Bewoners van het woonwagenkamp aan de Lonerstraat in Assen, 1962-1968. Foto: Drents Archief, Collectie gemeente Assen
Met de expositie Volk van de ventweg - Reizigers in Drenthe richt het Drents museum vanaf 16 maart het spotlicht op een onontgonnen stukje Drentse geschiedenis: dat van de reizende arbeiders. „Het was vaak kommer en kwel op de standplaatsen”, vertelt conservator Jan van Zijverden.
De expositie past in de missie van het museum om de Drentse geschiedenis breder dan voorheen te belichten. „Van oudsher keken we vooral naar het zand, met af en toe een uitstapje naar het veen. Terwijl er zoveel meer over de Drentse geschiedenis valt te vertellen”, vertelt Jan van Zijverden, conservator geschiedenis van het museum.
Dat resulteerde in 2023 al in de expositie Menyala, over de geschiedenis en toekomst van Molukkers in Drenthe. Bijzonder kenmerk: die expositie werd samen met een groepje jonge Molukkers gemaakt. Waardoor het verhaal niet óver hen, maar mét hen werd verteld.
Dat recept volgde het museum ook bij het samenstellen van Volk van de ventweg. Een werkgroep met daarin reizigers uit Emmen, Coevorden en Hoogeveen zette de expositie het afgelopen jaar samen met het museum op. „Dat kan ook niet anders: het erfgoed ligt letterlijk bij de mensen thuis”, vertelt Van Zijverden.
Als samensteller dompelde Van Zijverden zich afgelopen jaar onder in het verhaal van reizigers. „Want waar hebben we het over? Reizigers zijn van oudsher een zeer gemengde groep van trekarbeiders en ambulante ambachtslieden als stoelenmatters en scharenslijpers.”
Ze vervulden een grote economische functie, maar ook een sociale. „Veel mensen waren in die tijd nog behoorlijk honkvast. Dus gaven ze boodschappen en soms goederen mee aan reizigers, die daarmee een soort smeerolie voor gemeenschappen vormden”, vertelt historicus Hilde Boelema van het Drents Archief, die samen met Van Zijverden het tentoonstellingsboek schreef.
Reizigers op de Brink in Zuidlaren, 1950/1951.
Foto: Jos Lange, Groninger Archieven
Die laatste werd gedurende zijn onderzoek verrast door de massaliteit van de trekarbeid. „In een gebied als Westfalen, met zo’n 200 duizend inwoners, waren 30 duizend mensen op pad. Bij de rivier de Linge stonden destijds negenhonderd wagens klaar om de rivier over te steken!”
De eerste woonwagen
De expositie is in een aantal tijdvakken ingedeeld. Dat begint met de periode van de late middeleeuwen tot aan 1876, toen de eerste woonwagen in Drenthe werd gesignaleerd. „In die periode werden steeds meer wegen verhard. Dat maakte het ideaal om met een wagen rond te trekken”, vertelt Van Zijverden.
Conservator Jan van Zijverden van Drents Museum en historicus Hilde Boelema stelden expositie over reizigers in Drenthe samen. Foto: Rens Hooyenga
Het tweede tijdvak behandelt de periode tot aan 1968, toen de Woonwagenwet van kracht werd. De reizigers beschouwen dat als het moment waarop een trekverbod werd ingesteld: een verbod om met de wagen rond te trekken. Reizigers moesten voortaan samenleven op door de overheid aangewezen plekken.
Het was zeker geen gemakkelijke periode, schetst Van Zijverden: reizigers werden geregeld de dupe van regels en tijdgeest. „In die tijd gold het verheffingsideaal. Dat stond gelijk aan orde. Maar als er iets niet ordelijk was, dan waren het wel de reizigers. Want die pakten de volgende dag weer in en reisden door.”
Het instellen van verplichte standplaatsen voor woonwagens hielp ook niet mee. „Die plekken werden vaak helemaal aan de rand van een dorp of stad aangelegd, op wel een half uur lopen. Bijvoorbeeld bij de vuilstort. Op die manier verloren de reizigers niet alleen de band met hun eigen dorp van herkomst, maar ook met de dorpen waar ze langs trokken.”
Basale standplaatsen
Desondanks wordt dat verleden door de jongere generatie reizigers nog wel eens geromantiseerd, ontdekte Van Zijverden. „De oudere generatie heeft daar veel minder mee. Die weten dat het destijds kommer en kwel was, met basaal ingerichte standplaatsen. Met een beetje geluk was er een kraan, een stal voor de paarden en een toilet. En dat bleef zo tot ver na de Tweede Wereldoorlog.”
Boelema vult aan: „Tegelijkertijd merk je dat veel reizigers een soort heimwee naar de woonwagencentra hebben, ook al wonen ze al jaren in een gewone woning. Ze vinden het vooral lastig dat er geen mogelijkheid is om terug te keren, simpelweg omdat er te weinig vakken zijn.”
128 voorwerpen
Dit alles wordt aangestipt in Volk van de Ventweg, dat overigens meer is dan alleen de expositie met 128 persoonlijke voorwerpen: er is ook een boekwerk aan gekoppeld, waarin Van Zijverden samen met Boelema in de geschiedenis van reizigers duikt, onder meer aan de hand van een reeks interviews.
Speciaal voor de expositie bouwden MBO-studenten van het Alfa-college een authentieke houten woonwagen, die de komende maanden door Drenthe trekt.
En er is een audiovisuele aanpak: er wordt gewerkt aan een podcast en er is een serie videoportretten met reizigers gemaakt over het ‘woonwagengevoel’, met daarin onder anderen trainer Joseph Oosting van FC Twente, rapper Piet Junior en tattoo-artiest Henri Eshuis.
En nu we toch bij het woonwagengevoel zijn: hoe kijken Van Zijverden en Boelema daar inmiddels tegenaan? „Ik denk dan aan woorden als familie en trots”, vertelt Boelema. „In het centrumgebouw op de Ark in Emmen hangt niet voor niets een bordje met de tekst never forget where you came from, ofwel: vergeet nooit waar je vandaan komt.”
Van Zijverden vult aan: „De mensen zijn heel verschillend en ze zijn het vaak met elkaar oneens. Maar uiteindelijk is het ook één grote familie.”
Nieuw inzichten
Die combinatie maakte het samenstellen van de tentoonstelling soms een balanceer-act. „Je wilt bij de feiten blijven. Je wilt niet de vooroordelen van burgers over reizigers bekrachtigen, maar je wilt ook niet bepaalde aannames van reizigers over hun herkomst bevestigen. Ik hoop dat we een expositie hebben samengesteld die verrassend is en mensen nieuwe inzichten biedt.”
Tot slot: waar werden de samenstellers zelf door verrast? „Vooral door de vooroordelen die er door de eeuwen heen tegen reizigers waren”, vertelt Van Zijverden. „Dat speelt echt van de late 16e eeuw tot aan nu. Dat vond ik best schokkend. Bijvoorbeeld hoe reizigers worden opgevoerd in kinderboeken, van 1825 tot vrij recent nog. Daar hebben we ook voorbeelden van in de expositie.”
De expositie
De expositie Volk van de ventweg wordt zaterdagavond 15 maart officieel geopend tijdens een besloten bijeenkomst. De burgemeesters van Emmen, Coevorden en Hoogeveen krijgen bij die gelegenheid het eerste tentoonstellingsboek overhandigd.
Het publiek kan de expositie vanaf zondag 16 maart tot en met zondag 14 september bezichtigen.