Het Openbaar Ministerie eist gevangenisstraffen van twee en 1,5 jaar tegen drie van de vier Roemeense mannen die in Hoogezand vrouwen zouden hebben gedwongen tot prostitutie.
De mannen, 34, 49 en 55 jaar, worden verdacht van mensenhandel en uitbuiting. Zij brachten de vrouwen volgens het Openbaar Ministerie (OM) vanuit Roemenië, Italië en Spanje naar Nederland en stopten ze in een huis in Hoogezand van waaruit ze seks hadden met klanten in Groningen en Drenthe.
Vierde verdachte ontbreekt
Een vierde verdachte (30) ontbrak bij de zitting in de Rechtbank Groningen, waarvoor twee dagen was uitgetrokken. Hij had geen oproep ontvangen. Zijn advocaat bekende dat communicatie lastig was en kon evenmin zeggen of zij gemachtigd bleek hem te vertegenwoordigen en die zaak werd aangehouden.
De eis van twee jaar was woensdag voor de hoofdverdachten van 34 en 49. De 55-jarige verdachte moet als medeplichtige mogelijk 1,5 jaar de cel in.
Ook onbeschermde seks
Het Openbaar Ministerie achtte het drietal schuldig aan de hand van verklaringen van de vrouwen en klanten, whatsapp- en chatverkeer en advertenties op websites. Daarin stond dat ze 24 uur per dag en zeven dagen in de week beschikbaar waren voor allerlei vormen van seks, ook onbeschermd.
De vrouwen zeiden dat ze werden uitgebuit en gedwongen tot prostitutie. Als ze niet meewerkten zouden ze worden mishandeld of familieleden iets worden aangedaan.
Hoofdverdachten zwijgen
De hoofdverdachten deden er het zwijgen toe. De 55-jarige verdachte ging met behulp van een tolk wel in gesprek met de rechters. Hij verklaarde geëmotioneerd slechts chauffeur te zijn geweest. Zijn idee was geld verdienen voor zijn gezin, met vrouw, thuiswonende gehandicapte zoon en kleinkind.
De man was naar Nederland gekomen in de overtuiging personeel te moeten rijden voor een nog op te richten bedrijf dat mensen ging leveren aan bouwbedrijven of slachterijen.
‘Er is geen kapper om 2 uur ‘s nachts open’
Hij had de vrouwen volgens eigen zeggen naar ‘gewone afspraken’ gereden: kapper, dokter of winkel. Waarop de rechtervoorzitter hem voorhield dat de tijdstippen dan wel wat vreemd waren: „Er is geen kapper om 2 uur ’s nachts open.”
Het onderzoek naar de mensenhandel begon met een auto die op 30 augustus 2022 in Delfzijl even na middernacht fout stond geparkeerd. Politieagenten troffen in de wagen een van de verdachten aan en een van de vrouwen, alsmede een tas met condooms en glijmiddel.
Uitvalsbasis voor prostitutie
Ze roken onraad na de verklaringen over de spullen en nader onderzoek leidde naar een huis aan de Meint Veningastraat in Hoogezand, waar twee andere vrouwen waren en alles erop wees dat de woning diende als uitvalsbasis voor prostitutie.
Een van de vrouwen verklaarde dat ze in Roemenië verliefd werd op de 34-jarige verdachte. Er waren plannen voor een auto, een huis en een kindje. Dat moest echter gefinancierd worden met inkomsten uit de prostitutie. Ze wilde eerst niet, maar de man praatte net zo lang op haar in tot ze meewerkte.
Dreigend en agressief
Een andere vrouw, die sinds haar 18e in de prostitutie zat, had al heel lang een relatie met de 49-jarige, ondanks elf jaar leeftijdsverschil. Hij noemde haar ook ‘zijn vrouw’, maar gedroeg zich dreigend en agressief. Ze had zelfs een foto op haar telefoon van een ex van hem met fors letsel. De officier van justitie: „Op die manier had ze een constante herinnering aan waartoe de man in staat was.”
Angst, verdriet en wanhoop
De mannen hadden zelf geen bronnen van inkomsten en leefden aldus het OM van wat de vrouwen binnenbrachten. Geld verdienen was ook het enige doel: „De angst, verdriet en wanhoop van de vrouwen liet de verdachten koud.”
Ze eiste daarom gevangenisstraffen zonder voorbehoud, zij het met aftrek van voorarrest, alsmede betaling van schadevergoeding en smartengeld, dat bij elkaar tot in de tienduizenden euro’s liep.
De advocaat van de 55-jarige verdachte vroeg vrijspraak. De man had de vrouwen weliswaar naar afspraken gebracht, maar uit niets zou blijken dat hij wist dat het om seks onder dwang ging.
Huis was ‘business’, geen ‘plaats delict’
De advocaten van de twee hoofdverdachten zetten in een uitgebreid gezamenlijk pleidooi grote vraagtekens bij de geloofwaardigheid van de vrouwen. Want er was geen dwang, ze werkten vrijwillig in de prostitutie. Het huis was ‘business’ en geen ‘plaats delict’. Ze kropen in de rol van slachtoffers en politie en OM hebben daar niet doorheen kunnen of willen prikken. De conclusie was dat hun cliënten ‘gecriminaliseerd’ worden. Ook zij eisten vrijspraak.
De rechtbank doet uitspraak na de zaak van de vierde verdachte. Wanneer die wordt behandeld is nog niet bekend.