Daniel Jacobs (21) uit Meppel heeft er een bijzonder jaar opzitten. De student lucht- en ruimtevaarttechniek nam een jaar lang plaats in een studententeam dat bouwt aan een waterstofauto. Het team Forze Hydrogen Racing deed onlangs mee aan een racewedstrijd op het TT Circuit in Assen.
„De autosport zoals op die op dit moment is, heeft heel veel overlap met de luchtvaart”, legt hij zijn (tijdelijke) keuze voor de auto uit. „Er is heel veel innovatie die kan worden toegepast op beide gebieden.”
En er is nog iets: „Ik ben al vanaf jonge leeftijd groot fan van auto’s en van de autosport. Dat is iets waar ik altijd naartoe wilde werken, daarom koos ik ook voor deze studie en ben ik vrijwilliger op het circuit in Zandvoort.”
Toevoeging voor leerproces
Dat kwam allemaal samen in het team waar hij vorig jaar voor solliciteerde. Elk jaar wisselt het team, dat bestaat uit allemaal vrijwilligers. „Je doet het dan een jaar fulltime, dus eigenlijk neem je een tussenjaar, en dan wisselt het door. Ik heb net mijn laatste dag gehad en mijn opvolgers opgeleid.”
Toch voelt het voor hem niet alsof zijn studie stillag. „Ik heb hier zoveel van geleerd, dat ik het meer zie als een jaar van m’n studie. Het voegt heel veel toe aan het leerproces om fysiek bezig te zijn in plaats van in de boeken.”
Met zijn team, dat bestaat uit zo’n dertig fulltime leden, bouwde hij voort op ervaringen van de afgelopen jaren. Verschillende teams werkten aan de ontwikkeling van de Forze IX, vorig jaar begon de opbouw. „De eerste meters heeft ‘ie aan het eind van vorig jaar gehad. En wij hebben een rollende auto omgezet naar een auto die kan racen.”
Daniel Jacobs. Foto: Forze Hydrogen Racing
En dat kan het voertuig: het heeft een topsnelheid van 190 kilometer per uur. Die snelheid wordt bereikt door het chemisch samenkomen van waterstof en zuurstof. In een brandstofcel wordt daarmee voldoende kracht opgewekt om het voertuig te laten rijden. Die is voorzien van drie tanks met waterstof, onder hoge druk.
„We kunnen bij gewone waterstoftankstations tanken”, legt Jacobs uit. „En het mooie is dat deze techniek rechtstreeks toepasbaar is in gewone auto’s. Daarom werken we ook samen met bedrijven die geïnteresseerd zijn in ons team.”
Positieve reacties
Tijdens de wedstrijd reed de auto mee in de Supercar Challenge, een raceklasse die normaal wordt gedomineerd door auto’s op fossiele brandstoffen. En hoewel de auto nog vol in ontwikkeling is – de topsnelheid moet boven de 300 kilometer per uur uit gaan komen – kon het voertuig deze race al aan. De auto is nu voorzien van twee motoren, uiteindelijk moet er voor elk wiel een aparte motor komen.
Jacobs was tijdens de race en in de aanloop daar naartoe ‘simulation en control engineer’. „Ik was samen met mijn collega’s verantwoordelijk voor het testen van de auto. We hebben in de garage heel veel getest om ervoor te zorgen dat alle elektronische systemen zo betrouwbaar mogelijk waren. En tijdens het raceweekend moesten we alles in de gaten houden en een data-analyse doen. Als er iets kapot zou gaan, moesten we dat ook repareren.”
Er ging niks kapot. „Tijdens het weekend heeft ‘ie alles goed volgehouden. Dat was dus een mooi staaltje, de eerste racekilometers. Het is echt een geslaagd weekend geweest voor mij en het hele team”, blikt Jacobs terug. „We zijn trots dat we deze eerste stap op het circuit hebben kunnen zetten. De reacties van het publiek waren enorm positief.”
Nu moet hij het bouwen aan de auto weer loslaten en begint straks de studie weer. „Ik kan heel veel mensen uit het team wel mijn vrienden noemen na dit jaar. Je zit dus al die tijd met een bepaalde vriendengroep, dat is er zometeen toch niet meer”, zegt hij een beetje weemoedig.
„Het wordt echt wel even weer kijken hoe het studeren gaat. Het zou me niet verbazen dat ik, als ik straks weer naar de campus ga fietsen, dan nog eens een verkeerde afslag neem”, zegt hij met een lach.