiskruid als doodsoorzaak bewezen. Dat is relatief niet erg veel: het Verenigd Koninkrijk huisvest zo’n 800.000 paarden.
Hoeveel dode dieren de plant in Nederland oplevert blijft vaag. Daarvoor is leverpunctie nodig of een sectie op het lichaam. Dat is vaak duur en wordt niet bijgehouden. Professor Marianne Sloet, hoogleraar Inwendige Ziekten Paard aan de Universiteit van Utrecht, zegt daarover op dierenarts.nl dat er niet duizenden dieren aan doodgaan. „We hebben er elk jaar wel een paar gevallen bij de Universiteitskliniek voor Paarden, maar exacte aantallen zijn niet bekend. Het kan dus best zijn dat er in het land tientallen of honderden dieren aan doodgaan.”
Evolutiebioloog Casper van der Kooi van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) stelde vorige week in deze krant dat hij ‘bijna nooit hoort dat er daadwerkelijk een dier aan dood is gegaan’.