Ze zijn tweelingbroers, beste vrienden, alles, maar de eerste 17 jaar van hun leven wisten Peter Anema en Erik Hulsegge niet van elkaars bestaan. In de documentaire Peter en Erik staat de eeneiige tweeling uit Groningen centraal. Waarom werden de broertjes bij hun adoptie gescheiden?
Peter en Erik
De 2-delige documentaire Peter en Erik van regisseur Jesse Bleekemolen ging zondag 21 april in première in Forum Groningen. KRO-NCRV zendt beide delen uit op 23 en 24 mei op NPO2, 22.20 uur.
Metje.
Haar naam valt wanneer ze fantaseren over hoe het ook had kunnen gaan. Wat als ze in het najaar van 1967, een half jaar na hun geboorte, niet van elkaar gescheiden waren, maar samen waren geadopteerd en als tweeling waren opgegroeid in hetzelfde gezin?
Hoe anders was hun leven dan geweest.
,,Ik wilde altijd zo graag een broertje’’, zegt Erik Hulsegge. ,,Ik ben iets genuanceerder’’, zegt zijn tweelingbroer Peter Anema. ,,Misschien komt dat omdat ik een zus had.’’
Dan komt Metje ter sprake. Zij werkte in 1967 in het Toevluchtsoord in Groningen – opvanghuis voor baby’s zonder ouders. De broertjes Peter en Erik kwamen er vlak na hun geboorte terecht en verbleven er een half jaar.
Metje las in 2008 in deze krant een verhaal over de tweelingbroers Peter en Erik, mannen van toen 40 jaar die elkaar inmiddels langer wel dan niet kenden. Ze nam contact op met de broers die zij 40 jaren daarvoor had gewiegd en vertroeteld.
,,Metje vertelde ons dat als ze Peter uit ons bedje haalde om hem de fles te geven, ik hard begon te huilen’’, zegt Erik. Andersom was dat niet zo. Hij wil maar zeggen: hij kon er als baby’tje al niet tegen als hij het moest stellen zonder zijn broertje.
De beide mannen schieten in de lach. Het is een serieuze lach.
Metje – haarnaam stamt af van Mette – betekent zoiets als machtige strijder. Zij vertelde de broers nog iets, iets waarvan zij rotsvast was overtuigd. ,,Jullie waren een experiment.’’
Peter en Erik anno 2024. Foto: Marcel Jurian de Jong
Documentaire Peter en Erik
Peter en Erik zijn anno 2024 heren van 56 jaar, maar ogen ergens nog steeds als jongens. Dat zit ‘m in de bos haar, grijs weliswaar, in hun vragen, hun verwondering. Hun schateren.
Ze zijn onderwerp van de 2-delige documentaire Peter en Erik die zondag in première gaat in het Forum in Groningen en die op 23 en 24 mei op de landelijke televisie wordt uitgezonden. Dat vinden ze fantastisch, want wie maakt nou mee de hoofdrol te spelen in een documentaire? Wie heeft het geluk om op z’n 17de te ontdekken dat hij een tweelingbroer heeft?
Tegelijkertijd is de reden van de documentaire minder fantastisch, redeneren ze. Waarom werden zij gescheiden bij hun adoptie?
Vader had al een gezin
Peter Alexander en Erik Jan. Hun namen kregen ze van hun biologische moeder.
Zij was opgeleid tot juf en verliet de stad Groningen om op een school in Den Helder te gaan werken. Daar kreeg zij, zoals dat heet, kennis aan een man op wie ze verliefd werd en hij op haar. Toen zij zwanger van hem raakte, kwam de aap uit de mouw. Hij bleek al getrouwd en vader te zijn, wat hij haar niet had verteld.
Zij ging van lieverlee naar huis, naar Groningen. Ongehuwd zwanger gold in de jaren 60 nog als onbespreekbaar, zeker in het gegoede milieu waarin zij groot was geworden. Haar ouders boden haar hun zolder waar in het geheim het kind in haar groeide. Eén kind, daarvan ging zij uit.
Ze mocht het niet houden, dat hoorde niet, dat was een schande.
Toen ze in het toenmalige Rooms-Katholieke Ziekenhuis in Groningen beviel, in het geheim, gaf ze het leven aan twee baby’s. Jongens. Ze kreeg het nieuwe leven amper te zien. Moeder en kinderen werden onmiddellijk van elkaar gescheiden.
,,Hou ze bij elkaar’’, drukte zij een ieder op het hart, voorsorterend op de adoptie die haar jongens wachtte. Zo had ze nog iets voor ze kunnen betekenen, dacht ze.
,,Ik heb elke dag aan jullie gedacht’’, zou ze jaren later aan de jongens vertellen. En ze huilde.
Westerlee en Middelstum
Erik groeide op als enig kind bij het onderwijzersgezin Hulsegge in Westerlee. Een prachtjeugd had hij, hij kan niet anders zeggen.
Peter groeide op in Middelstum, op de afgelegen boerderij van de familie Anema. Hij had een zus. Ze was net als hij geadopteerd. Ook hij groeide zorgeloos op.
Beide jongens wisten dat ze geadopteerd waren. Hun ouders waren daar altijd open over. Wat ze niet wisten, was dat ze de helft waren van een eeneiige tweeling. Vertel dat maar op het moment dat de jongens er klaar voor zijn, had de Raad voor de Kinderbescherming aan de beide ouderstellen gezegd. Wat dat moment was? De ouders wisten het niet en de jaren verstreken.
Peter herkend als Erik
,,Erik!’’ roept de blonde Monique naar Peter. Hij ziet dat het meisje hem aankijkt. ,,Erik! Erik!’’ Ze blijft hem vol verwachting en herkenning groeten. Hij heeft geen idee wie zij is en kijkt de andere kant op.
Peter Anema herinnert zich dat moment in 1984 op het paardenconcours in Beerta nog precies. En hoe vreemd hij het vond dat dat meisje hem volhardend Erik noemde. Hij was 17 jaar.
Kort daarna fietst Erik Hulsegge naast zijn vriend Jeroen Staal. Jeroen is de helft van een tweeling en stelt ineens in al zijn onschuld een vraag over de tweelingbroer van Erik. ,,Ik heb geen broer’’, reageert Erik. ,,Waar heb je het over?’’
Jeroen vertelt daar thuis over, net zoals een paar dagen daarvoor Monique – de vriendin van Jeroens tweelingbroer Martijn – bij hen aan de keukentafel had verteld dat ze Erik had gezien bij het paardenconcours in Beerta. Erik die niet reageerde.
Aan die keukentafel van de familie Staal – met de bekende zanger Ede Staal als vader van het gezin – komt dan het oude verhaal van de gescheiden tweelingbroers boven water.
Ede Staal en de vader van Erik Hulsegge waren in de jaren 60 collega’s op de ambachtsschool in Winschoten. Ze raakten bevriend. Staal was al vader van een tweeling, vandaar dat vader Hulsegge hem in vertrouwen nam over de adoptie van Erik. Hij vertelde dat Erik de helft was van een eeneiige tweeling.
Nu Monique en de kinderen van de familie Staal weten dat Erik een tweelingbroer heeft, besluit moeder Staal te bellen met vader en moeder Hulsegge. Die roepen Erik even later bij zich om hem te vertellen dat hij een tweelingbroer heeft: Peter. Zij leggen daarna contact met de familie van Peter waar thuis een vergelijkbaar gesprek volgt.
De jongens zijn 17 en horen voor het eerst van elkaars bestaan. Hun levens liggen 40 kilometer uit elkaar.
De eerste ontmoeting van de tweeling
Hun eerste ontmoeting is een hoekige. Al is het alsof ze in de spiegel kijken, al voelt een plotselinge tweelingbroer als een cadeau – ze leiden hun eigen levens waarin de onbekende ander niet 1,2,3 is in te passen. Ze bellen soms, zien elkaar af en toe.
Wanneer ze ietsje ouder worden en – niet onbelangrijk – hun rijbewijzen halen, wordt het vanzelfsprekender elkaar op te zoeken. Steeds hechter wordt hun band.
De tweeling in 1967. Foto: Marcel Jurian de Jong
Peter: ,,We hadden tijd nodig om het te ontdekken.’’ Erik: ,,We merkten niet alleen aan ons uiterlijk dat we tweelingbroers waren, maar ook aan kleine dingetjes. Een oogwenk.’’ Peter: ,,Nu zijn we broers, beste vrienden, alles.’’
Ze bellen soms meer dan eens op een dag, zien elkaar vaak, weten elkaar altijd te vinden. En met niemand anders kunnen ze zo goed schaatsen als met z’n tweeën. Ze hebben dezelfde slag.
Ineens springen hun handen in het oog. Het zijn opvallend kleine handen. Dezelfde handen als die van hun vader, zo zullen ze later weten. Eerst gaan ze op zoek naar hun moeder.
De biologische moeder
Peter en Erik kennen elkaar een paar jaar wanneer ze nieuwsgierig worden. Wat voor vrouw zou hun biologische moeder zijn? Ze vragen het zich af. Via de Raad voor de Kinderbescherming komen ze te weten wie zij is. Ze nemen contact met haar op. Ja, ze wil de jongens zien, zij zijn inmiddels in de 20.
Dat gebeurt drie keer. Het zijn moeilijke ontmoetingen, ze zijn vreemden voor elkaar. Ze zien een vrouw die nauwelijks woorden kan vinden voor de beslissing die anderen voor haar namen. Dwars tegen de natuur en tegen haar moederhart in.
Peter Anema en Erik Hulsegge
Peter Anema werd net als zijn ouders aardappelboer in Middelstum. Inmiddels heeft hij de boerderij verkocht en investeert hij onder meer in vastgoed. Hij is al jaren samen met zijn vriendin. Samen hebben ze een zoon.
Erik Hulsegge werkte lange tijd als journalist bij RTV Noord. Hij maakte nog niet zo lang geleden de overstap als communicatieadviseur bij de gemeente Pekela. Hij woont samen met zijn vriendin in Blauwestad.
Peter en Erik kunnen niet om haar pijn heen. Het voelt, zo trachten ze het te omschrijven, of de ontmoetingen de wond openrijten. Bij de derde keer, in een pizzeria in de stad, kan hun moeder niet anders dan huilen om de loop der dingen. Dat de jongens dat proberen te verzachten door haar te zeggen dat ze haar niets kwalijk nemen, is slechts een schrale troost.
Ze gooien het over een andere boeg. Ze stellen haar voor dat ze altijd contact met hen kan zoeken, wanneer ze maar wil. Dat ze haar tijd moet nemen.
Ze knikt. Pakt haar handtas en haalt er briefje uit te voorschijn. Daarop heeft ze de naam en het laatste adres van hun vader geschreven.
De biologische vader
Jaren verstrijken voor ze hun biologische vader bezoeken. Het eerste wat hij hun voor de voeten werpt, is dit: ,,Als jullie geloven wat jullie moeder zegt, is daar het gat van de deur.’’
Wat hij daarmee bedoelde? Ze hebben geen idee. Wie de man ten diepste is blijft gissen voor hen, want het contact blijft oppervlakkig. Ze weten dat ze hun rooie haar van hem hebben, hun kleine handen, hun oren.
,,Innerlijk lijken we meer op onze moeder’’, zegt Erik. Hun biologische ouders hebben elkaar nooit meer gezien sinds zij hem vertelde dat ze zwanger was.
Waarom gescheiden?
Peter en Erik gaan op zoek naar antwoorden op de vraag waarom zij als baby’s uit elkaar zijn gehaald. Ze horen van Eriks ouders dat zij Peter bij toeval zagen in het Toevluchtsoord toen ze Erik ophaalden. Dat zij de beide roodharige baby’s hadden willen adopteren, maar dat hun wens niet werd ingewilligd.
Ze lezen dat er in hun geboortemaand een gezin was dat hen als tweeling wilde adopteren. Daar kon geen sprake van zijn: in november worden ze gescheiden. Peter gaat naar de familie Anema, Erik naar de familie Hulsegge. Ze vernemen dat de medewerkers van het Toevluchtsoord zich faliekant tegen de scheiding van de tweeling uitsprak. Broertjes en zusjes blijven als vanzelfsprekend bij elkaar na adoptie, tweelingen al helemaal.
Ze horen ook over de macht van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat die bepaalde dat het beter was voor hun ontwikkeling als zij gescheiden van elkaar opgroeiden. In hun zoektocht stuiten de mannen op ondoordringbare paperassen, privacywetgeving, juridisch gevoelig materiaal. Die maken hun zoektocht vruchteloos.
Wetenschappelijk onderzoek
3,5 jaar geleden nam regisseur Jesse Bleekemolen contact met hen op. Hij had ze gezien in talkshow M waarin Margriet van der Linden met hen sprak over de documentaire Three Identical Strangers over een identieke drieling in Amerika. De drie broers groeiden gescheiden van elkaar op en wisten niet van elkaars bestaan, in het belang van een wetenschappelijk onderzoek. Net als Peter en Erik ontmoetten de drie broers elkaar bij toeval.
Bleekemolen wilde een documentaire over Peter en Erik maken om antwoorden te vinden op het waarom van hun scheiding. Hij schakelde onderzoeksjournalist Myrthe Buitenhuis in voor het spitwerk. Zij duikt in de dossiers, de Groninger Archieven, de jaarverslagen.
Stukje bij beetje ontdekt ze dat de Raad voor de Kinderbescherming zich baseert op de uitspraak van een psycholoog van het Medisch Opvoedkundig Bureau Groningen. Die heeft beweerd ‘dat een tweeling samen nooit gezond opgroeit’.
Buitenhuis graaft verder naar de oorsprong van zijn ideeën en vogelt uit dat de psycholoog connecties heeft met Amerikaanse wetenschappers die meerlingen gescheiden laten opgroeien om onderzoek te doen naar nature en nurture – ofwel aanleg en opvoeding.
Heeft Metje gelijk?
Zou Metje gelijk hebben? Haar woorden schieten Peter en Erik nog geregeld door het hoofd. ,,Jullie waren een experiment.’’
Het eindeloze meten, interviewen, wegen en vergelijken dat met zo’n wetenschappelijk experiment gepaard gaat, is achterwege gebleven. ,,Voor het experiment kon beginnen, had mijn moeder Peter al gezien. Het was bekend dat we een tweeling waren en dat we gescheiden waren’’, verklaart Erik. ,,Of het hele experiment is in de doofpot beland omdat het ethisch niet te verantwoorden was’’, zegt Peter.
Ze vallen stil. Los van het experiment is het moeilijk te verteren dat ze gescheiden zijn. ,,We zijn eerst bij onze moeder weggehaald en een half jaar later ben ik bij mijn broertje weggerukt. Daar ben ik boos over. De Kinderbescherming heeft me iets ontstolen’’, zegt Erik.
Wat dat is, laat zich lastig uitleggen. ,,We weten niet wat we hebben gemist. Samen naar school, fietsen, voetballen. Samen opgroeien’’, vullen ze elkaar aan.
,,Je kunt de tijd niet terugdraaien. Het is zo. Het is een gegeven’’, zegt Erik. ,,Het rare is dat je geen antwoorden krijgt. Het blijft een mysterie’’, zegt Peter.
Ze zijn ervan overtuigd dat die ene man van de Kinderbescherming, die niet wilde meewerken aan de documentaire, meer weet dan hij vertelde. Het kan niet anders, zo wensdenken ze, dan dat er mensen zijn die weten hoe het precies is gegaan in november 1967. Dat er iemand is die de documentaire ziet en hen belt om een afspraak te maken. En die dan zegt: zo is het gegaan, jongens.
Tweelingfoto op schoorsteenmantel van Metje
Metje kon vanwege haar hoge leeftijd en geheugenproblemen geen rol van betekenis spelen in de documentaire. Peter en Erik glimlachen. Ze zijn de koning te rijk met Metje, want toen ze haar jaren geleden opzochten, stond er bij haar op de schoorsteenmantel een foto van twee baby’s die hun hoofd onderzoekend oprichtten.
Toch nog babyfoto's van hen samen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het was voor het eerst dat Peter en Erik een foto van zichzelf als baby’s samen zagen. Metje had een klein stapeltje met foto’s van hen.
Hun biologische vader is inmiddels overleden. Hun biologische moeder nam in alle jaren na dat etentje in de pizzeria geen contact meer op. Vlak voor kerstmis 2022 trokken Peter en Erik de stoute schoenen aan. Ze legden via Stichting Fiom contact met haar en ja, ze waren welkom. Nu zien ze haar geregeld.