Postbode Harm Weerman uit Odoorn. Foto: Boudewijn Benting
Pel je het leven van Harm Weerman (62) af, dan blijft als kern ‘onderling contact’ over. Want daar draait uiteindelijk alles om. De postbode kent iedereen in zijn Odoorn, omgekeerd is dat ook het geval. Vrijdag maakte hij zijn laatste ronde.
„Zo, even het hobbelpaard in het zweet jagen.” Met die opmerking stapt Harm Weerman doorgaans naar de fysiotherapeut. „De conditie wordt gelukkig steeds iets beter.”
Weerman moest van ver komen. Precies een jaar geleden kreeg zijn vriendin Akke Bouma (51) een telefoontje vanuit het ziekenhuis. Ze moest haast maken, want de combinatie van een chronische longontsteking, griep en corona dreigde de postbode uit Odoorn fataal te worden.
Fietsende postbode
Weerman kwam er bovenop en kon tot zijn grote genoegen zijn werk als postbode weer oppakken. Het is zijn lust en zijn leven. Vrijdag was zijn laatste werkdag. „In februari 1980 ben ik aangenomen bij wat toen nog PTT Post heette. De eerste dertig jaar was ik de fietsende postbode. Via TPG Post en TNT Post val ik nu onder PostNL.”
Met alle overnames veranderden ook de werkzaamheden. En het sorteergebied. „Ik bezorg nu soms ook in plaatsen als Jipsingbourtange en Rheeze en Diffelen in Overijssel.” De fiets is al tijden geleden ingeruild voor de auto.
De voorliefde voor postbezorging ontstond door een krantenwijkje die hij als schooljongen had voor toen nog het Nieuwsblad van het Noorden. Het eropuit trekken, het praatje onderweg; Weerman genoot ervan. Later als postbode hielp hij mensen bijvoorbeeld ook bij het invullen van de meterstanden.
‘Ik voel me soms net een robot’
Met weemoed kijkt Weerman terug op zijn beginperiode als postbode. Toen hij nog een echt uniform droeg. Toen je nog de eed of de belofte moest afleggen, want hij moest ook aangetekende stukken bezorgen en dagvaardingen uitreiken. „Dat laatste is er al jaren niet meer bij, tot mijn spijt. Het werk is steeds meer uitgehold. Vroeger sorteerde je eerst de post, nu ligt alles al klaar. Het hoeft alleen nog maar in de bus gedaan te worden, zonder ook maar een keer aan te hoeven bellen. Want de pakketjes doet weer iemand anders. Ik voel me soms net een robot. Contact met de mensen is er haast niet meer bij. Dat is zo jammer.”
Harm Weerman heeft de fiets al tijden geleden ingeruild voor de auto. Foto: Boudewijn Benting
Nee, dan de tijden dat hij enkel met twee voornamen, de woonplaats Klijndijk, de auto waarin de geadresseerden reden en de melding dat ze Gardena tuingereedschap gebruikten de kaart wel op de juiste plek kreeg. Ons kent ons. Toen hij 25 jaar in dienst was, nodigde hij via een advertentie iedereen uit zijn regio (het zandgebied van de gemeente Borger-Odoorn) uit voor de receptie. Weerman wilde gewoon niemand vergeten.
Uithangbord muziekvereniging OD
Want naast zijn werk als postbode is hij actief bij bijvoorbeeld de EHBO en de organisatie van de kerstmarkt in zijn dorp. Jarenlang was hij tambour-maître bij de muziekvereniging ODO. Oftewel degene die zwaaiend met de grote stok voor de fanfare uitloopt. „Je bent als het ware het uithangbord. Je draagt de club uit. Met een mooie zwaai naar rechts aangeven dat we die kant op moesten, en ondertussen gewoon alles goed in de gaten houden.” Dat paraderen was hem op het lijf geschreven.
Jarenlang was hij ook aulabeheerder, samen met zijn vader. „Het is mooi als je ook op verdrietige momenten iets voor de mensen kan betekenen.” Zijn ouders hadden vroeger een groente- en fruitzaak in het dorp, later de bloemenzaak van zijn zus Lientje. „Mijn ouders stonden net zo in het leven als ik. Altijd in voor een praatje, de koffie stond altijd klaar. Het was de zoete inval.”
Ruim honderd jaar geleden begonnen zijn opa en oma een winkeltje in een boerderij aan de Hammeersweg. Weerman en zijn vriendin wonen inmiddels al jaren op dit adres, waar hij ook nog eens werd geboren. „Kijk, vanuit deze kamer werden de groenten verkocht. In die tijd vooral conserven.”
Aan de stamtafel
Tegenwoordig schuift Weerman wekelijks aan bij de bewoners van De Paasbergen. „Aan de stamtafel. ‘Hé, daar heb je die postbode weer’, zie je de oudjes denken. Die zal wel wat te vertellen hebben.” Ze worden niet teleurgesteld.
Stilzitten zit niet in Weermans bloed, dus hoe ziet volgend jaar eruit? „Ik durf het bijna niet hardop te zeggen, maar als ik me komend voorjaar wat beter voel heb ik wel zin in een vakantiebaantje. Als postbode! Een of twee dagen in de week lijkt me wel wat.”