Bewoners komen in verzet tegen verouderde schimmelwoningen in Middelstum. Anjo de Haan
De regio Delfzijl en omgeving is landelijk koploper bij vocht- en schimmelproblemen in woonhuizen. Bijna 3 op de 10 huishoudens (28,9 procent) heeft er last van.
Dat blijkt uit het Woononderzoek Nederland 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook de rest van de provincie Groningen scoort met 25,5 procent hoog op vocht- en schimmelproblemen. Uitzondering is de regio Oost-Groningen (18,9 procent), dat zelfs onder het landelijk gemiddelde van 20 procent zit.
Woononderzoek van CBS
Woononderzoek Nederland (WoOn) is een driejaarlijks vragenlijstonderzoek van het CBS onder minmaal 60.000 respondenten. Het WoON wordt uitgevoerd sinds 2006. Het volgde het Woningbehoefteonderzoek op, dat sinds 1981 werd uitgevoerd.
Dat geldt volgens het CBS-onderzoek ook voor de regio’s Noord- en Zuidwest-Drenthe (beide 18,4 procent) en Zuidoost-Drenthe (17 procent). Opmerkelijk is dat de vocht- en schimmeloverlast de laatste jaren flink is gestegen. In een vorig Woononderzoek, uitgevoerd 2021, was het landelijk gemiddelde nog 15 procent.
Huurders minder tevreden
Huishoudens met een koopwoning hadden relatief minder last van vocht en schimmel (14 procent) dan huishoudens met een huurwoning (30 procent). De problemen doen zich vooral voor in sterk stedelijke buurten. In het CBS-lijstje met regio’s is Delfzijl en omgeving koploper, maar de vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) scoren nog hoger: 31 procent.
Uit het woononderzoek blijkt verder dat huurders minder tevreden zijn over hun woning dan huiseigenaren. Zij ervaren vaker gebreken aan hun woning en hebben ook vaker problemen bij het aangenaam koel krijgen van hun woning bij warm weer. Maar liefst 46 procent van de huurders kampt daarmee.
De woontevredenheid is volgens het CBS-onderzoek sowieso teruggelopen. In 2024 was 82,5 procent van de Nederlandse huishoudens tevreden met hun woning. In 2021 was dat nog 86 procent. Huishoudens met een koopwoning zijn vaker tevreden dan huishoudens met een huurwoning (93 tegen 68 procent). In die laatste groep is weinig verschil tussen sociale of particuliere verhuur.