Slachtoffers van stalking leven in constante angst en hebben steeds het gevoel over hun schouder te moeten kijken. In Noord-Nederland gaan honderden vrouwen, meisjes, mannen en jongens emotioneel gebukt onder de aanhoudende terreur van hun belagers.
Ze hoeft zijn naam maar te horen of Lia siddert en beeft. Letterlijk.
Zijn naam: Henk. Haar baas. En haar stagebegeleider.
De man die zichzelf ongevraagd opwerpt als ,,een vaderfiguur”. Haar zijn ,,allessie”, zijn ,,klavertje vier” noemt. Hij lakt Lia’s nagels. Verstijfd laat ze het gebeuren.
Henk geeft haar tijdens de stage een schouderbrace cadeau. Dat is beter voor haar zodat ,,haar borstjes mooi naar voren komen”. Nooit vraagt deze volwassen man, een vijftiger, zichzelf af: is dit wel gedrag dat bij een werkgever en stagebegeleider hoort? Lia, toch wat onzeker, geeft geen tegengas. Durft dat niet zo goed.
Tot het niet meer gaat.
Slachtoffers kennen vaak hun stalker
Stalkers belagen hun slachtoffers bewust en stelselmatig, waardoor die zich niet meer veilig voelen. En het komt gigantisch vaak voor, blijkt uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vorig jaar werd 2 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder slachtoffer van stalken. Het gaat dan om 137.000 vrouwelijke en 90.000 mannelijke slachtoffers.
Twee van de drie gestalkte vrouwen kennen hun stalker. In een op de vijf gevallen gaat het om de (ex-)partner. Hoeveel mannen en vrouwen in Drenthe, Friesland en Groningen slachtoffer zijn, is onduidelijk. Politie en justitie zeggen die cijfers over de laatste jaren niet te kunnen geven.
Maar ook zonder die cijfers is het veilig om te stellen dat stalking ook in het Noorden een groot probleem is.
Impact stalking is enorm
Het afgelopen jaar volgde deze krant meerdere stalkingsrechtszaken uit Drenthe en Groningen. We spraken met slachtoffers en met professionals die zich bezighouden met deze problematiek.
De rode draad? De impact op de slachtoffers is enorm. In vrijwel alle gevallen sidderen zij van angst als ze oog in oog komen te staan met hun belagers. Doodsbenauwd dat de eindeloze stroom berichten, de talloze telefoontjes, de intimidatie, de kwaadsprekerij richting bekenden en het plots voor de neus opduiken weer wordt hervat.
De intercom gaat. De baas van Lia staat plotseling voor de deur van haar oma die in de stad Groningen woont.
Verrast en enigszins geschrokken laat ze Henk binnen. Hij heeft vier grote hardboard platen bij zich. Vol met foto’s die hij heeft gemaakt van Lia. ,,Ik beschouw haar als mijn eigen dochter”, zegt Henk. Waarom komt de baas van Lia bij haar op bezoek, vraagt ze zich af. Overvallen door het bezoek neemt ze de foto’s in ontvangst.
Henk heeft er nog veel meer, zal later blijken. Steeds nadrukkelijker dringt hij ongevraagd het privéleven van Lia binnen.
Extra aandacht door Netflix-serie
Stalking lijkt steeds meer aandacht te krijgen. Niet in de laatste plaats door Baby Reindeer, een Britse televisieserie van Netflix. De serie maakt met het waargebeurde verhaal inzichtelijk hoe ziekelijk een stalker te werk kan gaan. En hoe het slachtoffer – in dit geval de Britse komiek Richard Gadd – steeds dieper in het web van de stalker (een vrouw in dit geval) verstrikt raakt. Zo krijgt Gadd in vijf jaar tijd 41071 e-mails, 350 uur aan voicemails, 744 tweets, 46 Facebookberichten en 106 pagina’s brieven en enkele cadeaus van Martha, zijn stalker.
Eenheidscoördinator Zorg en Veiligheid van de politie Noord-Nederland Yvonne Bekhuis kent de Netflix-serie, met de soms herkenbare situaties. Zoals het mannelijke slachtoffer dat meermaals werd afgepoeierd door een politieagent. ,,Een beschamend moment in de serie eigenlijk hè.”
Ook in Nederland worden stalkingszaken niet altijd goed op waarde geschat, erkent Bekhuis. Met als een van de dieptepunten, de dood van 16-jarige Hümeyra Ergincanli uit Rotterdam. ,,We moeten als politiemensen leren kijken met een andere bril. Een andere dan die van zeg maar twintig jaar geleden. De vrouw aan de balie serieus nemen. Haar verhaal serieus oppakken.”
Lia weet niet wat ze moet zeggen.
De avond ervoor heeft Henk haar al meerdere appjes gestuurd. Dat hij sinterklaascadeautjes voor haar heeft. Die kan ze thuis bij hem komen ophalen. Dat doet ze niet.
Steeds vaker krijgt ze een wat ongemakkelijk gevoel bij de man die een garage bestiert in Noord-Drenthe. Maar ze wil en durft er niet goed wat van te zeggen. Het blijft toch haar baas. Van wie Lia voor het afronden van haar studie ook nog deels afhankelijk is.
Henk heeft twee pakjes in zijn handen. Voor Lia. Terloops informeert hij hoe de seks is met haar vriendje. Lia zegt niks. Het gaat hem niks aan. Langzaam verwijdert hij het cadeaupapier. Er zitten twee vibrators in de verpakkingen. Henk pakt een van de seksspeeltjes uit de doos en zet ‘m aan. Haar stagebegeleider en tevens haar baas legt uit hoe ze werken: ,,Kijk, deze kun je erin doen en deze erop leggen.” Geschrokken rent Lia weg uit de werkplaats. Ze wil hier nooit meer werken, roept ze nog. Dan maar geen goed eindcijfer voor haar stage. Als het nu maar klaar is. Met die eindeloze aandacht. De ongevraagde schoudermassages. De honderden foto’s die hij maakt van haar. Het plotseling verschijnen buiten werktijd om op haar privé-afspraken.
Huilend belt ze haar moeder, oma en schoolmentor.
Kritisch rapport na dood jonge vrouw
Teamchef Yvonne Bekhuis bij de politie hoopt vurig dat er bijvoorbeeld een Frontdesk Zorg en Veiligheid komt. ,,Waar iedere betrokken collega, dus intern agenten en externe partners zoals mensen van Veilig Thuis, terecht kunnen met vragen over stalking.” En het klinkt zweverig, maar het heeft zijn waarde al bewezen rond zeden en kindermishandeling, stelt ze. ,,En natuurlijk, krijg niet het idee dat de politie dan garandeert dat het altijd honderd procent zal gaan rond stalkingszaken. Maar de andere frontdesks hebben wel bewezen dat het kan werken.”
In 2019 schreef de Inspectie Justitie en Veiligheid samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een kritisch rapport over de aanpak van de stalking na de gewelddadige dood van Ergincanli. De jonge vrouw deed meerdere malen aangifte van stalking en bedreiging. Steeds gaf ze aan zich onveilig te voelen, bang te zijn dat haar - toen 31-jarige - ex-vriend Bekir E. haar wat aan zou gaan doen.
De signalen werden nooit goed opgepikt door instanties, concludeerden de inspecties.
Op 18 december 2018 werd Hümeyra Ergincanli in de fietsenstalling van haar school in Rotterdam doodgeschoten voor de ogen van haar klasgenootjes door haar stalker E..
De grond lijkt onder haar voeten weg te zakken.
Een speciaal gemaakte website waarin de meest kwetsende dingen over haar worden geschreven. Op Facebook staan berichten die verwijzen naar de site. ‘Mijn mening over ex-werkneemster Lia’, staat er bij. De woede spat van de tekst af. Henk is boos.
Als ze een tijdje later ook nog een briefje van Henk onder de ruitenwissers met een cadeautje van hem vindt terwijl ze naar school is geweest, durft ze bijna niet meer de deur uit. Ze is al maanden weg bij de garage, maar hij wil haar maar niet loslaten, lijkt het. ,,Op een gegeven moment dacht ik alleen nog maar aan wat er zou kunnen gebeuren. Ik bleef maar piekeren en was angstig. Steeds maar bang dat hij plotseling voor mijn neus staat.”
De politie gaat uiteindelijk bij Henk langs voor een stopgesprek. Zijn gedrag, dat nu al maanden duurt, moet stoppen, krijgt hij van de wijkagent te horen. De website moet uit de lucht.
Slachtoffers stalking worden niet genoeg gehoord
Op het moment van de moord kon de 16-jarige Ergincanli al maanden niet veilig over straat. Veel medewerkers van politie, Openbaar Ministerie, Veilig Thuis en het Veiligheidshuis waren wel bezig met haar zaak, maar niemand had het overzicht, laat staan de regie. Een vast aanspreekpunt was er niet, waardoor de 16-jarige vrouw haar verhaal steeds weer opnieuw moest doen. Maar liefst vijftig politiemedewerkers hadden een rol in deze stalkingszaak tot het moment dat zij werd vermoord.
Begin dit jaar volgde opnieuw een inspectierapport. Conclusie: er is vooruitgang. Maar slachtoffers voelen zich nog steeds niet genoeg gehoord. De communicatie moet beter en er moet een vast aanspreekpunt komen. Politie, Openbaar Ministerie. en Veilig Thuis werken nog teveel langs elkaar heen. ,,Het is inderdaad geen halleluja-verhaal”, zegt teamchef Yvonne Bekhuis. Ook zij vindt dat de politie echt nog stappen moet zetten. ,,Daar zijn we nog mee bezig.”
Tegelijkertijd verzet politieman Cor de Lange zich tegen het beeld dat het alleen maar pet is. Hij werkt als sectorhoofd bij de politie Noord-Nederland en houdt zich als portefeuillehouder Zorg & Veiligheid onder meer bezig met stalkingszaken. ,,Twintig jaar geleden vochten we ons als agenten in de meest extreme gevallen bijna dood om een verdachte stalker op te pakken en mee te nemen naar het politiebureau. En als we dan bij het bureau waren, stond de vrouw meestal al voor de deur met de boodschap dat ‘ze haar lief terug wilde hebben’. Nu weten we meer dan toen: zo’n vrouw was eigenlijk doodsbang voor die kerel. Daar hadden we toen geen weet van als politie. Als ik dan kijk waar we vandaan komen en waar we nu staan... Er gaat ook heel veel goed.”
Aanpak is ‘een drama’
Recherchepsycholoog en oud-politieman Klaas Schakel is daar minder enthousiast over. Schakel schreef dit jaar het boek Stop stalkers snel!!! en noemt de aanpak van stalkers door justitie en de hulpverleners ,,een drama”. Op papier klopt het allemaal, zegt Schakel. Maar in de praktijk kunnen belagers maanden, en zelfs jaren, hun goddelijke gang gaan voordat justitie ingrijpt. ,,Professioneel amateurisme”, klinkt het hard.
Klaas Schakel werkte zelf 34 jaar bij de politie, waarvan het grootste deel als rechercheur. Hij studeerde in 2019 af als recherchepsycholoog en behandelde tientallen belagingszaken. Mooie zaken, vindt hij. Niet vanwege het delict of de dader. Wel omdat de slachtoffers echt geholpen worden door het ingrijpen in de belaging. ,,Dan zie je goed hoeveel impact stalking heeft op een leven.”
Volgens de oud-rechercheur ontbreekt het domweg aan goede kennis bij politie, hulpverleners en medewerkers van het Openbaar Ministerie om stalkingszaken tot een goed einde te brengen. Die onderschatten volgens hem veel te vaak in hoeverre stalkers – vaak mannen – complexe psychische problematiek met zich meedragen.
Gebrek aan kennis
,,Slachtoffers moeten aan een baliemedewerker gaan uitleggen wat hem of haar is overkomen. Met alle respect voor de baliemedewerker of de politieagent van de straat, maar leken moeten dat niet beoordelen. Het beoordelen van de risico’s en het voeren van regie moet je overlaten aan deskundigen. Aan recherchepsychologen.”
Voor oud-rechercheur Schakel is het dan ook simpel: ,,Een gebrek aan kennis leidt tot een gebrek aan prioriteit, regie en samenwerking.”
Ping.
Het is 15.03 uur als Lia een sms krijgt. Hij is van Henk. Geschrokken leest ze over hoe fijn hij het vindt dat ze een nieuwe APK heeft gekregen voor haar auto. De auto die ze net heeft opgehaald.
Geschrokken kijkt ze om zich heen. Volgt hij haar?
Een paar uur later klinkt het ping-geluid opnieuw. Het is weer een appje van Henk: ‘Makkelijk zo’n tracker. Niet gevonden?’
Lia schrikt weer. Ze voelt zich nergens meer veilig. Overal ziet ze Henk. Voelt dat hij haar constant in de gaten houdt. Ze durft eigenlijk niet meer alleen op pad. Naar paardenwedstrijden - iets wat ze het allerliefste doet - gaat ze al niet meer. Zelfs een boodschap in de plaatselijke supermarkt durft ze niet meer alleen te doen. ,,Ik ben continu alert”, zegt ze daarover. ,,Ik wist gewoon niet waar hij allemaal toe in staat zou zijn.”
Hardleerse stalkers hebben vaak persoonlijkheidsstoornis
Volgens Schakel hebben hardleerse stalkers vaak een persoonlijkheidsstoornis. Ze zijn extreem manipulatief. Draaien alles om, zodat het net lijkt alsof zij gelijk hebben. ,,En een deel van de stalkers is ronduit psychopaat.”
Bij de politie en het Openbaar Ministerie Noord-Nederland kennen ze het boek van Schakel maar al te goed, zegt Cor de Lange. Schakel legt de vinger op enkele zere plekken. Maar gaat ook vaak te kort door de bocht, vinden ze bij de politie Noord-Nederland. Bijvoorbeeld rond de oproep om juist de regierol bij recherchepsychologen te leggen. In Noord-Nederland zijn er ook maar drie recherchepsychologen, zegt teamchef Yvonne Bekhuis. En die moeten de aandacht ook over andere belangrijke zaken verdelen. De Lange: ,,Het boek zorgt er in ieder geval voor dat wij het erover hebben. Er over nadenken.”
Eigenlijk valt en staat juist alles met coördinatie en regie rond dergelijke zaken, zegt Baukje Dotinga van het OM. Zij is coördinerend beleidsadviseur bij het OM en zit onder meer om tafel met de managers van bijvoorbeeld Veilig Thuis, de reclassering, Slachtofferhulp en de politie.”
Volgens Dotinga zijn er na de gewelddadige dood van Hümeyra Ergincanli al veel goede stappen gezet. Zoals het aanwijzen van zogeheten casusmanagers die lijntjes hebben naar allerlei partners. ,,Daar moet je juist de regierol neerleggen. We vinden elkaar ook echt steeds beter.”
Onredelijke verwachtingen
De Lange en Bekhuis onderstrepen dat volledig. ,,Als politie kunnen wij het gewoon niet alleen”, zegt De Lange. ,,Dus we moeten het samen doen.”
De samenwerking wordt altijd genoemd door het OM en de politie, zegt Schakel. ,,Men doet het voorkomen alsof dit de haarlemmerolie is voor alle problemen. Maar het verdoezelt niet het gebrek aan kennis”, zegt hij. Daarbij hebben veel dienders geen zin in stalkingszaken omdat het vaak om ex-geliefden gaat. ,,Die moeten hun eigen problemen maar oplossen, vinden veel politiemensen.”
Schakel herhaalt het nog maar eens: ,,Als de stalker een persoonlijkheidsstoornis heeft, is het onredelijk om te verwachten dat het slachtoffer dit alleen oplost, dat lukt haar niet.”
Begin dit jaar moet stalker Henk voor de politierechter in Assen komen, maar vlak voor tijd meldt hij zich af. Lia barst in huilen uit. Ze wilde zo graag een streep onder de zaak zetten. Eenmaal thuis herpakt ze zich en gaat ‘s avonds wat gezelligs doen met vrienden in de stad Groningen. De auto parkeert ze bij het huis van haar oma waar ze die nacht logeert.
Natuurlijk heeft ze haar vrienden verteld over de afgeblazen rechtszaak. Hoe dit alles haar toch al bijna twee jaar in de greep houdt. Maar dat ze langzaam weer het idee heeft weer grip op haar leven te krijgen. Als ze de volgende ochtend na een paar uurtjes slaap het huis van haar oma verlaat ziet ze direct: twee banden van haar auto zijn lekgeprikt. Wie het gedaan heeft? Ze heeft geen idee. Er is nooit iemand voor gepakt.
Het maakt eigenlijk ook niet uit.
De angst is gelijk weer in volle hevigheid terug. Lia kijkt weer over haar schouders.
‘Wacht niet af’
Klaas Schakel is heel duidelijk naar slachtoffers van stalking. ,,Wacht niet af. Stap zelf naar de politie. Niet via het internet, maar gewoon naar het bureau. Slachtoffers moeten huiswerk doen. Verzamel bewijs. Maak een overzicht van alle momenten dat de stalker heeft gezocht, een tijdlijn. Je moet je als slachtoffer niet passief opstellen naar de politie, want dan komt het niet goed. Regie pakken, dan kom je verder.”
,,Ik wil mij weer veilig op straat voelen en niet meer het gevoel hebben dat ik steeds maar over mijn schouders moet kijken. Ik wil mijn leven terug”, zegt Lia. Ze hoopt oprecht dat Henk haar in het vervolg met rust zal laten.
Uiteindelijk krijgt Henk afgelopen maand een werkstraf van 150 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk. Hij is het daar niet mee eens. Hij noemt zijn voormalige stagiaire een vrouw met persoonlijkheidsstoornissen. Dat hij zich voor de rechter moet verantwoorden voelt voor hem als de wereld op zijn kop. Volgens hem stalkt zij hem juist.
Acht jaar, drie kritische rapporten, twee dode vrouwen
In een periode van nog geen acht jaar is het al de derde keer dat de aanpak van stalking onder het vergrootglas wordt gelegd. In 2016 verscheen het onderzoek TweeSteden. Dat werd gemaakt na de moord op verpleegkundige Linda van der Giesen die door haar ex werd gestalkt en doodgeschoten. De commissie Eenhoorn voerde TweeSteden uit en concludeerde dat de focus te weinig op de veiligheid van Van der Giesen was gericht. In 2019 volgde het onderzoek na de gewelddadige dood van het 16-jarige meisje Hümeyra Ergincanli in 2018. Dit jaar is daar een vervolgrapport op gekomen.
Geen aangifte uit vrees voor wraak
Slechts een op de vijf slachtoffers van stalking doet aangifte bij de politie, blijkt uit de Veiligheidsmonitor 2023.
Ze stappen niet naar de politie omdat het volgens hen toch niet helpt (33 procent), omdat ze er niet aan gedacht hebben of omdat ze het niet zo belangrijk vinden (23 procent). Vrouwen geven in vergelijking met mannen wel vaker aan dat ze geen aangifte deden omdat ze bang waren voor vervelende reacties of wraak (17 tegenover 9 procent) of omdat het al opgelost was (14 tegenover 7 procent).
Geen leerwerkbedrijf meer
Henk en Lia zijn niet de echte namen van de personen in dit verhaal. Het contactverbod waar Lia om heeft gevraagd, heeft de rechter niet opgelegd. Henk is in hoger beroep gegaan tegen zijn straf. Naar aanleiding van de veroordeling heeft Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) de erkenning van het bedrijf van Henk als formeel leer- en stagebedrijf ingetrokken.