16 procent van de boeren gelooft niet dat weer steeds extremer wordt door klimaatverandering. 'We weten niet of het warmer, kouder, natter of droger wordt'
Akkerbouwer Peter Berghuis uit Kloosterburen graaft geulen om het overtollige water te laten weglopen. Foto: archief Anjo de Haan
16 procent van de Nederlandse boeren gelooft niet dat het weer in ons land steeds extremer wordt door klimaatverandering. En één op de acht agrariërs denkt niet dat verzilting een steeds groter probleem wordt door de stijgende zeespiegel.
Overlast door het weer is van alle tijden, menen deze boeren. Maatregelen zijn volgens hen dan ook niet nodig. Eén op de tien boeren ziet zelfs voordelen in het veranderende weer, zoals een langer groeiseizoen.
59 procent van de boeren en tuinders denkt juist wel dat er in ons land sprake is van steeds extremere weersomstandigheden. Bijna de helft van hen ondervindt ook negatieve gevolgen door het al maar heftiger weer. Dat blijkt uit een onderzoek van bureau Motivaction dat is gehouden voor het ministerie van Landbouw.
Veel boeren zijn zich dus wel degelijk bewust dat het weer verandert en extremer wordt, maar de gevolgen worden in de akkerbouw meer gevoeld dan in de veehouderij. Vooral in die laatste groep zijn veel boeren afwachtend. Wanneer er na een droge zomer minder voer voor de koeien is, kopen ze dat bij. Akkerbouwers komen echter in grote problemen wanneer hun oogst wordt bedreigd door droogte of extreme neerslag.
Wie gaat dat betalen?
Bouwboeren hebben vaak al wel maatregelen genomen met het oog op het veranderende klimaat, aldus de onderzoekers. Ze verhogen het gehalte aan organisch stof in de bodem en proberen verdichting van de grond te voorkomen door bijvoorbeeld minder zware landbouwmachines te gebruiken. Ze proberen ook water langer vast te houden in de bodem of juist sneller af te voeren. En er wordt nagedacht over de teelt van andere gewassen en nieuwe rassen die beter bestand zijn tegen droogte.
Die maatregelen worden niet alleen genomen om de gevolgen van droogte of extreme neerslag te verzachten, maar ook omdat boeren er een betere opbrengst door verwachten. ,,Ze hebben niets met extreem weer te maken, maar met goede landbouwpraktijk. Oftewel het verbeteren van je duurste productiemiddel’’, aldus een van de boeren die aan het onderzoek meewerkte.
,,We moeten ons altijd aanpassen aan omstandigheden. Dat is nu ook het geval. De vraag is alleen wie dat gaat betalen’’, aldus een veehouder.
,,Weet niet of het warmer, kouder, natter of droger wordt. Kan dus ook nog geen maatregelen nemen’’, zegt een ander.
Overheid wordt gewantrouwd
Veel boeren vinden dat maatregelen te duur zijn, terwijl het lastig is financiering of subsidie te krijgen. Ze kosten vaak ook veel tijd en leveren soms te weinig op. Bovendien is niet altijd duidelijk welke regels er zijn. Ook is er gebrek aan informatie.
Uit het onderzoek blijkt dat boeren informatie van de overheid vaak wantrouwen. Slechts 6 procent van de boeren bestempelt het ministerie van Landbouw als de meest betrouwbare informatiebron. Ze gaan het liefst te rade bij hun collega’s, agrarische belangenorganisaties of slaan de vakpers er op na.
Voor het onderzoek werd gebruikt gemaakt van de vragenlijsten die 993 deelnemers hebben ingevuld. Daarnaast werden 18 boeren geïnterviewd.
Door de klimaatverandering veranderen de weersomstandigheden in ons land, aldus wetenschappers. Het wordt warmer en natter, maar ook extremen komen vaker voor, zoals hittegolven, lange droge periodes in de zomer en zware buien. Daarnaast stijgt de zeespiegel, waardoor de bodem en het grond- en oppervlaktewater meer zout gaan bevatten. Die verzilting doet zich vooral in de kustgebieden voor en is schadelijk voor de landbouw.