Merlijn Wartena, landelijk boegbeeld van alle instructeur bij de politie, traint een collega bij het schieten vanachter een dekking. Foto: Jilmer Postma
Boerenzoon Jouke Hospes uit Akkrum werd beschoten door de politie. Hij overleefde. Andries Booi uit Boelenslaan stierf na het afvuren van 25 politiekogels; hij werd dodelijk getroffen in zijn nek. Is het wijs voor agenten om te schieten op een rijdend voertuig? En waarom haalt de de helft van de wapendragende agenten in Noord-Nederland het verplichte jaarlijkse aantal van 32 trainingsuren niet?
5 juli 2022, boerenzoon Jouke Hospes (16) uit Akkrum draaide hard aan zijn stuurwiel; die politieauto die de A32-oprit bij Heerenveen blokkeerde, daar kon hij makkelijk langs. Wég van agenten die trekkers probeerden tegen te houden. Een aantal boeren was erlangs gepiept en Jouke besloot hetzelfde te doen.
Toen hij de politiewagen passeerde, richtte een agent zijn pistool: beide knuisten om de kolf, enkele doffe knallen. ‘Oei, da’s mis’, dacht Jouke, maar ging er – een beetje naïef – vanuit dat er werd geschoten met rubberen kogels.
Buiten het bereik van de agenten inspecteerde hij de schade: een kogelgat in de deurstijl van zijn cabine. Op hoofdhoogte. Verdomme, échte kogels. Het scheelde centimeters, realiseerde hij zich, toen hij zijn wijsvinger prikte in het kogelgat in de deurspijl, dan was hij door zijn hoofd geknald.
Een video van de schietende agent – gemaakt door twee getuigen vanuit een auto – ging viraal. Iedereen zag dat het officiële verweer – dat er was geschoten uit noodweer omdat Jouke zou zijn ingereden op politiemensen – bullshit was. De schietende agent leek te handelen uit frustratie.
5 juli 2022, boerenzoon Jouke Hospes (16) uit Akkrum wordt beschoten door een politieagent, die hem wil tegenhouden als hij langs de politieblokkade rijdt in zijn trekker Fragment uit video van getuigen
In 2022 werd door de politie in 86 gevallen gericht geschoten
Vorig jaar werd 1499 keer door agenten in Nederland het vuurwapen gericht op een verdachte. In 133 gevallen werd een waarschuwingsschot gelost. In 86 gevallen werd er gericht geschoten. In twee zaken werd een kogel per ongeluk afgevuurd, zogeheten ‘ongewilde schoten’: een keer tijdens een trainingssituatie en één keer tijdens het laden van een pistool.
Het aantal incidenten waarbij de politie een vorm van geweld moet gebruiken is vorig jaar ten opzichte van 2021 gestegen met 18 procent naar 20.667 unieke incidenten. Een ‘geweldsaanwending’ kan heel divers zijn, variërend van de inzet van fysiek geweld, handboeien, korte/lang/uitschuifbare/elektrische wapenstok, pepperspray, stroomstootwapen, diensthond, bereden politie, dienstvoertuig, waterkanon (werper), traangas, (ter hand nemen van het) vuurwapen, schild of het plaatsen van een spuugmasker bij een verdachte.
Een mogelijke verklaring voor die stijging, aldus de politie ,,is dat de maatschappij verder polariseert. Burger en overheid zijn steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Het groter aantal protesten dat daarvan een gevolg is, leidt tot meer geweldsaanwendingen. Daarnaast kan een mogelijke oorzaak ook gelegen zijn in het grote aantal incidenten rond mensen met verward gedrag.”
Maar liefst 883 politiemannen en -vrouwen van de eenheid Noord-Nederland raakte vorig jaar betrokken bij één of meer van de 1576 geregistreerde incidenten in dat jaar. Het jaarlijks aantal geregistreerde incidenten stijgt elk jaar met ruwweg tweehonderd zaken bij de eenheid Noord-Nederland: van 916 incidenten in 2019, 1198 in 2020, 1369 in 2021 en 1576 vorig jaar.
Bron: Geweldsaanwendingen door politieambtenaren 2022, rapportage en duiding.
‘Hopelijk een incident’
De toenmalige hoogste politiebaas in het noorden, Gery Veldhuis, kon vanwege die video alleen maar erkennen dat de agent ,,een verkeerde inschatting” had gemaakt: ,,Als hij geraakt was, zouden we een slachtoffer hebben gehad. Dat zou ... ik wil geen grote woorden gebruiken ... tamelijk dramatisch zijn.”
De agent meldde zich ziek; aangeslagen door zijn eigen beslissing om de trekker over te halen. Na onderzoek van de Rijksrecherche besloot justitie hem strafrechtelijk te vervolgen. Verdenking: poging tot doodslag. Binnenkort staat de agent voor de rechter, bij de ‘Blauwe kamer’ van de rechtbank Midden-Nederland, waar sinds 1 juli 2022 alle zaken worden behandeld waarin politieambtenaren worden vervolgd wegens het gebruik van geweld tijdens hun dienst. Uit het Rijksrechercheonderzoek bleek dat nóg twee agenten die avond hun dienstwapen trokken: eentje loste een waarschuwingsschot, de ander richtte zijn pistool op een boer. Die zaken zijn intern afgehandeld.
Onbegrijpelijk, noemt Jouke de beschieting. Waarom schoot die agent op hém, niet op een tractorband? ,,Dan sta je binnen enkele minuten ook stil”, zei hij tegen een cameraploeg. En Joukes vader: ,,Dit is hopelijk een incident en niet een euh.. standaard-iets…”
16 september 2021, nóg een voorbeeld van omstreden vuurwapengebruik door de politie in Noord-Nederland. Daarbij kwam Andries Booi (28) uit het Friese Boelenslaan om het leven. Booi werd in de nacht van 15 op 16 september 2021 tot stoppen gemaand. Hij zou op de vlucht zijn geslagen en bij de achtervolging zou hij zijn ‘ingereden op de agenten’.
Doorzeefd; de auto waarin Andries Booi stierf na een wilde achtervolging door de politie. Foto: Jilmer Postma
Andries’ ouders Luitzen en Ypie geloofden niet wat hen werd verteld tijdens de identificatie van hun zoon, dat Andries op agenten was ingereden. ‘Dit wie net nedich west ’ stond op Andries’ rouwkaart, dit was niet nodig geweest. Andries werd geraakt in zijn nek. Waarom in hemelsnaam ? Zijn auto zat vol kogelgaten. Politiebaas Gery Veldhuis spoedde zich ‘s nachts naar de plek van het fatale incident.
Afgelopen maandag maakte justitie bekend dat de drie agenten die schoten op Andries – 25 schoten in 5 seconden – niet strafrechtelijk worden vervolgd. Ze handelden uit noodweer, is de conclusie van een circa twee jaar durend Rijksrechercheonderzoek. Andries zou achteruit op een zandweggetje zijn ingereden op de agenten.
Ingereden, wéér dat woord. Alleen bij Andries waren geen filmende getuigen, zoals bij Jouke. Justitie erkent dat: ,,Niet kan worden vastgesteld of de dodelijke kogel is afgevuurd op het moment dat de auto achteruitreed, stilstond of vooruitreed.” En tóch is er sprake van noodweer, zegt Justitie.
Justitie: ,,Wat er ook precies is gebeurd, feit is dat dit tragische incident enkel en alleen verliezers kent. Een 28-jarige man heeft zijn leven verloren. Zijn familie en vrienden moeten verder leven zonder hem, met in het achterhoofd de gedachte dat nooit helemaal duidelijk zal worden wanneer de dodelijke kogel hem heeft geraakt. Ook een politieambtenaar moet leven met de gedachte dat hij tijdens zijn werk, door het gebruik van zijn dienstwapen, iemand heeft doodgeschoten.”
,,Dooooo, tot straks.’’ Dat was het laatste wat Luitzen en Ypie Booi uit Boelenslaan uit de mond van hun zoon Andries (28) hoorden. Luttele uren later stierf hij door een politiekogel. Eigen foto
Verwarde jongeman maakt veruit meeste kans slachtoffer te worden van fataal politiegeweld
Wie loopt de grootste kans slachtoffer te worden van fataal politiegeweld?
Volgens onderzoeksbureau Beke – dat onderzoek deed voor de nationale politie en de Rijksrecherche – bestaat de meerderheid van de slachtoffers uit ,,jonge mannen, veelal met een lage sociaaleconomische status, dikwijls met een escalerende historie van betrokkenheid bij strafrechtelijke of openbare-orde incidenten, vaak met een geschiedenis van overmatig gebruik van alcohol en/of drugs en meer dan gemiddeld met een (niet-westerse) migratieachtergrond. Al met al gaat het in meerderheid om kwetsbare personen en vertonen vier op de vijf van hen verward gedrag tijdens het politievoorval.”
De onderzoekers mochten de Rijksrecherche-dossier bestuderen van álle vijftig voorvallen tussen 2016 en 2020 waarbij mensen om het leven kwamen. Dit was feitelijk het eerste onderzoek naar de slachtoffer van fatale politie-incidenten. De hoogste justitiebazen – het College van Procureurs-Generaal – én de minister van Justitie en Veiligheid moesten akkoord geven voordat de onderzoekers mochten grasduinen in de Rijksrecherche-dossiers.
De Rijksrecherche doet standaard onderzoek – in opdracht van justitie – naar voorvallen van politiegeweld met dodelijke afloop of met zeer ernstig lichamelijk letsel. Het Team Spoedeisende Inzet (TSI) van de Rijksrecherche is daarin gespecialiseerd. In 2022 zijn er bij dit team 42 onderzoeken beland, waarbij er 20 dodelijke slachtoffers te betreuren waren. Van die 42 onderzoeken hadden er 15 betrekking op schietincidenten (36 procent), waarbij twee dodelijke slachtoffers zijn gevallen.
Documentatie over dodelijke politie-incidenten is schaars; in Nederland worden cijfers over fatale politie-incidenten niet gepubliceerd door officiële instanties. De activistische organisatieControle Alt Delete (CAD) houdt op basis van mediaberichten bij hoeveel personen zijn overleden onder de verantwoordelijkheid van de politie. Ook CAD becijferde dat in meer dan de helft van het aantal dodelijke incidenten er sprake was van personen met verward gedrag.
Jaarlijks overlijden er gemiddeld ongeveer tien mensen bij fatale politie-incidenten, waarbij het kan gaan om vuurwapengebruik, overlijden in en politiecel of een aanrijding met dodelijke afloop na een achtervolging.
Bron: Fatale politie-incidenten, patronen bij fatale incidenten binnen de context van politieoptreden, 2022, Bureau Beke, in opdracht van de nationale politie en de Rijksrecherche.
PTSS door schietincidenten
Kunnen agenten eigenlijk wel goed schieten? Hoe worden ze getraind? Zijn er vaker van dit soort incidenten? Wie rondvraagt onder agenten stuit op een muur van argwaan. Niemand spreekt er graag over; incidenten zijn te herleiden naar de identiteit van betrokkenen, en daarmee krijgen ze intern gezeik. ,,Als ze weten dat wij met elkaar praten, ben ik mijn baantje kwijt”, zegt een ervaren agent, die zijn wapen meermalen trok. Hij schampert over de vuurwapentraining bij zijn werkgever: ,,Stelt niks voor, joh, half uurtje op de baan, vijftig schoten gemiddeld. Je moet ook nog eens op elkaar wachten.”
Officieel moeten agenten elk jaar 32 uur doorbrengen op de schietbaan, maar veel tijd gaat op aan theorie en de omgang met andere geweldsmiddelen, zoals wapenstok, pepperspray, handboeien en taser. Maar het ‘hulzen maken – het daadwerkelijk verschieten van een berg patronen om te oefenen met het vuurwapen – dat valt in de praktijk tegen, vertelt de agent.
Eén ex-agent – we noemen hem T. – is wél bereid zijn verhaal te delen. Ook T. – die onder dekmantel werkte voor een mensenhandel-opsporingsteam tegen gedwongen prostitutie in de Randstad – is stellig: ,,Er wordt te weinig geoefend op de schietbaan.”
Hij heeft twee keer gericht geschoten, liep daardoor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) op en kan als lid van een schietvereniging objectief oordelen over de schietvaardigheid van zijn ex-collega’s.
T. is nu gelukkig in de fietsverhuur op een recreatiepark in Drenthe. Voor hem geen undercoveracties meer. De zorgvuldige omgang met sportwapens bij een Drentse schietsportclub geeft hem raar genoeg voldoening en rust. „Het technische aspect en de competitie met mezelf. Het valt de trainers misschien op dat ik veel vragen heb tijdens het schieten over de veiligheid. Want dat is wat ik eraan overgehouden heb...”
Trainer Merlijn Wartena op de schietbaan in het politiecomplex in Drachten met het standaard politiegeweer MP5 Foto: Jilmer Postma
‘Binnen een seconde geschoten’
T. schoot op een verdachte die achter het stuur zat van een stilstaande auto. Dit soort uitpraatprocedures, zoals dat heet in politiejargon, worden eindeloos geoefend bij de politie; om een verdachte in stapjes uit een auto te commanderen, zodat-ie veilig in de handboeien kan worden geslagen.
Maar ditmaal liep het anders. T. schoot de verdachte neer. ,,Ik zit niet met het feit dat ik geschoten heb, maar dat ik iemand lelijk heb verwond! Een persoon die in de war was, die een verkrachting had gepleegd in een psychose. En de nasleep was niet tof, want ik werd gezien als verdachte. Ik kreeg de cautie [de mededeling aan een verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen, red.] en werd meerdere malen verhoord zonder advocaat. Dat recht had ik gelaten, omdat ik te naïef was ... ik had immers mijn maten en mezelf verdedigd.”
Het overhalen van de trekker was geconditioneerd, ging volledig op de automatische piloot, aangeleerd tijdens vuurwapentrainingen, vertelt T. ,,Maar het proces daarna wordt je niet geleerd. De politiewereld is hard, ik had een hoop haantjes om me heen. Er was toen geen bedrijfsopvangteam. Er werden grappen over gemaakt bij het koffiezetapparaat, en ik deed gewoon mee.” Nachtenlang beleefde hij de film in stukken, dan zat hij weer rechtop in bed. Hij miste een deel van de film: waarom had hij geschoten, waarom?!
„Een jaar later trof hij een collega die die avond bij de uitpraatprocedure op de snelweg was, zij zag mij schieten. Zij wist te vertellen wat ik kwijt was en waar de rijksrecherche telkens op terug kwam in de verhoren: wat deed de verdachte precies waardoor ik besloot te schieten? Ze vertelde dat hij zijn auto niet uitkwam. Naast hem zat een passagier. Die sprong eruit. Ik zag dat de verdachte achter haar aansprong en een stekende beweging maakte. Hierop heb ik binnen een seconde gereageerd door gericht te schieten.”
Het (oefen)wapenarsenaal en munitiesoorten waarmee getraind wordt door politieagenten van de eenheid Noord-Nederland. Foto: Jilmer Postma
,,Eindelijk viel op zijn plaats wat ik volledig kwijt was. Diep van binnen was ik niet vergeten wat de melding was waarop we reageerden: een verkrachting en uiteindelijk een ontvoering. Er werd als reactie door nog twee collega’s geschoten op de verdachte. Een beeld dat ik nooit meer vergeet! Het nabewegen van het lichaam als de kogels diegene raken. Het bloed wat kloppend eruit sijpelt.”
Aanhoudingsvuur en dynamisch noodweervuur
Een hele rij agenten met veiligheidsbrillen op schuifelt langs de muren met getrokken vuurwapens met de loop naar het plafond een rondtrap naar beneden af. Het is godzijdank maar een oefening; ze zijn onderweg naar de schietbanen en de oefenruimte onder het moderne politiecomplex in Drachten.
De Walther P99Q NL, het dienstwapen van de Nederlandse politie
De Walther P99Q NL is sinds 2012 het officiële dienstwapen van de Nederlandse politie. Het wapen verving de sterk verouderde Walther P5, die sinds begin jaren tachtig in gebruik was. Dat pistooltype was niet goed bestand tegen de moderne, zware munitie.
De Walther P99Q NL was niet de eerste keuze; aanvankelijk viel de politie voor de SIG Sauer P250DCc. Dat contract werd echter verscheurd, omdat een aantal gebreken hardnekkig bleken. Na een korte test met de overgebleven vuurwapens kwam de Walther als beste en goedkoopste naar voren: tienduizenden exemplaren werden ervan besteld. plus oefenexemplaren en pistolen die verfpatronen kunnen verschieten.
- Semi automatisch
- Houderinhoud: 15 patronen (9mmx19mm)
- Gewicht: 685 gr (met patronen: 845 gr)
- Looplengte: 102 mm
- Hoogte: 135 mm
- Lengte: 180 mm
- Breedte: 34 mm
Hier in Drachten en op een schietbaan in Zuidlaren onderwijzen zo’n 30 trainers de circa 3100 wapendragende agenten van de politie Noord-Nederland in het omgaan met hun pepperspray, handboeien, wapenstok, taser en natuurlijk hun dienstpistool: de Walther P99Q NL. Hier gebruiken ze termen als: aanhoudingsvuur en dynamisch noodweervuur.
Onder het politiecomplex zijn twee hypermoderne schietbanen plus een oefenruimte met onder meer een nagebouwde straat en woonruimten. Hier schieten ze niet op geprojecteerde doelen maar worden er rollenspellen gespeeld, en scenario’s geoefend, zoals huiselijk geweld, een kroegruzie, of een staandehouding.
Hier wordt soms ook geschoten op échte ‘tegenstanders’, weliswaar met verfpatronen en plastic balletjes uit air-soft-wapens, maar dat is ook niet zonder gevaar. Daarom lopen ze hier met helmen en lichaams- en gezichtsbescherming. ‘Contextueel oefenen’, noemen ze dit; in de praktijk je wapen trekken is toch even wat anders dan in een ruime sporthal tegenover een wit doek. Deze oefenruimte ligt bezaaid met witte airsoftballetjes.
De schietbanen zijn om door een ringetje te halen; alles is state-of-the-art, menig sportschutter zou er likkebaardend rondlopen. Met een computer kan het doel worden gekozen: de ouderwetse schietschijf van een mannetje met gleufhoed en een getrokken pistool of toch maar de standaard oefenkaart? Elke baan telt vier schietpunten, de maximale groepsgrootte is twaalf politiemensen.
Twee versies van hetzelfde wapen: de Walther P99Q NL. De kleine versie - met een kleiner magazijn voor minder kogels - wordt gebruikt door politieagenten die het wapen verborgen dragen. Foto: Jilmer Postma
Gewapende inbreker
Die ‘doelen’ worden geprojecteerd op wit papier. Als dat papier teveel gatenkaas is geworden, rollen ze het simpelweg een eindje af. Er is zelfs een speciaal bedrijf dat deze papierrollen vervangt; dat hoeven de instructeurs niet meer zelf te doen. Het ophangen van schietkaartjes, zoals bij een burgerschietvereniging, die tijd ligt vér achter hen.
De verschoten kogelkoppen – gemaakt van messing – doorboren het witte papier, gaan door een rubber doek en slaan dan te pletter tegen stalen lamellen. Die rubberen doeken voorkomen dat stukjes kogelkoppen terugspatten. Zelfs de afzuiging is arbo-technisch perfect geregeld; agenten mogen niet te lang worden blootgesteld aan kruitdampen.
In de gang hangt een ‘dispenser’ voor oordopjes, als extra bescherming, naast de oorkappen die voor het grijpen liggen. Met plakmatten worden kruitresten van de schoenzolen verwijderd voor vertrek uit de schietbaan. Soms staat er een auto op de schietbaan, om mee te oefenen.
Dit is de wereld van trainers Duco Westerhof en Merlijn Wartena. Westerhof is coördinator en Wartena is landelijk boegbeeld van alle instructeurs van de politie. Wartena werkte hiervoor op straat in Drenthe. Hij hoefde zijn wapen maar één keer te trekken, toen hij in Beilen rondom de melkfabriek zocht naar een gewapende inbreker die een schot had gelost toen hij werd overlopen.
Hier in Drachten ruilen alle agenten elk jaar hun wapen in voor een vervangend, geïnspecteerd exemplaar, en hier krijgen ze extra patronen als ze kogels hebben verschoten tijdens hun werk.
Bij de verplichte schiettoetsen wordt er door agenten niet geschoten op silhouetten van mensen, maar op vier rechthoeken. Bij teveel missers, zakt een politiemedewerker. Als het bij een herkansing dan nog niet lukt, moet het dienstwapen worden ingeleverd. Foto: Jilmer Postma
Schieten op rechthoeken
Op deze banen moeten agenten twee keer per jaar hun verplichte schiettoets afleggen. Bij teveel missers of een veiligheidsfout, volgt er een tweede poging. Als het dan nog niet lukt, moet het dienstwapen worden ingeleverd. Dan kunnen ze niet meer op straat werken, alleen nog vanachter een bureau. Wel is er nog een herkansingsmogelijkheid. ,,Als blijkt dat het probleem dieper zit – bijvoorbeeld aan de stressregulering – dan gaan we een maatwerktraject starten. 99 procent krijgen we op het gewenste niveau. Ze hebben natuurlijk allemaal een gedegen basisopleiding gehad. Maar door spanning kan het welk eens zo zijn dat je er eentje teveel mist. Maar dat wil niet zeggen dan je dan een slechte schutter bent”, zegt Westerhof.
Bij de verplichte schiettoets wordt geschoten op vier zwarte rechthoeken met witte bolletjes erin. Elk vlakje is halve meter hoog en 27 centimeter breed. De hele context van een menselijk lichaam is uit de toets gehaald.
Geschoten wordt op de vlakken die rood oplichten, achter- of vooruit lopend of vanachter een dekking. Tijdens de oefening moet het magazijn worden gewisseld. Elke agent heeft standaard twee magazijnen, met samen dertig patronen. De maximale afstand is 15 meter. Het maximale aantal missers: vijf, daarboven zijn de trainers onverbiddelijk: gezakt!
Echte munitie (links, met het gele dopje) en oefenmunitie. De echte munitie heeft een holle kop, waardoor de kogel in het lichaam stopt van een verdachte en er niet doorheen gaat. Politiemunitie is altijd herkenbaar aan het gele dopje. Foto: Jilmer Postma
Dwars door de dekking
Is het zinvol om te schieten op bewegende voertuigen? Westerhof: ,,Binnen ons onderwijs laten we mensen niet schieten op wegrijdende voertuigen.” Maar wettelijk is het wel toegestaan, ter afwending van onmiddellijk gevaar. ,,Zoals in het geval van de terroristische aanslagen in Parijs, dat zou een situatie zijn die zich daarvoor leent. Maar we geven alle collega’s mee: er zijn risico’s bij het schieten op een voertuig. Komt dat overeen met het doel dat je wilt bereiken? Als je dat niet kan waarmaken, dan kan je het beter nalaten.”
Hij traint er in elk geval nooit op: teveel variabelen, zoals de snelheid van het voertuig, het gevaar van afketsen, de hoek waaronder een kogel een raam raakt, dat maakt het allemaal onvoorspelbaar. ,,Je moet die risico’s afwegen. En daarbij: de impact van de kogel: stopt die een auto? Een 9mm kogel doet niet zoveel tegen een auto.”
Westerhof en Wartena zijn ongetwijfeld toptrainers. Maar niet elke agent is feilloos, bewijzen kogelgaten in de muren het het plafond. Een zogeheten dekking van waarachter agenten moeten schieten tijden de verplichte toets – een manshoog hardboard schot met daarop een bakstenen behangetje – is doorzeefd met kogels.
In Zuidlaren liep een agent letsel op aan zijn hand toen het wapen afging in de schoonmaakruimte. Dat is meer dan zomaar een bedrijfsongevalletje, want juist in de aparte schoonmaakruimte – bewust verwijderd van de schietbanen – zijn patronen en magazijnen streng verboden.
,,Ja, joh, de spaanders vliegen je soms om de oren”, schampert een bestuurder binnen de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA), die ook is opgeleid tot hoofdtrainer pistool en geweer. De politie huurt geregeld banen bij tien particuliere schietbanen door het hele land – welke willen ze niet zeggen – wegens plaatsgebrek op eigen schietbanen. Deze hoofdtrainer – die anoniem wil blijven – was getuige dat oefenende agenten dwars door houten dekkingen vuurden, op zijn schietbaan. ,,Dan keken ze wel om het hoekje, maar bleef de loop achter het schot.”
Het verplichte schoonmaken van een wapen na een training gebeurt in een aparte ruimte, die is gescheiden van de schietbanen. In deze ruimte zijn de standaard magazijnen en patronen ten strengste verboden. Toch schoot een agent enkele jaren geleden op de schietbaan in Zuidlaren in de schoonmaakruimte door zijn hand; door een ontladingsfout was er een scherpe patroon achtergebleven in het wapen. Foto: Jilmer Postma
Gemiddeld 25,5 uur getraind
Hij is negatief over de gemiddelde schietvaardigheid van agenten. ,,Wat ik niet begrijp is dat je als agent niet meer wilt trainen. Jij hebt als enige in Nederland het vuurwapen als gereedschap voor het uitoefenen van je vak. En dan heb je maar vier trainingsmomenten per jaar. En tijdens die dagen moet je ook leren omgaan met wapenstok, handboeien, pepperspray en taser. Je verschiet amper een handjevol hulzen. Vergelijk dat eens met sportschutters: die staan dertig, veertig keer per jaar op de baan. Die verschieten duizenden patronen. Dán leer je omgaan met je wapen.”
32 uur per jaar zouden agenten zogeheten RTGP-trainingen (Regeling toetsing geweldsbeheersing politie) moeten volgen, waarin ze leren omgaan met álle geweldsmiddelen, de-escalerend optreden, fysiek geweld, de theorie, de wetgeving én dus ook met het dienstwapen. Wat blijkt? Slechts 53 procent van alle medewerkers van de politie Noord-Nederland haalt die ondergrens; gemiddeld volgen ze slechts 26 trainingsuren, blijkt uit de recent gepubliceerde jaarcijfers over 2022 van de politie. ,,Schokkend, maar het voldoet wel aan het beeld dat ik heb”, zegt de KNSA-hoofdtrainer.
Waarom haalt de helft van de wapendragende politiemensen maar de ondergrens van 32 uur training? De woordvoerders van de noordelijke eenheid sturen die vraag door naar de landelijke woordvoering: ,,Het zal niemand zijn ontgaan dat de druk op de politie groot is. Dat komt onder meer door personeelstekort, dat piekte in 2022 en nog meerdere jaren zal aanhouden. Maar ook door het grote beroep dat op de politie wordt gedaan vanwege bijvoorbeeld maatschappelijke onrust en het begeleiden van een groot aantal demonstraties. En door de toename in het bewaken en beveiligen van personen en objecten. We groeien geleidelijk naar de 32 uur trainen toe, zodat de andere politietaken niet het geding komen.”
Gemiddeld werd er vorig jaar maar 25,5 uur getraind door agenten. ,,Maar kijk je naar de basisteams, de agenten op straat en in de noodhulp, dan ligt dat percentage dat 32 uur of meer trainde al een stuk hoger, op meer dan 70 procent”, aldus de politie.
Met de arbeidsinspectie is een ‘groeipad’ afgesproken ,,waarbij we toegroeien naar een percentage van 90 procent van de toetsplichtige politiemedewerkers dat 32 uur of meer traint. In het huidige jaar 2023 ligt de norm al op 70 procent en in 2024 op 90 procent.”
In het politiecomplex is een speciale baan waarop realistischer kan worden geoefend met geweldsmiddelen, zoals het dienst. Hier is een straat nagebouwd en zelfs woonruimten. Hier kan geschoten worden met airsoft-wapens (kleine witte balletjes) en FX-wapens (verfpatronen). Daartegen moeten agenten wel bescherming dragen. Met tasers wordt geschoten op poppen. Foto: Jilmer Postma
Wapen inleveren is zeldzaam
Zijn agenten slechte schutters omdat ze zo weinig trainen?
Nee, zegt de politie, want ,,wapendragende politiemedewerkers zijn voor alle geweldsmiddelen getoetst en gecertificeerd. Agenten worden twee keer per jaar getoetst op schietvaardigheid en doen een aanhoudings- en zelfverdedigingstoets. Daar laat de agent zien dat wapens en vaardigheden op de juiste wijze worden gebruikt. Tot slot doet de agent ook een toets geweldbeheersing, waarin kennis van de wet met behulp van vragen en cases wordt getest. Als een agent de schiettoets niet haalt, dan moet hij het vuurwapen inleveren en gaat hij niet meer als agent de straat op.”
,,Tja”, peinst trainer Westerhof, ,,hoe vaak gebeurt dat, dat iemand zijn wapen moet inleveren? Het gebeurt wel eens. Niet heel vaak. Op zich halen de meeste mensen de toets wel. Maar het gebeurt. Je krijgt diezelfde dag wel meteen een tweede kans.”
Als agenten in de praktijk schieten wordt direct gecontroleerd of-ie was geslaagd voor alle toetsen en dus was gecertificeerd. Maar er wordt niet onderzocht of de agent het minimale aantal trainingsuren had gemaakt.
Is de politie niet bang juridisch aansprakelijk te worden gesteld, als iemand die ondergrens van 32 trainingsuren niet heeft gehaald en een burger ernstig heeft verwond, of erger? De politie zegt daarover: ,,We zijn ons bewust van onze verantwoordelijkheid als werkgever en vinden het belangrijk dat collega’s voldoende gelegenheid krijgen om te trainen. Elke collega met een vuurwapen is bekwaam, getoetst en gecertificeerd. Gebruik van het vuurwapen wordt altijd onderzocht. Elke agent volgt eerst een meerjarige politieopleiding. Ook tijdens het werk wordt elke dag weer geleerd.”
Hans Schoones, vice-voorzitter van politiebond ANPV, heeft wél zorgen over de vuurwapentraining: ,,Het maximaal haalbare wordt weliswaar gedaan, maar we halen het gewoonweg niet.” Volgens hem zijn de teleurstellende cijfers begrijpelijk in het licht van de capaciteitsproblemen door de coronapandemie en de vele betogingen.
Wim Groeneweg, voorzitter van politiebond ACP, denkt dat de trainingen ,,voldoende zijn om met het wapen om te gaan, maar het is van de persoon afhankelijk of ze zich voldoende getraind voelen.”
Schoones: ,,Met de arbeidsinspectie is nu een groeipad afgesproken naar die 32 uur.” Dit jaar moet de helft van de wapendragende agenten minimaal 32 uur zijn getraind, volgend jaar 70 procent zijn en in 2024 90 procent. Hij heeft er een hard hoofd in dat dat gaat lukken: ,,Door de druk op de politieorganisatie zal het een heuse uitdaging worden om ook de doelstellingen van 2023 maar zeker die van 2024 te gaan behalen.”
Door de verschillende kleuren is direct duidelijk welke exemplaren oefenwapens zijn. De volledig zwarte zijn écht wapens. Foto: Jilmer Postma
‘Méér trainen domweg niet haalbaar’
Groeneweg bepleit meer vuurwapentraining: ,,De meeste agenten hoeven in de praktijk nooit hun wapen te trekken. De enige keer dat ze dat doen is tijdens een training: vier keer per jaar. Dat is niet royaal. Want in die trainingen komen ook vele andere aspecten aan bod. Het aantal verschoten patronen stelt niet veel voor. In die vier keer acht uur zit ook de rijtijd, en het gebruik van andere geweldsmiddelen, plus het ophalen van de wetskennis. Nogmaals, dat is dus niet royaal als je dan ziet wat de netto tijd is dat je patronen verschiet. Ja, wij zijn voorstander van het uitbreiden van de trainingsmogelijkheden, al dan niet verplicht. Zeker gezien de spanningen in de samenleving. Schieten is echt een vaardigheid die je moet trainen.”
De politiewoordvoering ontkent dat de reistijd naar een traininglocatie en terug óók mag worden meegeteld in die 32 uren. Volgens een woordvoerder verschiet elke getrainde agent een paar honderd scherpe patronen per jaar: ,,Je schiet uiteraard voor de vaardigheid en niet om een bepaald aantal patronen te schieten. Maar om een beetje beeld te geven: bij een toets worden gemiddeld circa honderd patronen geschoten en bij een training circa tweehonderd. Er zijn twee toetsmomenten en twee trainingsmomenten per jaar, dus dan zit je aan circa zeshonderd patronen.. Het verbruik bij een training kan uiteraard verschillen, onder andere afhankelijk van welke situatie er getraind wordt en of er met markeermunitie (verfpatronen) wordt geschoten.”
De anonieme agent zegt dat dat wel een érg ruime inschatting is. ,,Tijdens de toets schiet je 35 patronen. Soms mag je inschieten en kom je op het dubbele.”
Volgens ANPV-voorzitter Schoones is méér trainen domweg niet haalbaar: ,,Uitbreiding van trainingsuren is altijd beter natuurlijk. Echter: de realiteit is dat dit nu geen haalbare optie is, gelet op de werkdruk en capaciteit. Elk uur extra training moet je vermenigvuldigen met het aantal wapendragenden; die uren kunnen niet meer ter beschikking komen van het reguliere werk.”
Bijkomend probleem is de schaarste aan trainers; inmiddels loopt het aantal vacatures voor trainers loopt sinds dit jaar op. ,,Zoals overal in de arbeidsmarkt is het momenteel lastig om alle vacatures vervuld te krijgen. Daarbij moet je bedenken dat onze instructeurs veelal afkomstig zijn van andere politiefuncties, waarvoor eveneens veel vacatures zijn. Er is nog voldoende trainingscapaciteit om aan de norm van 70 procent te kunnen voldoen, maar we zullen een flinke inspanning moeten leveren om voldoende nieuwe docenten te werven”, aldus de landelijke politiewoordvoerders.
De verplichte schiettoets wordt geschoten op vier zwarte rechthoeken met witte bolletjes erin. Elk vlakje is halve meter hoog en 27 centimeter breed. De hele context van een menselijk lichaam is uit de toets gehaald. Foto: Jilmer Postma
‘Lossen van schot is belastend’
Ex-politieman T. is het met de politiebonden eens: ,,Er wordt te weinig geoefend op de schietbaan.” En daarbij: ,,De baas helpt je niet, of minimaal, na een incident. Het enige dat telt is het technische wettelijk verhaal om zichzelf in te dekken, vaak voor de pers en het behouden van sommige figuren bij de politieteams. Daarna wordt er van je verwacht dat je je uniform weer aantrekt en aan de slag gaat, als je geluk hebt natuurlijk. Het gekke is dat ik altijd nét genoeg punten had om mijn bevoegdheid te behouden.”
Volgens de voorzitters van de politiebonden is de opvang van collega’s die hebben geschoten inmiddels wel goed geregeld met de opvang door het Team Collegiale Ondersteuning, eventuele psychologische hulp, vertrouwenspersonen, maatschappelijk hulp en begrip bij de leiding ,,Het lossen van een schot is belastend. Een eventueel Rijksrechercheonderzoek kan extra belastend zijn, zeker als je geschorst wordt. Ik weet uit eigen ervaring dat schieten een behoorlijke impact heeft: dan zit de adrenaline boven je oren”, zegt ACP-voorzitter Groeneweg. ,,In het verleden werden vuurwapendocenten ingezet bij de eerste opvang van de betreffende collega’s. Dat is geschrapt en wordt toch wel door collega’s als een ‘gemis’ ervaren. Het zou in onze ogen goed zijn als die mogelijkheid weer terug zou komen”, zegt ANPV-voorzitter Schoones.
Met hulp van een psycholoog heeft T. zich de afgelopen jaren ontworsteld aan zijn trauma. ,,Nu ben ik wijzer en wat mensen ook vinden van ‘de politie’, ik weet wel beter. Ik weet dat we allemaal in 10 seconden meemaken wat een ander soms in zijn hele leven niet meemaakt. Of dat nou een dode is, een bloederig ongeluk of zelfmoord van een collega, het doet wat met je. Met je psyche en het leven daarna.”
Na die schoten raakte T. elk vertrouwen in mensen kwijt. ,,Maar nu waardeer ik elke dag en zie bij mensen snel hoe hun ziel werkt. Hoe het klokje tikt.
T.: ,,Wat ze ook zeggen over het ‘slechte schieten van de politie’; die agent reanimeert je ook als je zomaar op straat onderuit gaat, zonder aanzien des persoons. Je kan niet oordelen en hard roepen vanaf de zijlijn als je de situaties niet ziet, niet zelf voelt. Ga er maar eens staan, geen veilige schietbaan, een keus en een gevolg, dát is wat een politieman, -vrouw elke dag voor de kiezen krijgt.”
De standaard politiepatroon, herkenbaar aan het gele dopje bovenaan de kogelpunt. Foto: Jilmer Postma
Schietinstructeur Duco Westerhof: "Schietvaardig zijn is een kwestie van zo veel meer dan alleen ‘hulzen maken'"
,,Doel kunnen treffen is één ding, maar van wapendragenden wordt verwacht dat zij in een splitsecond, afhankelijk van de situatie waarin zij zitten en conform de wet- en regelgeving, de juiste inschatting kunnen maken over of en welk geweld zij toepassen. Schietvaardig zijn draait om zo veel meer dan het aantal patronen dat wordt verschoten.”
,,Het gaat in de trainingen niet om het aantal patronen dat wordt verschoten. Maar om het daadwerkelijk onderhouden en verder ontwikkelen van de schietvaardigheid. Dat doen we op verschillende manieren. In grote lijnen verschiet elke wapendragende collega op jaarbasis zeker enkele honderden patronen, maar hoeveel munitie per training wordt verbruikt verschilt enorm. Dat is afhankelijk van de vaardigheden die op de schietbaan getraind worden, en op welke manier die worden geoefend.”
,,Ook trainen we contextueel – simpel gezegd middels een rollenspel in bijvoorbeeld onze praktijkstraat – waarbij helemaal geen scherpe munitie wordt verschoten. Toch zijn ook dit belangrijke oefeningen voor het onderhouden en ontwikkelen van de schietvaardigheid. Het traint collega’s in het maken van de juiste inschatting, in welke situatie pas je welk geweldsmiddel toe, wat is het moment dat je je vuurwapen ter hand neemt, en wanneer en hoe ga je over tot daadwerkelijk vuurwapengebruik? Ook is het belangrijk dat collega’s leren veilig samen te werken in situaties waarin sprake is van vuurwapengebruik .”
,,Het negatieve beeld dat nu door sommige personen wordt geschetst over de schietvaardigheid van onze wapendragende collega’s herkennen we niet. Dat we er naar moeten streven méér te trainen dan de gemiddelde 26 uur die afgelopen jaar door de Noord-Nederlandse wapendragende collega’s werd gedaan, staat wat ons betreft buiten kijf.”