Het converteerstation van de Cobra-kabel in de Eemshaven. Foto: John Geijp
Een elektriciteitskabel van zo’n 325 kilometer transporteert vanaf maandagmiddag elektriciteit tussen het Deense Endrup en de Eemshaven.
Dan wordt na tien jaren van voorbereiding de zogeheten Cobra-kabel in gebruik genomen.
Denemarken kan als het met zijn veelheid aan windmolens bij harde wind meer elektriciteit produceert dan het nodig heeft, de rest aan Nederland leveren. Ons land kan op zijn beurt de Denen bedienen als de wind daar onvoldoende energie oplevert.
De Cobra-kabel moet bovendien bijdragen aan een Europese energiemarkt die concurrentie stimuleert, en de balans tussen vraag en aanbod die nodig is om stroomstoringen te voorkomen. Bijzonder aan de verbinding is dat er nieuwe windparken op zee op kunnen worden aangesloten.
De EU draagt heeft een bedrag van ruim 86 miljoen euro bijgedragen aan de investering in Cobra. De rest van de 620 miljoen euro is opgebracht door netbeheerder TenneT en zijn Deense evenknie Energinet.dk.
De kabel heeft een vermogen van 700 megawatt. Daarmee kan ze elektriciteit voor 700.000 huishoudens transporteren.
Al in 2009 werd het plan aangekondigd. Het voornemen voor de aanleg werd pas in 2014 definitief. De aanleg begon in januari 2017. Een jaar geleden werd de kabel in de Eemshaven aan land getrokken.
De Cobra-kabel is niet de eerste onderzeese verbinding die het Nederlandse elektriciteitsnetwerk met het buitenland heeft. De NorNed (580 kilometer) verbindt ons land ook vanuit de Eemshaven met Noorwegen. De BritNed (259 kilometer) is de kabel tussen de Rotterdamse Maasvlakte en het Britse Isle of Grain. Over land heeft TenneT twee verbindingen met België en vier met Duitsland.