Bewoners van het woonwagenkamp aan de Lonerstraat in Assen, 1962-1968. Foto: Drents Archief, Collectie gemeente Assen
De tentoonstelling Volk van de ventweg-Reizigers in Drenthe die vanaf zondag te zien is in het Drents Museum wil geen idealistisch maar realistisch beeld schetsen van woonwagenbewoners.
,,Deze tentoonsteling is veel meer dan een uitstalling van objecten’’, stelde directeur Harry Tupan van het Drents Museum woensdag tijdens de perspreview. Via de tentoonstelling krijgen bezoekers onder meer inkijkjes in de wereld van de huidige Drentse reizigers en wordt op zoek gegaan naar ‘het woonwagengevoel’.
‘Relevante groep inwoners’
Volgens Tupan is het idee van de expositie al meer dan tien jaar oud. ,,Het is een relevante groep inwoners die we graag een podium en aandacht willen geven, maar lange tijd konden we niemand vinden die dat op een goede wijze kon oppakken.’’
Dat veranderde met de aanstelling van Jan van Zijverden tot conservator geschiedenis en zijn enthousiasme over reizigers in Drenthe en - eerder al - de tentoonstelling over de Molukse gemeenschap.
Grote Mercedes 180D
Directeur Tupan, geboren en getogen in Hoogeveen, verhaalde over zijn jonge jaren in deze gemeente en de bezoekjes met zijn vader aan het woonwagenkamp in Noordscheschut. ,,Mijn vader reed midden jaren 60 in zo’n grote Mercedes 180D. Als een band of uitlaat kapot was gingen we niet naar de garage maar naar het woonwagenkamp.’’
Daar zorgde een bekende dat de boel gemaakt werd. De jonge Harry mocht dan tussen het oud ijzer rondstruinen en emblemen van sloopauto’s afhalen. ,,Mijn eerste embleem, van een NSU Prinz, bewaar ik nog altijd in een schoenendoos op zolder.’’