Professor Doeko Bosscher.Foto: Corné Sparidaens
Corn� Sparidaens
De eerste Bob Houwen-lezing van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen wordt woensdag gehouden. Prof. dr. Doeko Bosscher spreekt over ‘Verzet als avontuur tegen wil en dank’.
Professor (68) kijkt omhoog en vangt de bronzen blik van een moegestreden Sint-Joris. Justitia, libertas, pax staat op het zwaard dat hij stevig vasthoudt. Het ruim 6 meter hoge beeld op het Martinikerkhof in Groningen is het symbool van de strijd tegen de Duitse bezetter. ,,Altijd als ik bij dit beeld sta, voel ik me letterlijk en figuurlijk heel klein.’’
Een van de initiatiefnemers voor de komst van het beeld was verzetsstrijder Bob Houwen, die in 1982 overleed. Hij stond aan het begin van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG), dat in 2016 een kwart eeuw bestond. Morgen vindt in het OVCG de eerste lezing plaats die naar de oprichter is vernoemd.
En het is Bosscher, de zoon van een Engelandvaarder, die morgen de lezing houdt. Bosscher was tot zijn pensioen hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hij schreef onlangs het boek . ,,Dat was mijn oom. Hij was 21 toen hij als leider van de KP (knokploeg die gewapend verzet pleegde, red.) door de Duitsers werd geëxecuteerd.’’
Het verzet stond vlak na de oorlog in hoog aanzien. ,,Soms leek het wel alsof de hele bevolking aan het verzet had deelgenomen. Dat beeld veranderde later. Het is een golfbeweging. In de jaren zestig staat er een nieuwe generatie op die er met heel andere ogen naar kijkt.’’
Nederlandse verzetsstrijders? Die waren er bijna niet. Nederlanders waren in de oorlog veel te meegaand. Het Koninklijk Huis wist niet hoe snel het na het binnenvallen door de Duitsers naar Engeland moest vluchten en de bezetters hadden nagenoeg vrij spel bij het oppakken van de Joden, waarbij plichtsgetrouwe, Nederlandse politieagenten bereidwillig de handen uit de mouwen staken.
En verzet? Goed, dat was er dan wel, maar vooral van de categorie Do ist der Bahnhof. ,,Alleen de communisten deden ‘echt’ verzetswerk.
Het beeld heerste dat Nederlanders massaal Joden verraadden voor het beloningsgeld van 15 gulden. Maar dat was echt een ontzettend kleine minderheid. Natuurlijk wist bijna iedereen dat Joden naar Westerbork werden gestuurd, maar men had er geen idee van dat ze later industrieel werden vermoord.’’
En nu? ,,Het is tegenwoordig mode de opstelling van Nederlanders in de oorlogsjaren ‘grijs’ te noemen. Daar ben ik niet zo’n voorstander van, omdat dit alles relativeert en geen ruimte laat voor de worsteling de problemen de baas te worden.”
,, Het beeld dat iedereen de oorlog maar over zich heen liet komen, stemt niet overeen met de werkelijkheid. Die is dat iedereen elke dag probeerde zichzelf een houding te geven. Er waren mensen die collaboreerden, mensen die verzet pleegden en mensen die wegkeken. Het beeld is nu dat we alles een beetje deden. Maar zo was het dus niet. Het was niet grijs.’’