‘Als ik later groot ben, ga ik weer in een wagen wonen.’ Dat riep Marie Smit (44) uit Emmen als ze vroeger bij familie was. ,,Sommige mensen zeggen: wat maakt het nou uit waar je woont? Maar het is zoveel meer dan alleen de wagen.”
Om dat gevoel uit te dragen, hielp Smit afgelopen jaar mee aan de tentoonstelling Volk van de ventweg – Reizigers in Drenthe, die vanaf zondag 16 maart is te bezichtigen in het Drents Museum. Daarin richt het museum de blik op de rijke geschiedenis van reizigers in Drenthe. ,,Ik ben hartstikke trots, we hebben er hard voor gewerkt.”
Smit zet zich al langer in voor haar gemeenschap. Sinds 2018 strijdt ze met een aantal vrouwen voor uitbreiding van het aantal standplaatsen op woonwagencentrum De Ark in Emmen, waar een groot tekort aan is.
Opgroeien in reizigerscultuur
Smit kan dat weten, ze groeide zelf op in de wijk Emmermeer. Haar voorouders waren reizigers en komen dus van overal en nergens. Haar vader groeide op het grote kamp in Hoofddorp op, haar moeder komt uit Emmen. ,,Mijn opoe reisde met de wagen en ging destijds in Hoofddorp staan. Zo hebben mijn ouders elkaar leren kennen”, vertelt ze.
Smit herinnert zich Emmermeer als een gezellige, gemixte volkswijk. ,,Wij gaan naar de scholen hier, burgervriendinnetjes gingen vroeger ook best vaak met ons mee. En mijn zoon gaat nu met een burgermeisje.”
Maar het was niet altijd makkelijk, opgroeien in de reizigerscultuur terwijl je niet op het woonwagenkamp woont. Op het kamp deel je bijvoorbeeld alles. ,,Daar laat je je speelgoed in de speeltuin liggen, dan kan iemand anders ermee spelen.” Smit herinnert zich hoe het ging toen ze een jaar of 5 was. ,,Ik liep door de paadjes en daar lagen een emmertje en een schepje. Ik pakte het op om ermee te spelen. Ik zou het heus wel terugleggen, ik leende het alleen. Maar toen kwam er een mevrouw naar me toe: ‘Je steelt ons speelgoed’. Ik snapte dat echt niet.”
Ze woont nog steeds in Emmermeer, in een ‘burgerwoning’, samen met haar man, haar zoons van 20 en 23 jaar en dochter van 18. Al sinds haar achttiende staat Smit op de wachtlijst van De Ark. Samen met inmiddels 225 andere gezinnen. Komen zij, laat staan haar kinderen, ooit nog aan de beurt?
Zo dicht mogelijk bij De Ark
Voordat het rondtrekken met woonwagens verboden werd en woonwagencentra ontstonden, verdienden de reizigers (of: woonwagenbewoners) eeuwenlang hun dagelijks brood door rond te trekken als seizoenarbeiders of kooplui. In de gemeente Emmen staat het gros van de woonwagens en woonwagenwoningen tegenwoordig op De Ark: dat zijn er ongeveer honderd. Andere, kleinere, locaties zijn te vinden aan de Valtherlaan, de Gierzwaluw, het Lijsterveld en de Vleerackers.
Emmermeer is eigenlijk een uitwijkplaats, omdat woonwagencentrum De Ark vol is. De meeste woonwagenbewoners in Emmermeer wonen direct aan de andere kant van de Odoornerweg, om toch zo dicht mogelijk bij De Ark te zijn. ,,Dan kun je lopend het kamp op”, vertelt Smit.
De Emmense mist dat. De hele dag aan kunnen waaien voor een bakje koffie bij tante of nicht. ,,Te pas en te onpas binnenlopen, zo werkt dat bij ons.” En ben je net op visite als het eten klaar is? ,,Dan krijg je toch ook gewoon een bordje?” Of ’s ochtends tijdens het schoonmaken je radio lekker aanzetten, zonder dat er buren op de stoep staan met de vraag of het allemaal wat zachter kan.
Gewoon, leven met andere mensen uit de reizigerscultuur. Het echte woonwagengevoel. De sociale controle, die zo sterk is op het kamp. ,,Het is toch je cultuur, je erfgoed waar je naartoe wil”, zegt Smit. ,,Je kunt een agrariër ook niet in een flatje in de Bijlmer stoppen.”
‘Ik ken alle families’
Op het woonwagenkamp ben je er voor elkaar van speen tot steen, omschrijft Smit dat gevoel. Natuurlijk – woonwagenbewoners zijn allemaal individuen en ook op woonwagencentra geldt: leven en laten leven. Maar als er een baby wordt geboren, of als er iemand in het ziekenhuis ligt, dan staat de gemeenschap er. ,,Ik ken alle families. Het is met elkaar en voor elkaar. Samen met elkaar opgroeien, bij elkaar zijn, dat is voor mij het allerbelangrijkst. Het is een heel veilig gevoel.”
Haar kinderen weten niet beter dan wonen in een burgerwoning. En toch, als zoon Rinus (20) moet kiezen tussen een woning of een woonwagen? ,,Een woonwagen”, antwoordt hij resoluut. Want, in zijn woorden: ,,Je vraagt een hond toch ook niet waarom hij in een roedel leeft?”
Strijd om meer plaatsen
Smit richtte in 2018 bewonerswerkgroep De Rolleman – Bargoens voor een woonwagen – op, een groep van vijf vrouwen die ‘terug de wagen in’ wil en daarom met de gemeente Emmenbezig is om het aantal standplaatsen op woonwagencentrum De Ark uit te breiden.
,,Het tekort aan vakken wordt alleen maar groter als er niet wordt uitgebreid”, zegt Smit. Vakken waarop woonwagens staan, blijven doorgaans in dezelfde familie. Maar als in een gezin met drie kinderen de oudste het vak krijgt, dan hebben de andere twee geen vak meer. Zonder uitbreiding dus ook geen doorstroming, legt Smit uit. ,,Er zal altijd een wachtlijst blijven bestaan, maar er is nu niet eens een káns op een plek. We zijn bang dat onze cultuur uitsterft.”
Haar ouders wonen inmiddels weer op De Ark, waar ze in 2008 vanuit Emmermeer naartoe verhuisden. ,,Dat was ook een hele strijd. Het duurde dik tien jaar voordat er tien woningen bijkwamen aan De Tip, aan de rand van De Ark. Ze hadden liever een wagen gehad, maar dat werd direct afgewezen.”
Verstening
Volgens Smit is de afgelopen decennia nauwelijks sprake geweest van uitbreiding. Toen De Ark in 2014 werd gerenoveerd en er wagens tussenuit werden gehaald omdat de afstanden niet brandveilig genoeg zouden zijn, verdwenen in de ogen van de woonwagenbewoners standplaatsen. Maar volgens de gemeente Emmen breidde De Ark juist uit, omdat de gemeente op die vakken woonwagenwoningen heeft laten plaatsen.
Woonwagens en woonwagenwoningen zijn niet hetzelfde. Maar woonwagens zijn amper te financieren. Hypotheekverstrekkers gaan liever voor huizen. Verstening op het kamp, zo noemt Smit dat. En dat steekt. ,,Hypotheken zijn nauwelijks te krijgen. En als je in een slechte wagen woont die moet worden vervangen en je kunt veel makkelijker een nieuw huisje krijgen als je je vak opheft, dan kies je daar natuurlijk voor. Het is vechten tegen de bierkaai”, verzucht ze.
Uitbreiding met honderd plaatsen
De bewonersgroep ziet nu het liefst een uitbreiding met honderd plaatsen. Vorig jaar zegde Emmen 38 standplaatsen toe, waarvan twaalf sociale huurunits. ,,Het is een mooi begin”, zegt Smit. Maar woningcorporatie Lefier trok zich op het laatste moment terug vanwege de financiering.
Marie Smit wijst waar de uitbreiding van woonwagenkamp het Ark moet plaatsvinden. Foto: Jari Leijssenaar
De uitbreiding komt er wel, denkt Smit, al kan ze niet zeggen wanneer. Het vertrouwen dat de woonwagenbewoners steeds meer door de gemeente Emmen worden gehoord, is er wel. En toch... Lefier dat zich terugtrekt, het helpt niet. ,,Ik gun echt iedereen een woonplek, begrijp me niet verkeerd. Maar er is altijd iets of iemand anders die belangrijker is. Ik vind dat het nu ook wel eens tijd mag worden voor ons.”
Hoop op meer begrip
Woonwagenbewoners voelen zich wel vaker met de nek aangekeken. ,,Als je een nieuwe baan hebt, zeg je niet zo maar dat je van het kamp komt. Je moet je voor je gevoel eerst bewijzen. Er is vaak een vooroordeel. Die ‘kampers', die zijn anders, asociaal, dom. Zo staan we ook vaak in de media. Maar dat klopt helemaal niet.”
Smit lepelt zo een paar voorbeelden op. ,,Mijn oudste zat op het vwo toen een leerkracht zei: ik snap niet wat je hier doet, ik wist niet dat er slimme kampers bestonden. Mijn zoon vroeg of hij dat ook bij de directeur wilde herhalen. Toen zei hij dat het een grapje was. Maar dat is natuurlijk niet grappig. Dat kwetst."
Ze hoopt op meer begrip voor haar cultuur en de strijd voor meer standplaatsen met de tentoonstelling in het Drents Museum. ,,Ik hoop dat veel mensen gaan kijken, al is het maar voor een klein beetje begrip. Het is mooi om te zien voor reizigers en voor burgers. Ik hoop dat we een stukje dichter naar elkaar toekomen.”