Marije Kasanwidjojo, pedagogisch directeur, en afdelingshoofd Amse Velzen bij een cellenblok op een van de afdelingen in De Haven. Foto: Marcel Jurian de Jong
De jeugdgevangenis in Veenhuizen is sinds de opening in het najaar van 2024 gegroeid als kool. Pedagogisch directeur Marije Kasanwidjojo en afdelingshoofd Amse Velzen geven een inkijkje binnen de gesloten muren van Justitiële Jeugdinrichting De Haven en reageren op kritiek in een inspectierapport.
Wat direct bij binnenkomst opvalt – en natuurlijk niet heel verwonderlijk is in een gevangenis – zijn de vele gesloten deuren. Na de controle door de beveiliging volgt een soort doolhof van kleine, smalle gangen met deuren en een kleine wandeling over de binnenplaats om bij het kantoor van de directie te komen. Onderweg moet elke deur met een sleutel open worden gemaakt en vervolgens weer worden afgesloten.
Pedagogisch directeur Marije Kasanwidjojo en afdelingshoofd Amse Velzen zijn niet anders gewend. Kasanwidjojo heeft jarenlang bij tbs-kliniek Van Mesdag gewerkt en Velzen is ook al lang werkzaam in het gevangeniswezen. Het werken in De Haven was nieuw voor hen. Net als iedereen die er werkt. De jeugdgevangenis is pas iets meer dan 1,5 jaar open.
Landelijk te weinig plekken
„De Haven is geopend in oktober 2024 met twee afdelingen met twintig jongeren en een hele club enthousiaste medewerkers”, zegt Kasanwidjojo. „De groei van De Haven zat op een behoorlijke snelheid. Dat heeft te maken met de capaciteitsvraag vanuit het land. Er zijn heel veel jongeren met een justitiële maatregel die geplaatst moeten worden en te weinig plekken. Dat was ook de reden dat De Haven is geopend.”
In de jeugdgevangenis verblijven op dit moment 58 gedetineerden op afdelingen die namen hebben als De Boei, Het Baken en Het Anker. Er zijn ook twee afdelingen voor jongeren met een PIJ-maatregel (ook wel jeugd-tbs genoemd). Kasanwidjojo zegt dat in De Haven in totaal ruimte is voor 64 jongeren. „Die bedden zijn er, maar we openen niet alles tegelijk omdat medewerkers ingewerkt en opgeleid moeten worden. We willen hen niet overvragen.”
Inspectie
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is positief over de opening van De Haven, vooral ook omdat het verlichting biedt aan het nijpende tekort aan plekken in jeugdgevangenissen. In een inspectierapport van afgelopen najaar staan ook kritiekpunten. De inspectie vindt het zorgelijk dat er onvoldoende gekwalificeerd personeel is voor de specifieke begeleiding van jongeren.
Net als andere jeugdinrichtingen in het land kampt De Haven met personeelskrapte. In een jeugdgevangenis is per gedetineerde veel meer personeel nodig dan in een volwassenengevangenis. Dat komt omdat de jongeren intensievere begeleiding krijgen en ook veel meer activiteiten hebben.
De Haven heeft volgens directeur Kasanwidjojo genoeg groepsleiders, maar wel een tekort aan hbo-opgeleide pedagogisch medewerkers met een verplichte registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd.
„We hebben meer hbo’ers nodig voor de intensieve begeleiding naast de therapie die jongeren krijgen, de mentorgesprekken en gesprekken met de ouders", legt zij uit. „Daarbij wil ik de pedagogisch medewerkers met een mbo-opleiding zeker niet tekortdoen, want die draaien de groepen echt fantastisch.”
Medewerkers krijgen tijdens het werken in de jeugdgevangenis ook opleidingen en trainingen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Om te kunnen werken met de methodieken die worden ingezet bij de begeleiding van de verschillende groepen jonge gedetineerden, worden veel interne trainingen gedaan. „Medewerkers moeten in hoog tempo worden opgeleid. We verwachten van ze tegelijkertijd ook op de groep te staan en de jongeren te begeleiden in de dagelijkse gang van zaken. Dat is complex.”
Kasanwidjojo zegt dat de afgelopen anderhalf jaar ook een aantal medewerkers vrij snel weer vertrokken, omdat ze het werk te zwaar vinden en ook niet tevreden zijn over de organisatie die nog in ontwikkeling is. „Dat doet pijn, zeker als het goed opgeleide en gemotiveerde mensen zijn. Daar moeten we als organisatie van leren. We zien ook dat begeleiding en inwerken in de opstartfase nog beter had gemoeten. Dat erkennen we als kritische noot naar onszelf.”
Problemen door personeelsgebrek
De inspectie constateerde eerder ook dat jongeren aangeven dat ze langer in hun cel moesten blijven in vakantieperiodes als er te weinig personeel was. Volgens bronnen geeft het personeelsgebrek nog steeds problemen. Zo zou een jongere met een PIJ-maatregel daardoor soms niet op begeleid verlof kunnen en loopt zijn behandeling mogelijk vertraging op. De directie herkent zich daar niet in.
Volgens afdelingshoofd Velzen lopen de verloftrajecten goed. „Elke jongere die dat mag, kan op verlof. Soms zelfs twee keer per week.”
Velzen zegt dat de afdelingen op doordeweekse dagen het volledige dagprogramma draaien. „Op maandag en vrijdag hebben we het avondprogramma tijdelijk geschrapt om medewerkers te kunnen scholen en trainen.” Naar aanleiding van het inspectierapport is volgens Kasanwidjojo het Educatief Programma op Kamer aangeschaft, zodat jongeren als ze in de avond op hun kamer zijn, ook een zinvol en educatief alternatief hebben.
Aan het aanbod van het praktijkonderwijs, een ander kritiekpunt van de inspectie, is volgens haar ook flink gewerkt. „We hebben een hele mooie keuken waar jongeren kookvaardigheden leren en ook een diploma kunnen halen. Een metaalruimte is nog in ontwikkeling en de bouwruimte is in orde gebracht. Ook hebben we nu de opleiding tot hovenier.”
Jongeren in De Haven krijgen ook praktijkonderwijs, onder meer in deze keuken. Foto: Marcel Jurian de Jong
Zowel Kasanwidjojo als Velzen benadrukken dat zij trots zijn op de medewerkers van De Haven. Volgens Velzen wordt er veel gevraagd van de groepsleiders. „Het is topsport”, vindt hij. „De medewerkers werken met jongeren die vastzitten vanwege een veroordeling door de strafrechter. De vrijheid is hun ontnomen.” Ze zijn volgens Velzen vaak moeilijk te motiveren.
Scheldwoorden
„Je werkt de hele dag met jongens die soms van nul naar honderd gaan in een paar seconden”, legt hij uit. „Een jongere kan door slecht nieuws of een prikkel ineens in een emotie schieten. Hij kan heel kwaad worden, heel verdrietig worden of zich juist afzonderen.”
De woede kan zich ook op een medewerker richten. „Dan krijg je een hele partij scheldwoorden over je heen en soms word je zelfs fysiek belaagd. Het gebeurt ook dat jongens onderling fysiek worden. Dan spring je ertussen en probeer je te de-escaleren.”
Een medewerker moet ook vaak schakelen, zegt Velzen. „Het ene moment staat een jongen je verrot te schelden en even daarna zit diezelfde jongen met je aan tafel om zijn verlof te regelen. Je doet dat niet met één jongere, maar met acht tot tien jongeren op een afdeling. Dat maakt het werk zwaar.”
Goed gedrag belonen
De begeleiders werken met complimenten en een beloningssysteem. „Goed gedrag wordt benoemd”, aldus Kasanwidjojo. „Dat wat eerst wordt beloond, moet uiteindelijk een gewoonte worden.”
De Haven wil jongeren die met een justitiële maatregel zijn geplaatst helpen zich weer positief te ontwikkelen, ook als zij daar zelf niet direct voor openstaan. „Dat is naast veiligheid een belangrijk doel van de maatregel.”
Afdelingshoofd Velzen vertelt hoe dat er in de praktijk uitziet. „Het gaat om hele basale dingen: met elkaar ontbijten, samen koken, samen eten.” Hij ziet dat sommige jongeren dit niet gewend zijn. „Er zijn jongens die dat vanuit hun opvoeding niet hebben meegemaakt.” Samen koken en eten wordt daarom bewust ingezet om jongeren te leren samenwerken en verantwoordelijkheid te nemen.
Op straat opgegroeid
Ook sport en recreatie, en zeker onderwijs, horen bij het vaste dagprogramma. Volgens Kasanwidjojo hebben de meeste jongens heel lang nauwelijks structuur gehad in hun leven. „Een deel is grotendeels op straat opgegroeid. Ze moeten zichzelf zien te redden, ze belanden in criminaliteit en komen er zelf niet meer uit. De meeste jongeren gaan in De Haven voor het eerst in lange tijd weer naar school.”
Veel jongeren gaan in De Haven voor het eerst sinds lange tijd weer naar school. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het werken met jongeren geeft veel voldoening, vindt Velzen. „Het is heel anders dan met volwassen gedetineerden. Bij de jongeren kun je meer bereiken, die zitten nog midden in hun ontwikkeling. Het doel is dat zij zich ontwikkelen tot jongeren die niet meer het criminele pad op gaan en zich kunnen redden binnen de maatschappij.”
Zes afdelingen met eigen cellenblok, keuken en huiskamer
Justitiële Jeugdinrichting De Haven is onderdeel van de penitentiaire inrichting Veenhuizen. Deze bestaat uit vier locaties: De Haven, Groot Bankenbosch, Esserheem en Norgerhaven. In principe kunnen er jongeren van 14 tot 23 jaar worden geplaatst. Het gaat uitsluitend om jongens en jonge mannen.
Gedetineerden onder de 16 jaar zitten er niet vaak, omdat rechters voor jongeren op die leeftijd vaak kiezen voor een andere soort straf. Het komt af en toe voor dat er een 14- of 15-jarige geplaatst wordt. Het merendeel van de gedetineerden in De Haven was minderjarig toen zij het delict pleegden waarvoor zij jeugddetentie of een PIJ-maatregel kregen.
In bepaalde gevallen kunnen ook jongeren tot 23 jaar worden veroordeeld tot jeugddetentie in plaats van een reguliere gevangenisstraf. Een deel van de jongeren is verdachte in een strafzaak en zit in voorarrest. De meeste gedetineerden zijn al veroordeeld tot jeugddetentie of een PIJ-maatregel.
Er zijn twee afdelingen voor lang verblijf. Daar zitten nu 16 jongeren. Het overgrote deel heeft een PIJ-maatregel opgelegd gekregen van de rechter, omdat zij stoornissen hebben die behandeld moeten worden om het gevaar op herhaling te beperken.
Op de afdelingen voor kort verblijf zitten jongens die gemiddeld drie maanden jeugddetentie hebben. Ook is er een groep met alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Dat zijn jongeren die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen en net als de anderen om strafrechtelijke redenen in De Haven verblijven.