Annie Veenstra met hondje Lola. ,,Mijn opoe is de reden dat ik meedoe aan de tentoonstelling.'' Foto: Sake Elzinga/Drents Museum
De tentoonstelling Volk van de ventweg - Reizigers in Drenthe, vanaf 16 maart te zien in het Drents Museum, belicht marskramers, seizoenarbeiders, woonwagenbewoners en hedendaagse reizigers. Onder wie Annie Veenstra uit Coevorden en Bart Bauer uit Hoogeveen.
Op de eettafel ligt een kleine crucifix met een gehavende Jezus. Hij mist een arm. Voorzichtig pakken medewerkers van het Drents Museum het religieuze kleinood in.
,,Van de opa van mijn oma geweest,’’ zegt Annie Veenstra (41). ,,Al heel oud dus.” Het verhaal erachter: ze hadden vroeger geen dartbord, maar deden spelletjes met mesgooien. Een soort voorloper van het huidige darts. Op een keer raakte een mes Jezus.
Afzwaaier, kan gebeuren.
,,Opa heeft hem weer met een touwtje aan het kruishout vastgemaakt.’’ De rechterarm was kennelijk niet meer te redden.
En zo heeft elk voorwerp dat vanaf 16 maart in het Drents Museum wordt tentoongesteld een verhaal. Trouwboekjes, distributiekaarten, gebreide sokjes, sieraden, communiekleding, oude foto’s, muziekinstrumenten, gebruiksvoorwerpen. De expositie geeft een bijzonder en openhartig inkijkje in de leefwereld en cultuur van woonwagenbewoners. Voor het eerst vertelt deze groep op deze plek in woord, beeld en via tal van persoonlijke memorabilia hun verhaal.
Best spannend, vinden werkgroepleden Annie Veenstra en Bart Bauer. Ze groeiden op op een woonwagenkamp; Annie in Coevorden, Bart in Noordscheschut. Inmiddels wonen ze beiden in een stenen rijtjeswoning. ,,Ik moet nog steeds wennen aan de trap naar boven'’, zegt Annie. Aan het leven in de woonwagen bewaart ze warme herinneringen. ,,Het kamp is een veilige omgeving. De deur staat altijd open. Je voelt je beschermd. Ik mis die vrijheid en onbevangenheid.”
‘Woonwagenkamp was geweldig’
Bart Bauer (53) onderschrijft dat. ,,Het woonwagenkamp was geweldig. Ik had er een hechte vriendengroep. We zaten samen op school, naast het kamp. Ik bewaar er erg goede herinneringen aan.’’ Later moest de familie Bauer verkassen naar een kleiner kampje aan de Bootzelaerstraat in Hoogeveen. De grond in Noordscheschut zou vervuild zijn, was het verhaal. ,,Maar een jaar later werden daar aardappels verbouwd... Dat lijkt me dan niet zo gezond, toch?’’
Bart, toen 16 jaar, had het maar lastig met die gedwongen verhuizing. ,,Ik vond het een regelrechte ramp en voelde me ver verwijderd van mijn vrienden. Opeens moesten we elkaar bellen.’’ Ook had hij het idee in een dierentuin te zitten, waar de woonwagenbewoners als aapjes werden bekeken. „Fietsers verdraaiden bijkans hun nek om ons te kunnen zien. Eentje knalde op die manier zelfs tegen een lantaarnpaal. Dat was dan wel weer leuk.’’
‘Twaalf ambachten, dertien ongelukken’
Bart woont al een tijd niet meer in een woonwagen. Hij is vanwege een bedrijfsongeval bij een vrachtwagenbouwer afgekeurd, maar was voorheen in verschillende sectoren actief. ,,Twaalf ambachten, dertien ongelukken’’, grijnst hij. ,,Internationaal chauffeur, stratenmaker, oud ijzer venten, bij een coatingbedrijf gewerkt, met de vuilnisauto gereden.’’
Annie werkt in de ouderenzorg, haar man handelt in oud ijzer. Het echtpaar heeft drie kinderen. Het leven in de volksbuurt in Coevorden bevalt haar. Er wonen meer oud-woonwagenbewoners. ,,Het is hier gezellig, er hangt een goede sfeer.’’
Bart, vader van een zoon en dochter, doet mee aan de tentoonstelling omdat hij veel woonwagenbewoners kent en makkelijker mensen zover krijgt om ook mee te werken. Zowel hij als Annie hopen dat de expositie leidt tot meer begrip, minder vooroordelen en een andere kijk op woonwagenbewoners.
‘Doodnormale mensen’
,,Al nuanceren we het beeld en imago maar bij een klein deel van de bezoekers, dan is dat mooi meegenomen’’, meent Bart. ,,Die gaan toch weg met een ander gevoel en vertellen dat weer door. We zijn doodnormale mensen, met onze eigen zorgen en problemen. En oké, we hebben wat andere gewoontes en leven uitbundiger. Maar daar is toch niets mis mee?’’
Reizigers. Zo noemen veel woonwagenbewoners zich het liefst. ,,Daarmee is het ook begonnen’’, zegt Bart. ,,Om de kost te verdienen trokken onze voorouders rond: ambachtsmensen, seizoenarbeiders, kooplieden.’’ Pas later kwam daar, door het trekverbod, een eind aan. Woonwagens mochten niet overal maar neergezet worden en kregen een vaste standplaats.
Dat de buitenwacht de groep nog vaak als ‘kampers’ aanduidt, steekt. ,,Voor ons is dat een scheldwoord, het heeft een negatieve associatie’’, stelt Bart. Volgens hem dragen media daar ook aan bij. Bijvoorbeeld als ergens een wietkwekerij wordt opgerold. ,,In een woonbuurt staat alleen de straatnaam in de krant, terwijl bij een woonwagenkamp die toevoeging er altijd bij staat.’’ Annie: ,,Helaas worden we nog vaak als criminelen afgeschilderd, of als belastingontduikers. Ook wordt minachtend gedaan over onze ambachten. Die zouden minderwaardig zijn.”
Ze vindt dat ‘dikke onzin’.
‘Tijd ver vooruit’
,,We waren onze tijd eigenlijk ver vooruit’’, poneert Annie. ,,Onze voorouders recycleden al veel spullen en waren enorm duurzaam bezig. Of het nou ging om reparatie van meubels, het matten van stoelen of het venten van lompen. En zijn de woonwagens van vroeger niet de tiny houses van nu? Tegenwoordig heten mensen die in een grote camper eropuit gaan hippe wereldreizigers, terwijl mijn rondtrekkende voorouders met de nek werden aangekeken. En kijk naar seizoensplekken op campings: heel populair, maar vroeger leefden wij al zo.’’
Bart Bauer uit Hoogeveen hoopt dat de tentoonstelling over woonwagenbewoners bezoekers anders naar deze groepering laat kijken. Foto: Sake Elzinga/Drents Museum
Annie voelt zich geen tweederangsburger, maar loopt niet te koop met haar afkomst. ,,Waarom moet ik vertellen waar ik vandaan kom? Vaak hebben mensen al een vermoeden vanwege ons markante stadsdialect en de vrije, praktische opvoeding. Je wordt anders bekeken. En regelmatig hoor ik: ‘Dat is niet erg hoor, jullie zijn ook maar gewoon mensen.’ Dat bedoelen ze misschien niet verkeerd, maar het is voor ons wel kwetsend.’’
Uitdagende setjes
Het bekende RTL-programma Bij Ons Op Het Kamp draagt volgens Annie ook niet bij aan een genuanceerde beeldvorming. ,,Het is hier en daar zo over de top dat stereotypes weer bevestigd worden. Wij lopen echt niet alleen maar in een tijgerprintje of in andere uitdagende setjes.’’
Vooroordelen en discriminatie, Bart kent de voorbeelden ook. Hij woonde bijna 30 jaar op de woonwagenlocatie aan de Maiskamp in Hoogeveen, maar de eerste keer dat kinderen uit De Weide tijdens Sint Maarten met hun lampionnetje aanbellen moet nog komen. ,,Bij ons kwam niemand. En waarom? Of neem een voorval rond mijn zoon Jan, die een stageplaats zocht. Bij het bedrijf waar hij aanklopte zei men ijskoud: Nou, we houden de kassa liever vol.” Bart lacht er maar om. Het is hem niet waard om overal tegenin te gaan. ,,Ik kan er ook niks mee. Sommigen moeten ons niet. Jammer, maar het is niet anders.’’
Annie heeft een ‘onzichtbaar schild’ om zich heen gebouwd tegen discriminerende opmerkingen. Dat pantser werkt echter niet altijd. Zoals in 2012, toen ze hoogzwanger inkopen deed bij een babyzaak in de regio. De vooraf betaalde spullen zouden op een bepaalde datum op het woonwagenkamp geleverd worden. Maar toen de vrachtwagen arriveerde en de klep al had laten zakken, bleven de meubeltjes en kinderwagen in de truck.
De chauffeur aarzelde en belde met het hoofdkantoor. Vervolgens kreeg hij te horen dat de spullen niet geleverd mochten worden. ,,Ik was eerst met stomheid geslagen’’, zegt Annie. Ze vroeg naar de reden. Dat bleek het woonwagenkamp; daar mochten ze niet aan leveren. ,,Omdat we oplichters en wanbetalers zouden zijn. Terwijl wij de boel al lang en breed betaald hadden. We konden de meubeltjes vervolgens bij de winkel ophalen. Ik was woest.’’
Familieband
Kenmerkend voor de woonwagengemeenschap is de sterke familieband, waarbinnen vooral grootouders veel gezag hebben. Familierituelen worden vaak uitbundig gevierd. Zo is de eerste communie een groot feest, net als het huwelijk. En als er kinderen geboren worden, krijgen die de naam van de grootouders. Zo worden sommige namen al vele generaties gebruikt. Ouderen gaan ook niet naar een verzorgingshuis, maar worden thuis verzorgd.
,,Mijn opoe is de reden dat ik meedoe aan de tentoonstelling’’, zegt Annie. ,,Zij heeft zich altijd enorm ingezet voor betere leefomstandigheden van woonwagenbewoners. Opoe schreef daarover zelfs brieven aan toenmalig koningin Beatrix en de Drentse commissaris. Voor al haar inzet heeft ze ook een lintje gekregen.’’
Tijdens het interview ondertekent Annie contracten met het Drents Museum van spullen die in bruikleen worden gegeven. ,,Heel belangrijk’’, knipoogt ze. ,,De emotionele waarde is supergroot.’’
Accordeon
Zoon Dirk gaat ondertussen met zijn vader op pad, oud ijzer halen. Hij speelt ook accordeon. Een natuurtalent, volgens zijn moeder. ,,Op de basisschool was Dirk al beter dan zijn toenmalige muziekleraar, terwijl hij geen noot kan lezen. Hij hoort een melodie en speelt het zo na.’’ In coronatijd trad hij als 12-jarige op voor bewoners en zorgmedewerkers van het lokale woonzorgcentrum. Mooie afleiding in een moeilijke tijd.
De accordeon is een populair muziekinstrument onder reizigers en verklonken met de familie Veenstra. Beide opa’s bespeelden het. ,,Ach Dirk, speel nog wat’’, vraagt zijn moeder. Even later schalt de Zuiderzeeballade door de huiskamer. Zelfs chihuahua Lola, die doorlopend naar de vreemde kostgangers keft, is er stil van.