De kinderrechter ontslaat Jeugdbescherming Noord in de zaak van een nu 5-jarige Drentse jongen. Die bleef alleen achter nadat zijn vader in 2024 zijn moeder vermoordde.
De vader van het kind pleegde daarna zelfmoord. De rechtbank heeft besloten de voogdijen daarmee het gezag over het kind bij JB Noord weg te halen.
Uit de uitspraak van drie kinderrechters van maandag 12 januari blijkt dat JB Noord niet volgens richtlijnen handelde. Zo werd het Handelingsprotocol na partnerdoding niet gevolgd. Ook duurde het anderhalf jaar voordat er überhauptspecialistische hulp voor de getraumatiseerdejongen kwam. „Volstrekt ontoereikend en onbegrijpelijk”, volgens de rechtbank.
Verscherpt toezicht
De toen 3-jarige jongen verloor zijn moeder Sandra toen zijn vader haar op 5 mei 2024 vermoordde. De man pleegde daarna zelfmoord. JB Noord werd aangewezen als voogd. DVHN schreef in 2025 uitgebreid over deze verdrietige zaak.
JB Noord is een zogeheten gecertificeerde instelling en voert door de rechter opgelegde jeugdbeschermingsmaatregelen uit. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) stelde de organisatie vorige zomer onder verscherpt toezicht vanwege grote zorgen over de bescherming van kinderen in Drenthe en Groningen.
‘JB Noord ging niet uit van partnerdoding’
De inmiddels 5-jarige jongen kreeg drie verschillende verhalen over de dood van zijn ouders te horen. Een daarvan kwam van de familie van de vader die stelt dat zij „in een liefdevolle omhelzing levenloos in bed zijn aangetroffen”.
Ook de jeugdbeschermers van JB Noord vinden dat er meerdere scenario’s kunnen bestaan over de doodsoorzaak van de ouders van het kind.
Dat staat haaks op de lezing van het Openbaar Ministerie. Die stelt dat de moeder door de vader is vermoord, waarna hij zelfmoord pleegde.
De kinderrechters zijn ook klip en klaar: er is - anders dan JB Noord stelt - ‘geen ander reëel scenario’ dan dat de vader de moeder heeft vermoord. Dat JB Noord vast blijft houden aan meerdere scenario’s noemen de rechters ‘onbegrijpelijk’. „Het werken met verschillende verhalen is schadelijk voor een kind”, schrijft kinderpsychiater Peter Dijkshoorn in een verklaring die door de oma van moederszijde werd ingebracht.
Betrokken jeugdbeschermers van JB Noord betoogden dat er geen ontwikkelbedreiging voor de jongen was. Er speelden „enkel wat zaken die extra aandacht behoeven”. De rechtbank noemt dit „onnavolgbaar”. Het feit dat beide ouders op dezelfde dag om het leven kwamen, is volgens de kinderrechter al reden om te spreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.
De Raad voor de Kinderbescherming gaat ook uit van moord. En vindt het essentieel dat de 5-jarige jongen dat weet.
Een van de oma’s van de jongen (van moederszijde) vindt dat JB Noord ernstig heeft verzaakt als voogd. Haar kleinzoon is toen zijn ouders nog leefden slachtoffer geworden van ernstig huiselijk geweld. Er zijn geluidsopnames die dit bevestigen. Herhaaldelijk trok zij hierover aan de bel, maar JB Noord deed er niks mee.
De oma heeft de kinderrechters fijntjes gewezen op het feit dat JB Noord onder verscherpt toezicht staat van de IGJ. Die twee zaken kunnen volgens haar niet los van elkaar worden gezien. Volgens de oma ontbreekt het JB Noord aan ‘deskundig en gespecialiseerd personeel’. JB Noord vindt dat deze twee dingen in ‘dit dossier niet spelen’.
De rechters zien die koppeling wel. Ze stellen vast dat er flinke gebreken zijn geconstateerd bij JB Noord in dit gevoelige dossier. Gebreken die terug zijn te voeren naar het rapport van de IGJ.
Zorgen over pleeggezin waar jongen nu verblijft
De jongen woont sinds september bij een pleeggezin naast zijn ouderlijk huis. Hoewel hij daar nu goed lijkt te functioneren, vraagt de rechtbank zich af of deze plek op de lange termijn geschikt is. De Raad noemt het zorgelijk dat deze pleegouders eigen interpretaties over de relatie van de ouders met het kind delen.
Het contact met oma van moederszijde is door JB Noord teruggebracht van eens per twee weken naar één nacht per vier weken, zonder maatwerk. JB Noord vindt dat ‘passend bij een gezonde grootouder-kind-relatie’. JB Noord gaat hierbij volgens de kinderrechter ‘wederom ten onrechte voorbij aan de bijzondere omstandigheden van deze casus’.
De voogdij van JB Noord wordt uiterlijk per 1 juni beëindigd. De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt wie de voorlopige voogdij moet krijgen en rapporteert uiterlijk 30 maart. Eind april volgt een nieuwe zitting.