Marloes Siccama (59) geeft de Active Bystander Training, waarbij ze mensen leert om in te grijpen als ze grensoverschrijdend gedrag zien of horen. Foto: Corné Sparidaens
In een tijd waarin angst en individualisme de boventoon voeren, is het verleidelijk om weg te kijken. Marloes Siccama (59) uit Zuidlaren leert mensen om dat juist níét te doen.
Twee mannen staan naar elkaar te schreeuwen op straat. Ze hebben ruzie, zoveel is duidelijk. Ineens haalt één van hen een flesje bier uit zijn jas en slaat het kapot op het hoofd van de ander. Glas, bloed, paniek. Wat doe je dan?
Marloes Siccama heeft nét een training gegeven namens de Active Bystander Training Company als bovenstaande vechtpartij voor haar neus losbarst. Nee, ze springt niet tussenbeide. Maar ze doet wel iets: ze belt de politie. Want ingrijpen kan op veel manieren. En iedereen kan het leren, is haar stellige overtuiging.
Active Bystander Training
Pesten, (seksuele) intimidatie, beledigingen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag dragen bij aan het verzieken van een cultuur. Ze kunnen schade toebrengen aan mensen en veroorzaken stress, angst en mentale problemen.
De Active Bystander Training Company is een Brits bedrijf dat een training heeft ontwikkeld om mensen handvatten te geven en om zo grensoverschrijdend gedrag te bestrijden. De trainingen worden vooral gegeven bij bedrijven, in het onderwijs en bij andere publieke instellingen, maar de lessen zijn vaak net zo goed op straat toe te passen.
Ontoelaatbaar gedrag
De kranten staan vol met verhalen over grensoverschrijdend gedrag. Ook in deze krant deden vrouwelijke collega’s een boekje, of beter gezegd een boek, open over ontoelaatbaar gedrag waar ze al hun hele leven mee te maken hebben. Soms in de privésfeer, vaak ook in een publieke ruimte met talloze omstanders. Op het werk, in het nachtleven of op straat.
Iedereen stond erbij en keek ernaar.
Niemand stopte
Siccama kan net zo’n lijst oplepelen. Zoals bijna iedere andere vrouw. Ze weet uit eigen ervaring hoe het voelt om genegeerd te worden terwijl je hulp kunt gebruiken. Dat gaat niet alleen om grensoverschrijdend gedrag.
Zo rijdt ze een aantal jaar geleden door Groningen als ze zich ineens niet goed voelt worden. Ze zet de auto aan de kant, gaat op de grond zitten en legt haar hoofd in haar handen. Fietsers, wandelaars en auto’s komen voorbij. De een na de ander. Niemand stopt. „Ik heb er minstens een kwartier gezeten. Niemand vroeg of het goed met me ging.”
Niet wegkijken
Het is een ervaring die haar is bijgebleven en die ze gebruikt in haar actieve omstander-training. Siccama werkt deels bij de Rijksuniversiteit Groningen en deels als zzp’er. Ze geeft door heel Nederland en België trainingen op universiteiten, bij ziekenhuizen en andere instellingen over hoe je niet wegkijkt, maar handelt als je iets ziet dat niet in de haak lijkt.
Marloes Siccama. Foto: Corné Sparidaens
„In mijn training laat ik ook een video zien van iemand die op straat ligt, en niemand doet iets”, beschrijft ze. „Ik hoor dan vaak: in Groningen gebeurt dat niet hoor. Nou, wel dus. Want het gebeurde bij mij ook.”
Angst en misverstanden
Waarom mensen niets doen terwijl ze weten dat ze iets zouden moeten doen? Angst speelt een grote rol, vertelt Siccama. Mensen zijn bang voor het effect dat ingrijpen op henzelf kan hebben. „Wat nou als ik een klap krijg?” Het misverstand dat ingrijpen toch geen zin heeft, komt vaak voorbij. „Als je niets doet, weet je zeker dat er niks verandert,” pareert ze. „Het klinkt misschien wat gemeen: maar dan houd je het in stand en ben je onderdeel van het probleem.”
Bovendien ben je volgens Siccama zelden de enige die iets ziet. „Als niemand iets doet omdat iedereen denkt de enige te zijn, dan verandert er niks. Dan wordt dat gedrag normaal.” Een actieve omstander heeft anderen nodig. We zijn kuddedieren. „Vraag hulp, doe het samen, dan ben je altijd minder kwetsbaar. Als één iemand iets doet, volgen anderen vaak. Maar iemand moet wel eerst gaan.”
Allerlei manieren om in te grijpen
Ingrijpen kan op allerlei manieren. Door meteen iets te zeggen of te doen bijvoorbeeld, maar ook door de situatie af te leiden. De hulp inschakelen van een ander, zoals de politie, kan ook. Bij een vriend, collega of bekende kun je later terugkomen op hetgeen is gebeurd, zeker als je denkt dat direct ingrijpen de boel kan escaleren. En is dat allemaal niet mogelijk, dan kun je in ieder geval bewijs vastleggen door bijvoorbeeld te filmen.
„Als ik in het verleden een grap of opmerking hoorde, dacht ik later wel eens: hier had ik iets van moeten zeggen. Vroeger kwam ik er niet op terug, nu doe ik dat wel. Welke optie je kiest, hangt af van de context. Er is geen goed of fout,” benadrukt ze. „Maar je kunt bijna altijd iets doen.”
Ze geeft het voorbeeld van een vrouw uit haar training die ’s nachts in Groningen langs een man fietste die op de grond lag. „Ze voelde zich kwetsbaar en durfde niet te stoppen, maar belde thuis de politie. Hartstikke goed. Ze deed iets én dacht aan haar eigen veiligheid. Het is wat dat betreft net EHBO: je denkt altijd eerst om je eigen veiligheid.”
Weerstand tegen verandering
In haar werk merkt Marloes Siccama weerstand tegen verandering. Mensen in haar cursus die vinden dat ze niks meer mogen zeggen tegenwoordig. „Dat vind ik een hele rare redenering, want vroeger kon het ook niet”, is ze stellig. „Alleen zei niemand er iets van. Dat is nu anders.”
En natuurlijk vindt ze ingrijpen nog steeds spannend. Het wordt nooit makkelijk, weet ze. Zelfs bij iets kleins als iemand die luid bellend in de stiltecoupé van de trein zit. „Eerder zat ik me dan te ergeren, maar liet ik het gaan. Nu zeg ik er wat van, want als niemand iets zegt, verandert er niks. Maar omdat je nooit weet wat je terugkrijgt, blijft het spannend.”
Jij bent ook iemand
Hoe je weet of je in moet grijpen? „Als je denkt dat iets ‘eigenlijk’ niet kan, dan kan het dus niet. Bij het woord ‘eigenlijk’ moet een lampje gaan branden. Soms hoor je dat iets sudderde, escaleerde en vervolgens explodeerde. Dat mensen daarna zeggen: eigenlijk wisten we het wel. Als je het eigenlijk wel wist, waarom heb je dan niets gedaan?”
„En als je iets ziet of hoort en denkt dat iemand iets moet doen. Besef dan dat jij ook iemand bent. Als ik het lijdend voorwerp ben, wil ik ook dat iemand iets doet. Dat besef is essentieel.”