Henny Bruijnzeel, ruimtelijk strateeg van kennisorganisatie Libau. Foto: Nienke Maat
Tot het jaar 2050 wil Drenthe 45.000 nieuwe woningen bouwen. Hoe realiseer je dat? Wat bouw je waar en voor welke doelgroep? Ruimtelijk strateeg Henny Bruijnzeel geeft haar visie.
Op 4 december vorig jaar kwamen een kleine honderd mensen bij elkaar in de Statenzaal van het Drents provinciehuis voor een brainstorm. Politici, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, planologen, projectontwikkelaars, makelaars, agrariërs en ondernemers spraken met elkaar over de ruimtelijke invulling van Drenthe in de toekomst.
Ook Henny Bruijnzeel mocht als één van de vele ‘pitchers’ haar visie op Drenthe geven. Zij is ruimtelijk strateeg bij stichting Libau, een kennisorganisatie voor de leefomgeving, die onder meer provincies, gemeenten en waterschappen in Drenthe en Groningen adviseert over ruimtelijke vraagstukken. Bruijnzeel woont zelf in Friesland.
Wat behelst eigenlijk het werk van een ruimtelijk strateeg?
„Als ruimtelijk strateeg maak en bedenk je lange termijnvisies om de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied aan te sturen. Hoe pak je zaken aan? Hoe kun je dingen slimmer doen op het gebied van klimaatsverandering, economie, milieu, mobiliteit, leef- en woonkwaliteit en natuur? Dit alles om te komen tot die brede welvaart waar we in het Noorden graag naartoe willen.”
Vanuit jouw functie was je uitgenodigd door de provincie Drenthe om mee te praten over de concept omgevingsvisie. Je pleitte voor zorg voor de ruimte. Wat bedoelde je daarmee?
„De ruimte staat heel erg onder druk, niet alleen in Noord-Nederland, maar in heel Nederland. Er is weinig ruimte en er staat heel veel op ons gemeenschappelijke verlanglijstje. Nou, dat gaat niet passen. Niet alles kan, dus er moeten keuzes worden gemaakt. Mijn pitch ging vooral over de kwetsbaarheid van het mooie landschap in Drenthe. Landschappen, mooie dorpen en historisch erfgoed lijken ogenschijnlijk niet van economische waarde. Maar op de lange termijn heeft dat juist een enorme economische waarde. Want er komt geen hond meer naar Drenthe als je het lelijk maakt en volbouwt met huizen. Dat gaat uiteindelijk ten koste van de inwoners en hun kwaliteit van leven.”
De bouwopgaaf in Drenthe mag niet ten koste van de natuur en de 'leegte' in de provincie. Foto: Marcel Jurian de Jong
De schrijvers Eric le Gras en Bernhard Hanskamp van het boek Drentse leegte maken zich zorgen over het behoud van de ruimte in Drenthe. Deel jij hun zorgen?
„Ja, absoluut. Maar aan de andere kant moeten we ook weer geen museum van Drenthe maken. Je zult hier en daar moeten inboeten op de waarden van een gebied. Als we bijvoorbeeld de Nedersaksenlijn door een deel van de provincie trekken, dan beïnvloedt dat ontegenzeggelijk de openbare ruimte. Maar zo’n spoorlijn wordt wel doelbewust aangelegd. Namelijk om een toekomst te genereren voor ons nageslacht. Dat zijn geen opportunistische keuzes, maar weloverwogen beslissingen.”
Is de komst van de Nedersaksenlijn een zegen voor Drenthe? Wordt infrastructuur altijd gevolgd door welvaart?
„Ik verwacht wel dat de Nedersaksenlijn een belangrijke toevoeging is aan de brede welvaart in Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe. Denk maar eens aan de mensen die nu in of nabij Emmen wonen en in Groningen studeren of werken. Die zijn nu met het ov echt heel lang onderweg. Op zichzelf is de nieuwe spoorlijn geen garantie voor grotere welvaart, maar het geeft wel kansen. Als die goed worden benut, dan kan het een flinke impuls geven. Alle plaatsen aan de beoogde route zijn nu aan het onderzoeken hoe ze de spoorlijn zo optimaal mogelijk kunnen benutten en inpassen. Dat is ook in mentaal opzicht goed. Er komt een hoopvolle, positieve beweging op gang.”
Drenthe heeft de komende jaren een enorme bouwopgaaf. Hoe worden die plannen gerealiseerd?
„In veel plannen gaat het dan al gauw over de bouw van nieuwbouwwijken. Hiervoor is ruimte bij de ‘HEMA’ en ‘ROBECO’ plaatsen (Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen, en in Roden, Beilen, Coevorden-red.). Maar laten we ook kijken naar andere mogelijkheden. Hergebruik van leegstaande gebouwen bijvoorbeeld. Daar liggen de voorzieningen al, de straten, kabels, leidingen. Laaghangend fruit, want dat is financieel gezien voordeliger en duurzamer. Herstructurering is ook zo’n ding. Ga op zoek naar niet-functionerende ruimte binnen gemeenten en kijk hoe je dat beter kunt benutten. Veel naoorlogse wijken zijn dringend toe aan een verbeteringsslag. Dan heb je het over deels sloop, deels nieuwbouw, maar ook over verduurzaming, woningdeling, hospitaverhuur, dat soort zaken.”
Er is wel geconstateerd dat Drenthe een mismatch heeft op het gebied van de woningvoorraad. Er is te weinig gebouwd voor bijzondere doelgroepen.
„Ja, dat klopt. De bestaande woningvoorraad is nog heel erg geënt op de woningbehoeften uit het verleden. Overigens speelt dat in meer provincies dan alleen Drenthe. Niet elke zeventigplusser wil automatisch doorschuiven naar een appartement. De ouderen blijven veel langer jong en vitaal. Tegenwoordig leven heel andere wensen dan wat we op basis van statistieken dachten. Er zijn heel veel kleine huishoudens nu; een- en tweepersoons, jong en oud, voor een deel kinderloos. Die hebben die grote eengezinswoningen helemaal niet meer nodig. Die trend zet de komende twintig jaar door.”
Een 'knarrenhof' in aanbouw. Woningen specifiek gericht op de doelgroep ouderen. Foto: Jan Anninga
Welke keuzes vraagt dat dan op het gebied van wonen?
„Je hebt straks te dealen met meer huishoudens, maar met minder vierkante meters per huishouden. Daar zit een deel van de oplossing. Op dezelfde oppervlakte kun je straks meer woningen kwijt dan nu. Herbestemming van bestaande panden is in dat geval heel interessant. Gebouwen kun je helemaal strippen en opnieuw gaan indelen in kleinere eenheden. Dat is ook economisch beter, want zo blijven woningen betaalbaar.”
Je vindt het bouwen in en voor gemeenschappen interessant. Waarom spreekt jou dat zo aan?
„Er is een groeiende behoefte bij mensen om een ideale woonwereld te creëren met elkaar. Waar individueel belang wordt gebundeld in collectief handelen. Door gebruik te maken van elkaars kracht, kennis en inzet lukt het vaak wel om iets moois te realiseren. Soms ontstaan daardoor ook compleet nieuwe woonvormen. Het aardige is dat de provincie Drenthe dit soort initiatieven ook actief stimuleert met subsidies. Ik vind dat een heel mooie ontwikkeling.”
Van alle kanten belicht
De provincie Drenthe staat tot 2050 voor de uitdaging om 45.000 nieuwe huizen te bouwen. Dit om het nijpend woningtekort in de provincie op te lossen. Maar bouw je dan vooral woningen voor ouderen of probeer je juist jonge mensen aan een starterswoningen te helpen? Of kan dat allebei? Moeten er nieuwe woonwijken verrijzen of wil je ook uitbreiden binnen dorpskernen? Over die overwegingen en uitdagingen gaat het vooral in onze nieuwe serie artikelen, waarin we de woningopgaaf in Drenthe van alle kanten belichten.