Dierenarts Otto van der Velden. Foto: Jaspar Moulijn
Maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat eigenaren van huisdieren veel te veel geld kwijt zijn aan diergeneeskundige zorg. Niet alles wat kan is wenselijk, zegt consumentenwaakhond ACM.
De baasjes van huisdieren moeten beter worden beschermd tegen behandelingen die verder gaan dan wat past bij dieren en hun eigenaren, zo omschrijft de Autoriteit Consument en Markt het in een rapport over de markt van gezondheidszorg voor dieren.
Hoge kosten
De afgelopen jaren zijn er veel klachten over de hoge kosten voor huisdierenzorg. DVHN besteedde er begin vorig jaar een serie artikelen aan. Mensen met een laag inkomen kunnen daardoor gauw in de problemen komen als hun hond of kat ziek wordt.
De mogelijkheden om dieren te behandelen zijn de afgelopen decennia enorm toegenomen. Een concreet voorbeeld is het recentelijk geopende Evidensia Dierenziekenhuis Het Noorden in Eelderwolde. Alleen zit er wel een stevig prijskaartje aan al die behandelingen, en de ACM constateert dat het risico op overbehandeling ook is toegenomen.
De ACM vindt daarom dat de dierenartsenwereld standaarden moet opstellen voor veelvoorkomende behandelingen, zodat de dierenartsen en de baasjes handvatten hebben om te bepalen wat nog zinvol is en wat niet. Ook wil de ACM dat de eigenaren meer bescherming krijgen tegen commerciële prikkels. Dat is nodig omdat de wereld van dierenartsen de afgelopen jaren meer in handen is gekomen van marktpartijen.
Liever in loondienst
Dierenartsen met een eigen praktijk worden langzaam maar zeker een zeldzaamheid. Jonge dierenartsen werken veelal liever in loondienst, waardoor grote partijen zoals Evidensia praktijken van oudere dierenartsen opkopen. Niet alleen zijn deze partijen commerciëler dan een dierenarts van de oude stempel, het risico bestaat ook dat in bepaalde regio’s bijna een monopolie ontstaat doordat zij telkens een kleine praktijk overnemen. De ACM wil de bevoegdheid om in dit soort situaties ook dergelijke kleine overnames te kunnen toetsen op de vraag of er voor de consument genoeg te kiezen blijft.
De overheid zou ook moeten stimuleren dat consumenten vaker dierenartsen en behandelingen vergelijken, om zo de marktwerking te bevorderen. De meeste baasjes zijn, constateert de ACM, echter wel tevreden over hun dierenarts, waardoor ze dus niet zo snel geneigd zijn over te stappen.
Wel samenwerken bij spoedzorg
Bovendien vindt de ACM ook dat dierenartsen meer moeten samenwerken, vooral als het gaat om spoedzorg buiten reguliere openingstijden en hun klanten beter moeten informeren waar ze dan terecht kunnen.
Tenslotte kunnen hoge kosten voor de dierenarts worden voorkomen als mensen beter beslagen ten ijs komen als ze een dier in huis halen. Meer voorlichting is daarom nodig, zegt de ACM, die ook strengere maatregelen wil tegen baasjes die hun dieren niet goed verzorgen.
Te weinig concurrentie
De ACM heeft ook gekeken of huisdiereigenaren binnen een reistijd van 15 minuten voldoende dierenartsen hebben om uit te kiezen. In het grootste deel van het land is dat het geval. Er zijn een paar gemeenten met relatief veel postcodegebieden waar dit niet zo is. Die wijst de ACM aan als probleemgebieden omdat door een gebrek aan concurrentie de prijzen er hoger kunnen zijn. In de provincie Groningen zijn dat de gemeenten Westerwolde, Oldambt en Het Hogeland. Drenthe heeft geen probleemgebieden.
De ACM onderscheidt ook risicogebieden. Daar zijn wel meerdere praktijken op een reisafstand van vijftien minuten, maar die zijn dan bijvoorbeeld merendeels in handen van 1 partij (bijvoorbeeld Evidensia). Of er is een grote kans op overnames door 1 partij. In Drenthe zijn 8 gemeenten met risicogebieden en in Groningen 6. Het gaat in Drenthe om de gemeenten Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld en Westerveld. In Groningen gaat het om Eemsdelta, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Westerkwartier en Westerwolde.