Gerrit Kiers werkte een halve eeuw als postbode en kijkt vol tevredenheid achterom. Foto: Boudewijn Benting
'Ga op zaterdag maar bij de post aan de slag. Kun je wat centen verdienen.' Dit kreeg Gerrit Kiers uit Emmen op 16-jarige leeftijd te horen van zijn vader. Hij ging en kreeg er geen spijt van. Afgelopen maand zwaaide hij af, na 50 jaar trouwe dienst.
Gerrit Kiers kon best goed leren. Maar hij had er weinig aardigheid in. ,,Ik ging in Emmen naar de havo en ook nog naar mts. Beide scholen verliet ik zonder diploma. Het boeide me gewoon niet zoveel”, zegt de inmiddels 66-jarige Kiers.
Het kwam allemaal goed. Als tiener ging hij aan de slag als postbode en trad daarmee in de voetsporen van zijn vader. ,,Grijs uniform aan, pet op, strik om en op pad. Ik vond het heerlijk en dat bleef zo tot op de laatste dag.’’
Met vader op pad
Kiers groeide op in Noordbarge, pal tegenover de openbare lagere school, ook wel OLS III genoemd. ,,De enige school die ik wel heb afgemaakt, ik hoefde alleen de straat maar over te steken’’, glimlacht Kiers.
Hij groeide op in een klein gezin. „Vader, moeder en twee kinderen; mijn jongere broer Willem en ik. Mijn vader verdiende aanvankelijk de kost als timmerman, maar na verloop van tijd switchte hij naar de PTT. Ik zie hem nog zo rijden op zijn fiets, in zijn toen nog zwarte PTT-uniform.”
Henderik Kiers, de vader van Gerrit, in zijn zwarte PTT-uniform. Foto: Collectie familie Kiers
Op 7 juni 1975 werd Kiers junior ook postbode. Het contact dat hij die dag tekende heeft hij nog in zijn bezit. Voor 3,86 gulden plus 13 cent toeslag per uur trad hij als hulpkracht in dienst van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie.
,,Of mijn vader dat mooi vond? Ik denk het wel, maar hij liet het niet zo merken.’’ Samen fietsten ze met grote regelmaat naar de postkantoren aan de Hoofdstraat en de Weerdingerstraat in Emmen om de door hun te bezorgen poststukken op halen.
Privatisering
Nadat vader Henderik begin jaren tachtig met de vut ging, ging zoon Gerrit gewoon door. ,,Het beviel me nog altijd uitstekend. Het is schoon werk, je bent buiten, in beweging en je komt ook nog eens onder de mensen. Zeker als je wat langer in hetzelfde gebied de post rondbrengt, leer je de mensen daar wat beter kennen.”
Regen, sneeuw, storm? Kiers maakte zich er nooit druk over. ,,Natuurlijk kwam ik met enige regelmaat kletsnat thuis. Maar dat zijn geen drama’s, dat hoort bij het werk. En vaak scheen de volgende dag de zon gewoon weer. Honden? Ook geen problemen mee gehad. Nog nooit door eentje gebeten.’’
Emmenaar Gerrit Kiers bezorgde vijftig jaar lang de post en deed dat altijd op de fiets. Foto: Boudewijn Benting
In de loop der jaren had Kiers vier verschillende soorten bedrijfskleding. Maar er veranderde meer. Machines maakten het handmatig sorteren van poststukken overbodig. ,,Later hoefden we ze als postbodes ook niet meer op de juiste volgorde te leggen, zodat ze precies klopten bij jouw route.’’
De grootste verandering in zijn loopbaan was volgens Kiers de privatisering van de PTT in 1989. ,,Daarna kreeg het bedrijf meermaals andere namen, maar het werd vooral veel zakelijker allemaal, de aansturing van bovenaf. Gevoelsmatig kregen mensen minder een band met het bedrijf. Het gevoel van saamhorigheid werd minder.”
Voetballende postbodes
Wie postbode en Emmen zegt, zegt ook voetbal. Jarenlang had de PTT in Emmen en omgeving postbodes in dienst die op hoog niveau voetbalden. Jongens als Rinus Brinkman en Henk Lodestein (oud-profs van Veendam, red.), Jaap Idema, Puck Horstman en Bennie Borghuis. Het landelijke PTT-team had meerdere spelers die uit Emmen kwamen.
Kiers: ,,Of de PTT in Emmen ze erop selecteerde weet ik niet, maar het was wel opvallend. En ook leuk, uiteraard. In die tijd had de PTT ook een eigen visvereniging. Het was een heel fijne tijd. Op oudejaarsdag werden er oliebollen gebakken en dronken we met zijn allen een borrel.’’
Het contract dat Gerrit Kiers in 1975 tekende bij de PTT. Foto: Boudewijn Benting
Dat het in de loop der jaren voor zijn gevoel allemaal wat zakelijker werd, zorgde er niet voor dat Kiers de lol in zijn werk kwijtraakte. Ook het feit dat hij de laatste twaalf jaar werd ingezet in Assen in plaats van in zijn woonplaats Emmen, leverde geen chagrijn op.
,,In al die jaren heb ik nooit overwogen om wat anders te gaan doen. Dat zegt, denk ik, wel genoeg. Zoveel mensen zijn er niet die het vijftig jaar volhouden bij dezelfde werkgever, al kreeg die werkgever dan wel steeds andere namen. Ik had mooi werk en fijne collega’s waar ik heel blij mee was. Nou, als je dat kunt zeggen als je afzwaait, dan mag toch heel tevreden terugkijken?’’