Karst Meijer tussen de paardenbloemen in de steeg naast zijn museum: 'Wist je dat paardenbloemen door 107 bijensoorten worden bezocht?' Foto: Niels de Vries
Ze worden bestreden en lelijk gevonden. En dat is zó onterecht, zegt plantenjager en botanist Karst Meijer. Paardenbloemen zijn een superbelangrijke voedselbron voor bijen en nachtvlinders. „Dus laat ze alsjeblieft staan.”
Och die arme paardenbloemen. Jarenlang al worden ze vervolgd. Uw verslaggever herinnert zich een interview van twintig jaar geleden met een keurmeesteres van de tuinvereniging Groei en Bloei. Trots toonde de tuinvrouw haar voorbeeldige gazon.
Twee keer per jaar bracht ze er lucht in met een verticuteermachine en tijdens het maaien droeg ze altijd een mesje in haar broekzak. Fel: „Als ik een paardenbloem zie, steek ik hem weg. Meteen!”
Verschoppelingen
Paardenbloemen zijn verschoppelingen, weet Karst Meijer van het privémuseum Herbarium Frisicum in Wolvega. Maar kijk ze dit voorjaar toch eens groeien en bloeien. Omdat het zo droog is, groeit het gras minder snel waardoor ze alle ruimte krijgen.
Paardenbloemen zijn verschoppelingen Foto: Erik van den Ham
Het zijn trouwens echte doorzetters. Meijer: „Ze zitten vaak hartstikke vast tussen de tegels.” Maar láát ze, vindt hij. „Wist je dat ze in Nederland door 107 van de 339 onderzochte bijensoorten worden bezocht?”
Maar ja, alles moet netjes. Verontwaardigd: „Op 23 maart werd er in mijn woonplaats Westerveld alweer door de gemeente gemaaid. Alle vroege paardenbloemen en madeliefjes gingen er af. En dan nóg zijn mensen verbaasd over de achteruitgang van de insectenstand.”
Er valt dus nog veel missiewerk te verrichten. Daarom roept Meijer nu al zes jaar samen met medestrijder Erik van den Ham elke laatste zondag van april uit tot ‘Dag van de paardenbloem’.
Een schone luier tussen de bloemen
Hoe het komt dat hij zich zo op de Taraxacum Officinale heeft gestort? Half grappend: „Ik ben een boerenzoon en ik denk dat mijn moeder me een keer een schone luier heeft gegeven tussen de paardenbloemen.”
Laat ze gaan en help daarmee bijen en nachtvlinders. Foto: Niels de Vries
Serieuzer: „Ik droog al heel lang planten die ik in herbaria bewaar, maar op een gegeven moment raakte ik uitgekeken op de gangbare flora. Dus toen stortte ik me op bramen en paardenbloemen.”
Want juist die doodgewone soorten worden over het hoofd gezien. Professor J. L. van Soest zei het al bij het verschijnen van zijn paardenbloemenstudie in 1939. „Van de paardenbloem, het stiefkind van de Nederlandsche Floristiek, bezitten de herbaria weinig en vaak slecht verzameld materiaal onder het motto: ‘een paardenbloem is een paardenbloem’.”
Heel veel soorten
Maar het stikt van de secties en de ondersoorten. Alleen al in Nederland zijn nu ruim tweehonderd paardenbloemsoorten bekend en dat kunnen er volgens Meijer zomaar duizend of meer worden.
Een schoonheid die overal voorkomt en altijd over het hoofd is gezien. Foto: Erik van den Ham
Nee, hij hoeft zich nog niet te vervelen. En zijn boodschap aan iedereen met een tuin is duidelijk: „Begin nou eens met die paardenbloem bij je voordeur. Laat hem staan. En maak nou eens geen probleem van paardenbloemen tussen de tegels.”
Bezield: „Ik snap dat je ze weghaalt als je erover uitglijdt. Daar hoef je niet te pietepeuterig over te doen. Ik haal ook wel paardenbloemen weg, als ze mijn planten proberen te verdringen.”
Denk aan de bij
Maar denk alsjeblieft aan het grote verhaal, zegt hij. Denk aan de paardenbloemmijt, de paardenbloemgalwesp en de superbijzondere paardenbloembij die totaal afhankelijk zijn van die gele verguisde rakkers.
Een bloeiend walhalla. "Denk alsjeblieft aan het grote verhaal." Foto: Niels de Vries
Vertrouwelijk ineens: „Ik heb het duurzame tuinbedrijf Ecostyle gemaild. Ik vroeg: waarom hebben jullie een afbeelding van een paardenbloem, de drager van zoveel biodiversiteit, op jullie flacon met onkruidbestrijdingsmiddel gezet?”
Het antwoord? „’Omdat het anders niet verkoopt’.” De paardenbloem is de duivel. Meijer: „Dat moet anders.” En snel graag.