De kraanvogel van Arend Snijder uit Paterswolde volgt hem overal, waar hij maar gaat. Foto: Jaspar Moulijn
Waar Arend Snijder ook gaat, zijn trouwe kraanvogel volgt hem overal. Snijder is dol op het beestje. „Héél trouw aan de baas. Dat zie je wel eens bij een hond, maar niet bij een vogel.”
Terwijl Arend (81) zijn gazon aan de Hoofdweg in Paterswolde staat te grasmaaien, hobbelt een kraanvogel speels achter hem aan. Het beestje kijkt nieuwsgierig naar elke voorbijganger. Af en toe klappert de vogel met zijn veren of spreidt hij zijn indrukwekkende vleugels.
Het is een markant gezicht, maar voor Snijder is het de normaalste zaak van de wereld. Hij weet niet beter dan dat de kraanvogel hem overal in huis volgt. Zeventien jaar geleden bleef de vogel als enige van een nestje van drie in leven, sindsdien volgt hij zijn baasje op de voet. Of eigenlijk ‘zij’, want de vogel is een vrouwtje. Maar Snijder spreekt steevast in mannelijke vorm over ‘zijn vriend’.
Schoenveters en glinsterende dingen
Volgens Snijder denkt de volgzame vogel dat hij haar moeder is en volgt ze hem daarom overal waar hij gaat. Ook bij het grasmaaien dus. „Hij gaat graag bij het hek staan. Mensen kijken. Dat vindt-ie prachtig. Schoenveters lostrekken doet-ie ook graag. En hij is dol op glinsterende dingen.”
Een naam heeft de kraanvogel niet. „Dat vragen mensen vaak, maar geen van onze vogels hebben namen. Ik zeg altijd, hij is mijn vriend. Dan reageert-ie”, zegt Arend Snijder. Hij wenkt het beestje. „Even de kop krabben. Kom maar! Je bent mijn vriend, hè.”
„Die vogel, dat is m’n alles.” Foto: Jaspar Moulijn
Zijn vrouw Remmie (77) glimlacht. „Aaien mag alleen hij. De vogel wordt alsmaar gekker op hem. Komt vrolijk op ‘m af als mijn man thuiskomt. Een nieuwsgierig beestje, maar ook eenkennig en jaloers. Héél trouw aan de baas. Dat zie je wel eens bij een hond, maar niet bij een vogel.”
‘Och, duizenden kraanvogels!’
Gevolgd door zijn trouwe huisdier neemt Snijder plaats op zijn tuinstoel. De vogel gaat naast hem staan, strekt zich uit en maakt een luid geluid. „Dat doet-ie als hij aandacht wil”, zegt Snijder. Hoofdschuddend kijkt Remmie toe. „Hij begint steeds meer sterallures te krijgen”, zegt ze. Over de vogel, welteverstaan.
Snijder had ooit een bloemenzaak in Assen en is zijn hele leven al een enorme vogelfanaat. Zo’n 35 jaar geleden namen hij en zijn vrouw voor het eerst vogels in huis. Zwarte zwanen, witte eenden, gigantische Chinese kraanvogels: niks was het echtpaar te gek. Papegaaien had Arend ook. Hij liep 33 jaar lang elke ochtend naar de kooi om zijn twee ara’s te begroeten. En zij hem. De ara’s overleden vorig jaar kort na elkaar.
Kraanvogels staan hoog op zijn lijstje van favoriete vogels. Vroeger ging hij jaarlijks naar het Duitse eiland Rügen om trekvogels te bewonderen. „Och, duizenden kraanvogels! Nu ga ik niet meer, hoor. Ik word te oud.”
Rustplek in de garage
Snijder heeft nog vijf andere kraanvogels, maar die leven in een vogeltuin apart van zijn volgzame vriend omdat ze anders ruzie krijgen. Hij stapt de enorme vogeltuin achter het huis in om de dieren te voeren. Die komen vrolijk aangefladderd. „Hondenvreten, daar zijn ze dol op. Duur spul, maar ik heb het voor ze over”, zegt Snijder terwijl hij er eentje hondenbrokjes uit zijn hand laat eten.
Achter zijn huis heeft Arend Snijder nog meer kraanvogels. Foto: Jaspar Moulijn
Zijn trouwe kraanvogel slaapt in d’r eentje in een schuur, ‘s avonds mag ze bovendien in de garage naast het huis op een speciaal kussen uitrusten. Het beestje heeft van jongs af aan een manke poot en heeft pijn tijdens het lopen. „Hij kan zichzelf niet goed krabben door die poot, dus vindt het heerlijk als ik ‘m achter zijn kuif krab”, zegt Arend Snijder.
De vogelliefhebber loopt terug naar de voortuin en gaat verder met grasmaaien. Uiteraard hobbelt zijn vriend achter hem aan. „Die vogel, dat is m’n alles.”
De volgzame kraanvogel is trouw en eenkennig. Foto: Jaspar Moulijn