Lisa Witte en Monique Spaltman wijden een tentoonstelling aan kunstenares Afina Goudschaal.
Foto: Anjo de Haan
Ze trotseerde regels die bedoeld waren om vrouwen klein te houden. Kunstenares Afina Goudschaal wist door te dringen tot de Haagse salons en zelfs het koningshuis. „Ze was een powervrouw.’’
Dat zegt museumdirecteur Monique Spaltman (66) van Borg Verhildersum in Leens. Daar is een tentoonstelling gewijd aan deze bijzondere kunstpionier. Voor het eerst zijn tientallen werken van Afina (Fie) Goudschaal (1877–1953) samengebracht.
Ze behoorde rond 1900 tot de eerste vrouwen die een opleiding volgden aan de Academie Minerva in Groningen.Spaltman noemt haar een echte wegbereider. „Ze bouwde een zelfstandig bestaan op zonder huwelijk of financiële afhankelijkheid. Iets wat voor vrouwen in die tijd uitzonderlijk was.”
De expositie is dan ook niet alleen een verhaal over kunst. Maar ook over emancipatie, doorzettingsvermogen en historische ongelijkheid, vertelt conservator Lisa Witte (28): „Goudschaal was een kunstenaar die, ondanks de beperkingen voor vrouwen rond 1900, een opmerkelijke carrière wist op te bouwen.”
Spaltman: „Ze werd een topvakvrouw, een miniatuurschilder die zelfs voor het koningshuis werkte. En dat in een tijd waarin de kunstwereld door mannen werden gedomineerd.”
Geen naakten voor dames
Rond 1900 mochten vrouwen nog maar net kunstonderwijs volgen. Aan de Akademie van Beeldende Kunsten en Zeevaartkunde in Groningen, zoals Academie Minerva toen heette, bestond een aparte Damesklasse.
Anatomielessen met naaktmodellen mochten dames niet volgen. Terwijl mannelijke studenten oefenden op spieren, pezen en torso’s, moesten vrouwen zich beperken tot bloemen, planten en decoratieve motieven. Witte: „Het verschil in opleiding was niet alleen praktisch, maar ook symbolisch: het bepaalde wie later als ‘echte’ kunstenaar werd gezien.’’
Vrouwen moesten vrouwen zich beperken tot bloemen, planten en decoratieve motieven. Foto: Anjo de Haan
Dat Afina in 1894 toch werd toegelaten, was bijzonder. Ze werd in 1877 geboren in Roden, als jongste van acht kinderen van de Groningse dominee Johan Bernhard Goudschaal en Catharina Arnoldina Koning-Uilkens. Het was een vooruitstrevend echtpaar dat geloofde in onderwijs voor meisjes. Afina kreeg de ruimte om te leren, te tekenen en zich te ontwikkelen. Witte: „Uit brieven van haar vader spat de trots over haar talent en doorzettingsvermogen.’’
Afina Goudschaal. Foto: Borg Verhildersum
Maar buiten het gezin denken anderen, vooral mannen, soms net even anders. Witte: „Het idee dat een vrouw een professionele carrière zou nastreven, werd door velen als ongepast gezien. Op haar oorkondes moest het voornaamwoord ‘hem’ worden veranderd in ‘haar’.
Zelfs op haar oorkondes moest het voornaamwoord ‘hem’ worden veranderd in ‘haar’. Foto: Anjo de Haan
Docenten die eerder nog aan de dames moesten wennen, weten haar schilderkunst later te waarderen. Tijdens het honderdjarig bestaan van Minerva in 1897 ontving ze een bronzen academiemedaille. Twee jaar later volgden een zilveren medaille voor handtekenen en twee bronzen medailles voor decoratie en schilderkunst.
Groningen en Van Mesdag
Na haar afstuderen in 1903 keerde Goudschaal tijdelijk terug naar de pastorie van haar ouders in Westerwijtwerd waar haar vader toen dominee was. Na het overlijden van haar ouders verhuisde ze in 1911 naar Den Haag. Via haar vriendin Alida van Houten, zus van Sientje Mesdag–Van Houten kwam ze al vroeg in belangrijke artistieke netwerken terecht.
Witte: „Sientje Mesdag was niet alleen getrouwd met Hendrik Willem Mesdag, maar werkte ook nauw met hem samen. Zo hebben zij gezamenlijk het beroemde Panorama Mesdag geschilderd, dat dit jaar de status van rijksmuseum heeft gekregen. Als we het toch hebben over vrouwen die niet altijd de erkenning krijgen die ze verdienen, is zij een goed voorbeeld. Daarnaast wordt Sientje Mesdag beschouwd als een van de belangrijkste vrouwelijke schilders van de Haagse School.
Goudschaal werd lid van de Haagse Kunstkring en bewoog zich in invloedrijke netwerken. Haar specialisatie in portretminiaturen, vaak op ivoor geschilderd, bracht haar in de hoogste kringen. Ze kreeg prestigieuze opdrachten, bijvoorbeeld voor een portret van prinses Juliana in 1935. Daarmee behoort ze tot de zeer kleine groep vrouwelijke kunstenaars die in de Koninklijke Verzamelingen vertegenwoordigd zijn.
Witte: „Haar werk werd gewaardeerd om de combinatie van technische beheersing en psychologische scherpte: ze wist niet alleen een gezicht te treffen, maar ook een karakter.’’
Afina was een vrouw die haar eigen pad koos, wars van conventies
De kunstenares bleef haar hele leven ongehuwd, reisde veel en had een breed netwerk van opdrachtgevers, familieleden en Haagse bekenden. Geregeld kwam ze nog naar Groningen.
In de familie in Groningen ging het verhaal dat ze, wanneer ze op bezoek kwam, altijd een hutkoffer vooruitstuurde. „Ze kwam met de trein en ging met het vliegtuig terug’’, werd er gezegd.
Dat was natuurlijk een knipoog naar haar elegante Haagse verschijning en onafhankelijke levensstijl. Spaltman: „Een vliegtuig ging er natuurlijk niet, maar het beeld bleef hangen: Afina was een vrouw die haar eigen pad koos, wars van conventies.’’
Nicht To van der Veen-le Grand
Dat haar werk nu in Leens te zien is, is te danken aan haar nicht To van der Veen-le Grand (Winschoten, 1930). Zij koesterde het oeuvre van haar tante en droomde van een overzichtstentoonstelling, liefst in Leens. Spaltman: „We onderhouden al jaren een warme band.’’
Van der Veen werkte in de jaren vijftig als schooltandarts en volgde later aan Minerva dezelfde opleiding als haar tante een halve eeuw eerder. „Er is veel bewaard gebleven. Het werk is overal vandaan gehaald’’, zegt Witte, die aangeeft dat het zeer waarschijnlijk is dat er nog veel onbekende miniaturen in privécollecties van Haagse families verborgen moeten liggen.
Nog steeds niet veel veranderd
Spaltman benadrukt hoe belangrijk het is dat vrouwelijke kunstenaars uit deze periode meer aandacht krijgen. „Ze maakten fantastisch werk, maar stonden vaak in de schaduw van hun mannelijke tijdgenoten.’’
Volgens haar is dat anno 2026 nog steeds niet volledig veranderd: „Vrouwen moeten nog altijd harder knokken voor zichtbaarheid en erkenning. De tentoonstelling wil daarom niet alleen Afina’s werk tonen, maar ook een bredere discussie aanwakkeren over wie er wel en niet in de kunstgeschiedenis terechtkomt.’’
In de zaal staat een buste van koningin Wilhelmina die bezoekers kunnen natekenen. Foto: Anjo de Haan
Zelf aan de slag
De expositie, te zien tot 1 november, toont houtskooltekeningen, olieverfportretten, bloemenstudies, art‑deco‑ontwerpen en miniaturen. Bezoekers kunnen bovendien zelf aan de slag: in de zaal staat een buste van koningin Wilhelmina om na te tekenen, precies zoals Afina dat ooit deed tijdens haar opleiding. Conservator Lisa Witte: „Het is een uitnodiging om niet alleen naar haar werk te kijken, maar ook te ervaren hoe zij werkte: aandachtig, geduldig en trefzeker.’’
Kon Minder
Kon Minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren, of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.