Zo her en der in het land zijn nog protestborden en omgekeerde vlaggen te vinden. Boeren zijn ook komende jaren aan zet om hun bedrijfsvoering te veranderen, blijkt uit het coalitieakkoord. Foto± Marcel Antonisse
Geen gedwongen uitkoop en een stikstoffonds van 20 miljard euro. Daarmee willen D66, VVD en CDA de stikstofcrisis de komende jaren te lijf gaan. De landbouwsector moet daarbij ingrijpend veranderen, al blijven veel boeren voorlopig in het ongewisse over wat hen precies te wachten staat.
Het minderheidskabinet reserveert de miljarden voor natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie tot 2035. Maar juist rond de regels voor bedrijven in de buurt van Natura2000‑gebieden blijft veel onduidelijk. Daar zitten veel boeren die al jaren in spanning afwachten of ze mogen blijven, moeten verplaatsen of uiteindelijk moeten stoppen. Vrijblijvend zijn de afspraken in het coalitieakkoord in elk geval niet: voor boeren zit er zowel zoet als zuur in.
Doelen iets opgeschoven: nu ’streefwaardes’
Zo schuift de coalitie de wettelijke stikstofdoelen op: niet langer wordt vastgelegd dat de reductie in 2030 moet zijn gehaald, maar pas in 2035. Voor 2030 komt wel een tussendoel. De reductieopgave blijft desalniettemin fors: de landbouw moet uiteindelijk 42 tot 46 procent minder ammoniak uitstoten dan in 2019.
Voor industrie en mobiliteit geldt een reductie van 50 procent. Voor boeren wordt voor 2030 nu ’een streefwaarde’ van 23 tot 25 procent genoemd.
De omstreden kritische depositiewaarde (KDW) verdwijnt daarbij wel uit de wet. Daarvoor komt een „juridisch houdbaar alternatief”, maar hoe dat eruitziet is nog niet duidelijk. Boeren krijgen wel zelf handelingsperspectief: per bedrijf wordt straks bepaald hoeveel stikstof mag worden uitgestoten.
Nieuwe norm ingevoerd: zoveel dieren per hectare
De partijen houden bovendien een stevige stok achter de deur. Als de reductiedoelen in 2035 niet worden gehaald, kan worden ingegrepen door dier- of fosfaatrechten af te romen. Ook voor industrie en andere bedrijven worden extra maatregelen aangekondigd als de reductie achterblijft.
Daarnaast worden regels aangescherpt: dier- en fosfaatrechten gaan ook gelden voor kalveren en geiten, en bij verkoop van een bedrijf buiten de familie worden rechten gekort.
Verder zit er nog een addertje onder het gras: vanaf 2032 geldt voor boeren ’een eenvoudige grondgebondenheidsnorm’. Oftewel: een norm die bepaalt hoeveel dieren per hectare zijn toegestaan. Hoeveel dieren per hectare dat dan zijn, daarover is nog geen knoop doorgehakt.
D66, VVD en CDA kondigen aan dat de vrijwillige beëindigingsregelingen blijven bestaan. Deze worden wel meer gericht op bedrijven die dicht bij overbelaste Natura2000‑gebieden liggen. Maar hoe groot de bufferzones (250 meter zoals sommige provincies willen, terwijl natuurorganisaties voor zones van een kilometer breed pleiten) rond die gebieden worden, is nog niet vastgelegd.
Wel wordt de ’gebiedsgerichte aanpak’ het eerst uitgerond bij de meest kwetsbare gebieden, zoals De Peel en De Veluwe.
Voor boeren die willen verplaatsen komt er wel een landelijke grondbank. De partijen beloven met de miljarden die zijn gereserveerd wel ruime compensatie voor extensivering, verplaatsing, uitkoop of compensatie voor de waardedaling van grond. Ook worden jonge boeren extra ondersteund om de vergrijzing in de sector tegen te gaan.