Een monteur plaats zonnepanelen op het dak van een woonhuis. Foto: Koen van Weel
Wat is er aan de hand in het land dat afgelopen jaar wereldwijd koploper werd in het opwekken van zonne-energie. En gooien we het kind met het badwater nu niet weg, vraagt Dries Zwart van de Partij vóór het Noorden zich af.
Het Dagblad van het Noorden berichtte donderdag 2 mei jl. dat eigenaren van zonnepanelen in een spagaat zitten vanwege de teruglevertaks. Een helder en duidelijk artikel waarin wordt uitgelegd waarom energiemaatschappijen een teruglevertaks in rekening brengen bij eigenaren van zonnepanelen. Zouden ze dat namelijk niet doen, dan betekent dit dat de salderingsregeling (het verschil tussen wat je zelf gebruikt en wat je terug levert aan het net) de energiebedrijven geld gaat kosten, wat vervolgens in rekening wordt gebracht bij alle afnemers, dus ook bij de mensen die niet over zonnepanelen beschikken.
Geen woord over het milieu
In het hele artikel gaat het verder over de het hoe en waarom van de regeling en mag Martien Visser, lector energietransitie van de Hanzehogeschool, zijn visie op de situatie geven. Interessant, dat zeker. Maar wat opvalt is dat in het hele artikel met geen woord gerept wordt over het milieu. Want, was dat oorspronkelijk niet de bedoeling om mensen aan te sporen om zonnepanelen aan te schaffen? Immers, bij het opwekken van zonnestroom komen geen milieuvervuilende stoffen of broeikasgassen vrij.
Met tien zonnepanelen op je dak bespaar je bijvoorbeeld al 1200 kilo CO2 uitstoot per jaar. Oftewel, als huishouden verlaag je de CO2 footprint en werk je actief mee aan de verdere vergroening van de aarde. Helaas zijn we dat aspect in de hele centendiscussie, want daar hebben we het over, inmiddels vergeten.
De verkoop van zonnepanelen is inmiddels behoorlijk ingezakt en in het verlengde van de discussie rondom de teruglevertaks is ook de verkoop van warmtepompen, waar de overheid zo sterk op wil inzetten, volledig ingestort. En dat is logisch. Het gaat om vertrouwen, de burger is niet gek. Wanneer je de pech hebt bij een energiemaatschappij te zitten die jou een teruglevertaks in de zomer oplegt en in de winter, wanneer de opbrengst van zonnepanelen veel lager is, de hoofdprijs vraagt voor jouw grotere vraag naar stroom (de warmtepomp draait dan juist op volle toeren), dan denk je wel twee keer na.
Toenemende vraag
Gooien we het kind met het badwater nu niet weg, zo stelde ik aan het begin van het artikel. Om aan de toenemende vraag naar elektriciteit te voldoen, moeten we alle zeilen bijzetten om ook in de toekomst nog het licht in de huiskamers te kunnen laten branden.
Voor een helder beeld geef ik u even wat cijfers. In 2022 gebruikte Nederland 120 terawatt (dat is 120 miljard kilowattuur) elektriciteit, in 2030 stijgt dit naar 182 terawatt en in 2050, zo voorspellen deskundigen, is de vraag gestegen naar 250 terawatt. We hebben dus al die zonnepanelen, maar ook windenergie en andere energiebronnen, zoals bijvoorbeeld aardwarmte, nodig om aan die toenemende vraag te kunnen voldoen. Dus, is het van belang om het gebruik van zonnepanelen door burgers juist te stimuleren. Dat gebeurt nu niet.
We staan voor belangrijke keuzes. En er zijn ook bedreigingen. Zou er bijvoorbeeld nog wel voldoende stroom zijn als alle burgers morgen hun zonnepanelen afschakelen, omdat ze het niet eens zijn met het beleid van de energiemaatschappijen. En wat gebeurt er als iedereen massaal een accu aanschaft en helemaal geen stroom meer levert aan het net? Zitten we dan acuut met een tekort? Of maken we dan de keuze voor nog meer zonneparken en windmolens op het land, die ons waardevolle en fraaie landschap verpesten.
Er is veel om over na te denken. Er liggen momenteel op nog maar 15 procent van de daken zonnepanelen, we moeten er daarom alles aan doen om dat percentage omhoog te krijgen. Daarin past niet het huidige beleid van de energiemaatschappijen, want dan is de transitie naar een groenere samenleving, waarvoor het allemaal is begonnen, gedoemd te mislukken.