Burgemeester Eric van Oosterhout (m) in gesprek met asielminister Bart van den Brink (r) op de opvanglocatie van het COA in Ter Apel. Foto: Boudewijn Benting
Emmen en Nieuw-Weerdinge krijgen extra boa’s en toezichthouders om overlast van asielzoekers tegen te gaan. Het ministerie van Asiel en Migratie betaalt voor de inzet van vijftien extra paar ogen.
Dat maakte asielminister Bart van den Brink (CDA) maandag bekend na zijn werkbezoek aan het aanmeldcentrum van Ter Apel. Het gaat om zes extra buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), een teamleider en acht toezichthouders. Het ministerie betaalt een jaar lang voor het extra toezicht.
Emmen kampt al tijden met lastige asielzoekers uit Ter Apel. In het overvolle aanmeldcentrum verblijven veel asielzoekers met een kansarme aanvraag, dat zijn er nu zo’n 600 tot 700. Sommigen stelen uit winkels, ook in Emmen. Winkeliers zijn dat beu, het kost hen veel geld en tijd. Ook veroorzaken asielzoekers overlast bij het stationsgebied Emmen, omdat ze bijvoorbeeld geen geld hebben voor een kaartje of doordat ze onder invloed van drugs of alcohol zijn.
‘Onverteertbaar’
„Asielzoekers die overlast veroorzaken zijn zeer hinderlijk voor de gemeenschap”, zegt Van den Brink, sinds twee weken de nieuwe asielminister. „De gemeente Emmen heeft al langere tijd last van ongeregeldheden en dat is onverteerbaar voor bewoners. We ondersteunen de gemeente nu met extra toezicht en handhaving, zodat sneller kan worden opgetreden tegen overlast.”
De boa’s gaan handhaven in het centrum van Emmen, het stationsgebied en in Nieuw-Weerdinge. De toezichthouders zorgen voor extra zichtbaarheid op straat en kunnen bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van overlast, zegt de minister.
In de praktijk zullen ze veel patrouilleren op de looproute van Ter Apel naar Emmen, zegt burgemeester Eric van Oosterhout. „We hebben nu voldoende ogen om 24 uur per dag toezicht te houden.” Het onderliggende probleem van de veiligelanders in Ter Apel is nog niet opgelost, erkent hij. „Maar dit helpt zeker en geeft ook ruimte voor onze boa’s om ook eens in andere dorpen en wijken te zijn.”