Anis Jadib uit Meppel deelt zijn mening via vlogs op sociale media, ook over het loyaliteitsexamen voor Marokkaanse Nederlanders. Foto: Marcel Jurian de Jong
Voor wie ben je? We stellen de vraag al meer dan twee weken aan mensen die in Groningen of Drenthe wonen en uit een deelnemend WK-land komen. Het is een vraag met een grote lading, vindt Anis Jadib (44) uit Meppel.
Niet voor iedereen natuurlijk. Wel voor heel veel Marokkaanse Nederlanders, zegt Jadib. Ben je voor Nederland of Marokko? Alsof er maar één goed antwoord bestaat. Zeg je Marokko, dan ben je vast niet loyaal aan Nederland. Zeg je Nederland, dan ben je je Marokkaanse roots vergeten.
Niemand die aan een Brit, Spanjaard of Italiaan zou vragen zijn afkomst in de prullenbak te gooien, zegt hij. Maar Marokkaanse Nederlanders moeten volgens hem steeds weer bewijzen dat twee liefdes naast elkaar kunnen bestaan. „En dat doen ze”, zegt hij. „Je kunt trots zijn op Nederland en tegelijk kippenvel krijgen bij het volkslied van Marokko. Dat is geen tegenstelling, maar een identiteit.”
Moge de beste winnen
De wedstrijden van zowel Nederland als Marokko heeft Jadib zo veel mogelijk gezien. Het is ook voor hem een bijzondere wedstrijd, zegt hij. „Het zijn de twee landen waar ik van hou. En moge de beste winnen.”
Maar zo makkelijk komt een Marokkaanse Nederlander er niet mee weg, weet Jadib ook. Heb je echt geen voorkeur? Ook niet een klein beetje? Je woont toch hier? En meer van dat soort vragen.
En ja, dan spreekt ook Jadib zich uit. „Ik heb een lichte voorkeur voor Marokko.” In één adem volgt de nuance: „Maar ik woon en leef in Nederland, ik hou van Nederland en ik gun het hen ook. Dus ik ben blij met wie er ook wint.”
Loyaliteitsexamen
Dit is volgens Jadib het schoolvoorbeeld van het loyaliteitsexamen dat Marokkaanse Nederlanders voorgeschoteld krijgen. „De vraag voor wie ik ben, en dat is volgens mij exclusief voor Marokkanen, wordt al snel politiek gemaakt. Waarom moet ik kiezen? Hangt een Italiaan de vlag uit als ie tegen Nederland moet, dan vinden we dat grappig. Doe dat als Marokkaan en je hoort dat we niet integreren. Geert Wilders gaat de barricade op en roept: zie je wel. Ik gun dat de politiek niet.”
Snijdt het hout? Maria Martinez Doubiani (27) en Mohamed Atif Afendi (28) uit Groningen kunnen Jadib wel volgen. „Ik zie het gewoon als een voetbalwedstrijd en stiekem hoop ik dat Marokko wint”, zegt Atif Afendi om te beginnen. Maar ook hij herkent in zijn omgeving de lading die de ‘voor wie ben je-vraag’ heeft. „Je woont hier, waarom ben je dan voor Marokko?”, is volgens hem zo’n opmerking. „Het heeft te maken met de trots op mijn roots”, is het antwoord. Maar ook dan volgt steevast een vervolg: „Als je zo trots bent, waarom woon je daar dan niet?”
Maria Martinez Doubiani (27) kocht dit weekend in het hol van de leeuw, in de oude medina van Casablanca, een shirt van Oranje. Foto: Eigen foto
Martinez Doubiani heeft naast Nederland en Marokko zelfs nog een ijzer in het vuur: ze woont in Nederland, heeft een Marokkaanse moeder en is geboren in Colombia, het land van haar vader. „Ik zie dit WK als win, win, win”, zegt ze vanuit Casablanca in Marokko. De Groningse kocht notabene in het hol van de leeuw een shirt van Oranje. „Ik ben trots op alle landen en op de afkomst en cultuur van mijn ouders. Maar ook op Nederland. Ik kan al deze landen liefhebben. Het is niet zwart-wit.”
Net iets harder
Jadib wil dat iedereen begrijpt dat hij achter Oranje staat, maar vanuit zijn komaf een trots en passie voelt voor Marokko. „Het gaat over een potje voetbal....”, verzucht hij. „Zodra het een loyaliteitsexamen wordt, betekent het dat ik bij wijze van spreken Nederland in de brand steek voor Marokko. Zo is het niet.”
Hij is er bovendien van overtuigd dat vrijwel iedere Marokkaanse Nederlander gewoon voor Oranje juicht als Marokko zelf niet meedoet. En als dat wel zo is, zoals in de nacht van maandag op dinsdag, en je zet iemand het mes op de keel, dan zullen de meesten gewoon net iets harder voor Marokko juichen.
Mohamed Atif Afendi uit Groningen ziet de confrontatie tussen Marokko en Nederland gewoon als een potje voetbal. Foto: Eigen foto
Tweederangs burgers
De verklaring voor het gevoel van veel Marokkanen is wat betreft de drie Marokkaanse Nederlanders niet ingewikkeld: ze worden te vaak weggezet als tweederangs burgers. „Het zit in kleine opmerkingen, zoals dat ouders vroeger zeiden dat hun kind niet met mij om moest gaan of dat ik minder snel word uitgenodigd voor een sollicitatie”, zegt Atif Afendi. Martinez Doubiani: „Toen ik jonger was, had ik altijd het gevoel dat ik beter mijn best moest doen om erbij te horen.”
Het is volgens de drie dan niet gek dat Marokkaanse Nederlanders juichen voor het land van hun roots. Dat is niet erg, vindt Jadib. Net zoals het niet erg is dat iemand anders voor Nederland is. „Gun het je buurman dat hij Hup Holland Hup roept. En als de ander Dima Maghreb (Hup Marokko, red.) roept, gun hem dat dan ook. Of nog mooier: ga samen kijken, want dat is misschien wel het allermooiste. Negentig minuten voetbal mag nooit belangrijker worden dan een leven samen.”