Mark van Aalderen (41) voelt de druk van het historische TT Circuit op zijn schouders. 'Tegen een zak geld uit Saoedi-Arabië kunnen wij niet op. Maar wij hebben een goed verhaal'
Mark van Aalderen, nieuwe directeur van het TT-Circuit Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het lijkt een vanzelfsprekendheid op de kalender: de TT Assen. Vergis je niet, zegt Mark van Aalderen (41) uit Zuidlaren, volgend jaar de nieuwe directeur van het circuit. „We moeten er keihard aan trekken om dit ieder jaar mogelijk te maken.”
Hij groeide op in Zuidlaren en woonde niet gek ver van het TT Circuit vandaan, maar nooit kwam hij er om een wedstrijd te kijken. Totdat hij als 21-jarige stagiaire op de media-afdeling het circuit voor het eerst van binnenuit zag. Het was 2005, de kaartverkoop bij het circuit gebeurde alleen nog aan de deur. „Digitaal gebeurde hier nog niets.” Hij schiet in de lach. „Een grote overweging toen was: gaan we nu op Hyves of wachten we nog een winter?”
Aan de hand van de bekende perschef Willem Lute liet hij zich onderdompelen in een wereld die hem nog iedere dag verbaast. Zo zag hij op een dag hoeeen Italiaanse bezoeker ineens op zijn knieën neerzeeg om het asfalt van het circuit te kussen.
‘Heilige grond’
„Dit is heilige grond”, zegt Van Aalderen. „Het circuit in Assen is qua grootsheid te vergelijken met Wimbledon, Camp Nou, het stratencircuit in Monaco.” Even is hij stil. „Ik wist niet dat deze wereld zo groots is. We zijn Drenten, we zijn niet zo snel trots. Maar we mogen wel trots zijn wat hier ieder jaar gebeurt.”
Twintig jaar na zijn stage volgt Van Aalderen in september volgend jaar Peter Oosterbaan op als directeur van het TT Circuit Assen. Oosterbaan gaat na het feest van honderd jaar TT in juni met pensioen. Vanaf dan zit Van Aalderen achter het stuur. Het komende jaar beweegt hij zich in de slipstream van Van Oosterbaan, die hem zo goed mogelijk probeert voor te bereiden op zijn klus.
‘Wij hebben een verhaal’
Belangrijkste taak voor Van Aalderen: de TT voor Drenthe behouden. „Veel mensen gaan er blind vanuit dat de TT hier ieder jaar gehouden wordt. Ik vind het belangrijk om te vertellen dat daar keihard werken aan voorafgaat. Ieder jaar wordt er een volledige kalender om de TT gebouwd.”
Dat Dorna, de Spaanse houder van de commerciële MotoGP-rechten, eerder dit jaar een nieuwe verbintenis tot 2031 aanging met het TT Circuit, is geen vanzelfsprekendheid, zegt Van Aalderen. „Daar is flink over onderhandeld. Ieder land wil wel een Grand Prix organiseren. Er zijn veel kapers op de kust.” Die verbeten strijd om de Grand Prix - en indirect om het voortbestaan van het circuit - brengt druk met zich mee. „Druk die ik zelf opzoek, hè”, zegt Van Aalderen.
Hij kijkt om zich heen in de Tower Lounge, het meest exclusievedeel van het circuit waar bijvoorbeeld koninklijk bezoek ontvangen wordt. Zijn blik glijdt over de blauwe en witte stoeltjes op de tribune, het met historie doorspekte asfalt, de paddock. „De start- en finishstreep liggen nog precies op dezelfde plekals in 1926”, zegt hij. „Tegen een zak geld uit Saoedi-Arabië kunnen wij niet op. Maar wij hebben een goed verhaal. Wij hebben historie.”
‘Sport staat voorop’
Die historie zie je dagelijks rondkuieren op het circuit. In en rond de kathedraal van de snelheid doen bijna 1500 vrijwilligers hun best om de TT ieder jaar mogelijk te maken. „Sommige vrijwilligers werken hier zeven dagen in de week, alleen voor een lunchpakket. Zij vertellen het verhaal. Voor mij is het belangrijk om te luisteren naar de fans en deelnemers, maar ook wat de vrijwilligers willen.”
Hoewel de inwoner van Zuidlaren terechtkomt in een stabiele organisatie, weet hij als geen ander dat hij niet kan stilzitten. Het gaspedaal moet diep ingedrukt blijven. „In deze tak van sport moet je blijven ontwikkelen. Je moet blijven luisteren naar wat de fan wil. De motorsport is steeds meer een allemansvriend. Het is niet alleen maar de 57-jarige motorrijder in een leren motorjack. We zetten steeds meer in op entertainment. Dat ontwikkelt zich razendsnel.”
Maar, zo zegt hij, „het wordt hier wat festiviteiten betreft geen koningsdag. De sport, de tweewieler, staat voorop.” De wereld van verbrand rubber, benzine en allesverzengend lawaai. Laatst nam hij zijn kinderen van 7 en 9 jaar mee naar het circuit. Ze moesten oordoppen in - op het werk van papa is het nooit stil.