„Het zijn weer interessante dagen op de Nederlandse stroommarkt”, stelt energielector Martien Visser. Veel zon, weinig wind. In de middag is elektriciteit vrijwel gratis en vanaf 19.00 uur betaal je de hoofdprijs. „We hebben in toenemende mate een probleem.”
Wat voor probleem hebben we met het huidige stroomsysteem?
Volgens de afspraken in ons Klimaatakkoord moeten we toe naar 85 procent hernieuwbare energie in 2030. „Nu zitten we op 50 procent. Maar het wordt steeds lastiger om de laatste procentjes erbij te krijgen”, voorspelt Martien Visser, lector energie aan de Hanzehogeschool in Groningen.
„Afgelopen week kwam circa 65 procent van alle in Nederland gebruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen; een van de hoogste percentages ooit. Maar er werd daarnaast een recordhoeveelheid ‘afgeschakeld’ (panelen en windturbines uitgeschakeld, red.). Zou Nederland ook die stroom hebben benut, dan was het percentage 73 procent geweest.”
We wekken op meer plekken steeds grotere hoeveelheden stroom op met zon en wind, dan er vraag is. De prijs voor elektriciteit op de handelsmarkt daalt dan naar nul of wordt zelfs negatief. Daardoor zijn investeringen in zon en wind steeds moeilijker terug te verdienen.
„Tot voor kort zeiden we: ons stroomnetwerk kan alle groene stroom niet aan. Maar dat is niet langer ons grootste probleem. De bottle neck is vooral dat de vraag naar stroom in Nederland op sommige momenten lager is, dan wat we met zon en wind kunnen produceren.”
Op zomerdagen deze week – met name in de weekenden – leidt dat tot een negatieve stroomprijs. In 2022 ging het om 85 uur negatieve stroomprijs. In 2023 om 315 uur en dit jaar zal het boven de 500 uur uit komen.
Waarom gebruiken we niet massaal stroom op goedkope momenten?
Het zou helpen als consumenten en bedrijven meer stroom gebruiken op zomerse dagen, bevestigt Visser, al lost dat nooit het hele probleem op. „Ik zit vanmiddag op mijn werk, ik zou niet weten hoe ik dan thuis al die elektriciteit uit mijn panelen moet gebruiken. Net zo min verwacht ik niet dat we straks op zonnige weekenden naar kantoor gaan om daar het elektriciteitsverbruik aan te wakkeren.”
Veel mensen hebben bovendien een vast energiecontract, en hebben geen flauw benul (en ook geen last) van de fluctuerende stroomprijzen. Toch kan het verschil – zoals deze week – erg groot zijn. Mensen met een dynamisch contract merken dat ook. „Zij betalen op een zonnige middag alleen 13 cent energiebelasting en ’s avonds veel meer. Dinsdagavond was dat zo’n 40 cent per kilowattuur, terwijl iemand met een vast contract op zo’n moment 28 cent betaald.”
Dat stroom in de avond zo duur is, komt door de grote vraag en de hoge opstartkosten van elektriciteitscentrales. Als een centrale ‘even’ aan moet om elektriciteit op te wekken, is dat relatief duurder dan als deze de hele dag draait.
Is er ook al een oplossing in de maak?
Batterijen en waterstof moeten op termijn onze energie gaan opslaan. Dat is nu nog erg duur en kan moeilijk uit. „De ontwikkelingen lijken een beetje stil te staan”, vindt Visser. „Dat is jammer, omdat we op deze wijze niet het maximale nut uit onze investeringen in zon en wind halen”.
Een andere mogelijkheid die volgens lector Visser vaak wordt gesuggereerd, is om extra stroomkabels naar de buurlanden te leggen om zo de vraag naar stroom in Nederland te vergroten. „Maar dat is geen oplossing. Het probleem speelt in heel Europa, van Finland tot Spanje en van Nederland tot Hongarije. Overal was de prijs dinsdagmiddag negatief. Bovendien wordt in al die landen ook volop geïnvesteerd in de uitbreiding van zon en wind.”
Hebben we een vergissing gemaakt door zo op zonnepanelen in te zetten?
Dat ook weer niet. We wekken immers veel meer groene stroom op dan voorheen. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het scheelt aanzienlijk in de portemonnee. Volgens energievergelijksbureau Slimster namen we in 2023 minder gas en elektriciteit af dan in 2022. Daarin baseert het bedrijf zich op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die vorige week gepubliceerd werden. Dat zorgt voor flinke besparingen in huishoudens.
Provincie Drenthe is landelijk koploper: elk huishouden tikte gemiddeld 358 euro minder af. Groningse huishoudens bespaarden gemiddeld 313 euro. Die besparingen zijn wel te verklaren: in 2022 had de energiecrisis veel invloed. Overigens zijn de prijzen nog altijd niet op het niveau van drie jaar geleden.
Doordat ons gasverbruik is gedaald, zou je eigenlijk verwachten dat ons elektriciteitsgebruik flink zou toenemen. Airco’s, warmtepompen en elektrische auto’s vervangen immers fossiele alternatieven. Maar die ontwikkelingen worden dus grotendeels opgevangen door zonnepanelen, zegt Marco Schuurman van Slimster. „Een op de drie huishoudens wekt inmiddels eigen stroom op.”
We bespaarden in 2023 flink ten opzichte van 2022
Volgens het rapport van Slimster staat in de top-5 meest besparende gemeenten: Borger-Odoorn (465 euro besparing) en Aa en Hunze (450 euro per huishouden). Daarnaast doen ook de gemeenten Westerwolde (444 euro) en Westerveld (440 euro) doen het goed.
De minst hoge besparingen zijn te vinden in stedelijk gebied. Assen (264 euro besparing per huishouden), Groningen (234 euro) en Meppel (264 euro). Daar besparen bewoners relatief weinig omdat er meer kleinere appartementen zijn, die elkaar isoleren.
De energiecrisis die in 2021 begon lijkt voor het gevoel wellicht alweer achter ons te liggen. Toch betaalt de consument volgens duurzaamheidsplatform Slimster nog altijd 56 procent meer voor gas dan drie jaar geleden en ligt het stroomtarief 28 procent hoger ten opzichte van voorheen.
De gemeenten Tynaarlo heeft trouwens het hoogste percentage zonnepanelen van heel Nederland. Ook Westerkwartier en Aa en Hunze doen het goed. Die gemeenten hebben ook een hoog aandeel elektrische auto’s en warmtepompen, waardoor de energie goed gebruikt wordt. Dat beoordeelde Slimster eerder in een zogeheten ‘Eco-Electric Index’.