Boumans als burgemeester van Doetinchem. "Het lokale bestuur past me als een jas." Foto: Sjef Prins
Mark Boumans’ wortels liggen in Noord-Nederland: geboren in Drenthe, getogen in Groningen. Als burgemeester van Doetinchem ontvangt hij de koninklijke familie op Koningsdag en in de vuurlinie strijdt hij vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten met minister Faber over het asielbeleid in Nederland.
Hij is iets te laat voor het interview. „Brug stond open”, haast Mark Boumans (50) zich te zeggen. „Nee, écht hoor! Grondstoffen voor de industrie worden hier nog per boot vervoerd, maar de brug staat zelden omhoog. Zul je net zien vandaag. De kans dat je de loterij wint is groter, haha.”
Mark Boumans is al op jonge leeftijd lid van de Provinciale Staten in Groningen, gemeenteraadslid, gedeputeerde, wethouder in Meppel en burgemeester in Haren. Zijn politieke staat van dienst is al vroeg een stevige, maar het beperkt zich wel tot het Noorden, „waar ik had gestudeerd en gewerkt, waar ik alles en iedereen kende.”
Een foto uit 2000, met Mark Boumans (derde van rechts) als een van de jongste statenleden uit Groningen. Foto: Archief Mediahuis
Na de zomer van 2015 – hij is 40 en heeft als lijsttrekker de verkiezingen in de Gedeputeerde Staten verloren – komt het verzoek of hij waarnemend burgemeester in Ommen wil worden; na 2 jaar volgt het aanzoek van Doetinchem. „De stap naar het Oosten was alsof ik in een nieuwe wereld begon. Ik kon mezelf opnieuw uitvinden. Ommen kende ik vanuit mijn jeugd op de camping. Dat was een ‘kampeerbestuurlijke’ baan. Wildwest aan de Vecht, een bonte cultuur. Leuk om te doen. En toen hier”, zegt hij aan tafel in zijn kantoor, met zicht op de markt in Doetinchem.
Hij zit er goed. Helemaal op zijn plek, benadrukt hij. „Het is een andere wereld, een ander landsdeel, met weinig interactie tussen noord en oost”, is zijn analyse. „Maar de Achterhoeker lijkt op de Drent: is bescheiden, laat niet het achterste van zijn tong zien, zal nooit zeggen wat hij bedoelt.”
Mark Boumans voelt zich thuis in Doetinchem. "De Achterhoeker lijkt op de Drent: is bescheiden, laat niet het achterste van zijn tong zien." Foto: Sjef Prins
Op 18 mei 2017 wordt hij geïnstalleerd in Doetinchem en als de gemeenteraad hem na een aantal jaren vertelt graag met hem door te gaan, huilt Boumans tranen van geluk. „Ik zat te janken in de raad, ja.”
Of hij dat niet had verwacht? „Ze zijn hier niet zo uitgesproken. Als burgemeester krijg je niet veel feedback. Dus dat ze na 5 jaar vertelden dat ze wilden dat ik bleef, raakte me enorm. Nog zoiets: eind vorig jaar werd ik 50. De raad had compleet uitgepakt, met een hoempapaband, borden met ‘Mark wordt 50’ en ze hadden familie geregeld voor een feestje. Dat ze dát voor je doen. Ik was weer tot tranen geroerd. Waar zie je dat nog in Nederland? We hebben het vaak over verhoudingen in de politiek en hoe slecht het allemaal is. Nou, hier totaal niet.”
Boumans noemt Doetinchem ‘een stad zonder uitersten’. „Multimiljonair of sloeber, iedereen gaat met elkaar om. Er is geen villawijk, maar ook geen echt arme wijk. Er is veel verbinding, we doen het met elkaar. Het glas is altijd halfvol, we zijn hier nét wat roomser. Ik had 8 jaar geleden geen beter lot uit de loterij kunnen trekken dan Doetinchem.”
Mark Boumans in zijn tijd als lid van Gedeputeerde Staten. Foto: Archief Mediahuis
De overgang van Haren naar Doetinchem gaat soepel. „Mensen zijn hier niet per se onder de indruk van de burgemeester, net als in Haren. Daar was iedereen op zijn of haar manier belangrijk, hier kan ik mijn eigen gang gaan. Ik kan prima op zaterdag in korte broek naar de supermarkt. Het is een geweldige plek om mijn werk te doen, en ik krijg ook nog ruimte om er dingen bij te doen.”
Klinkt alsof je nooít meer weg wil…
„Tsja, dat is de keerzijde: de gemiddelde termijn van een burgemeester is 5,5 jaar, dus ik ben zogezegd een overrijpe banaan. Over tijd. Dat is natuurlijk onzin, maar ik ben 50, niet 70, dus ga mijn pensioen hier niet halen.”
Hoe ziet je privéleven eruit?
„We hebben een vakantiehuis in Duitsland en ik lees graag en veel. Als ik thuis ben, probeer ik iets met thuis te doen.”
Maar je bent niet veel thuis?
„Ik werk veel. Thuis weten ze niet beter. En ik vind mijn werk leuk! Met mensen werken, soms praktisch, soms heel spannend, soms analytisch. Het komt allemaal voorbij. Doetinchem is de kleinste centrumstad van Nederland; alles wat in Amsterdam gebeurt, gebeurt hier ook.”
Dat is jouw volgende stap? Een grote stad?
„Nu ga je vragen of ik op Groningen heb gesolliciteerd? Dat heb ik niet. Bewust niet. Als je de profielschets goed leest, vragen ze een burgemeester voor 24/7. Ik las in de profielschets weinig ruimte voor jezelf zijn, een plek voor je gezin. Maar mag er ook nog klein beetje Mark zijn? Maar het houdt hier een keer op. Als je gelooft in circulariteit, dan eindig ik in de provincie waar het ooit begon. Maar het moet wel heel aantrekkelijk zijn, wil ik hier de komende 2, 3 jaar weggaan.”
Je ziet jezelf terugkeren in Drenthe?
„Ja, dat is mijn beeld, dat ik daar uiteindelijk eindig. Ik ben een geboren en getogen Drent. Daar is het begonnen, voor mijn gevoel moet ik daar weer terug. Dan is de cirkel rond.”
En als je dagdroomt over je volgende stap?
„Ik heb het nu heel erg naar mijn zin, doe leuke dingen. De volgende stap moet wel een uitdaging, iets nieuws, een toegevoegde waarde zijn. Er komt niet zoveel voorbij. Als ik mijn hart volg, kan ik ook lokaal mijn bijdrage leveren om dit land vooruit te helpen. Niet alles gebeurt in Den Haag.”
Maar wel veel. Momenteel is Mark Boumans drukbezet; naast het burgemeesterschap is hij vicevoorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en voorzitter van de Tijdelijke Commissie Asiel en Migratie. „Tegenwoordig ben ik elke week 2, 3 dagen in Den Haag, zit ik veel op de achterbank van de auto. Het eerste jaar had ik gêne een chauffeur te nemen. We zijn een bescheiden gemeente. Past daar een dienstauto bij? Mwoah. Maar ik maakte rare capriolen onderweg, Teams achter het stuur… Dat vond mijn omgeving onverantwoord.”
Mark Boumans in 2012, bij de opening van het fietspad van Groningen naar Zuidhorn, met ook Bauke Mollema. Foto: Archief Mediahuis
Je nevenfunctie bij de VNG brengt je op plekken waar je anders nooit komt.
„Vorige week zat ik met het kabinet over stikstof, deze week over asiel. In de ‘glazen stolp’ van Den Haag – waar ik écht niet in wil – zit ik 2 dagen, maar ik kan er gelukkig weer uit. Ik hoef geen Kamerlid of bewindspersoon te worden, maar op deze manier meepraten is heel erg gaaf. In een lollige bui zeg ik thuis wel eens: ik solliciteer op Lochem, lekker landelijk. Maar dan zegt Marloes: Mark, daar word jij niet gelukkig van. Ach, soms heb ik wel eens het gevoel dat je privé tekort komt, maar het is zo leuk – zelfs met dit kabinet – om mee te doen.”
Je voorganger in de commissie, Rutger Groot Wassink, weigerde om met minister Faber in één ruimte te zitten. Toen stak jij je vinger op. Hoe gaat het in één ruimte met Faber?
„Op zich prima. In kleine kring is ze prima te verstouwen. Minister Faber heeft een repeatfunctie op een bepaalde boodschap. Daar moet je doorheen kijken. Ik keek laatst het ‘lintjesdebat’ in de Tweede Kamer. Daar vertoont ze bijna autistisch gedrag: niet luisteren, niet meebewegen wat er gebeurt. Dat is het wat het zo lastig maakt. Als jij en ik ons met z’n tweeën sterk maken voor het asielbeleid, komen we verder dan deze huidige minister in 9 maanden. Je kunt prima beter beleid maken: beter voor de échte vluchteling – dat je mensen die hier niks te zoeken hebben kwijtraakt en beter voor de mensen die ermee geconfronteerd worden. Maar dat moet je wel wíllen. En dat is míjn repeatfunctie: dat het anders kan, beter moet en dat wij daar een idee over hebben. Maar ze luistert onvoldoende naar mij en al die partijen die aan tafel zitten.”
Minister Faber verdedigt niet het huidige beleid, de Spreidingswet, want het is niet het beleid van dit kabinet.
„Maar kom wel met een goed verhaal. Er is veel weerstand tegen azc’s, omdat de mensen in het land denken dat het probleem opgelost wordt. Zij weerspreekt dat niet. Ze doet juist voorkomen dat het door haar inzet niet meer nodig is. En dat is flauwekul. Ik ben niet van de Vakbond van Vluchtelingen, maar ontken niet dat ze blijven komen en dat ze er zijn.”
Maar er is toch overlast bij azc’s?
„Ik heb een hekel aan stigmatisering: zeggen dat iedere vluchteling een bandiet is. Dat is niet zo. Maar we moeten ook niet ontkennen dat er rotte appels tussen zitten. Want dat is ook te lang gebeurd. Die groep moet je in de kladden pakken. Je moet Europees kijken: hoe gaan we van deze mensen afkomen? Er zitten hier ook groepen, met name Noord-Afrikanen, die hier niks te zoeken hebben. Dat zijn helemaal geen vluchtelingen, die verstieren de hele boel. Kijk naar Ter Apel en Emmen. Die moet je er uitpikken.”
Hoor ik hier de nieuw minister van Asiel en Migratie spreken?
„Ik wil niet naar Den Haag. Maar als ik nu zie wat er kapotgemaakt wordt, heb ik wel de behoefte om een paar jaar mee te helpen de boel weer op te bouwen. Maar de kans dat ik gevraagd word, acht ik niet zo groot. Bovendien zou ik qua profiel beter passen in een middenkabinet.”
Ja?
„Het kan zoveel beter en ik wil mijn bijdrage daaraan leveren, maar ik ben echt verknocht aan het lokaal bestuur. Normaal pak je ook samen dingen aan, maar daar is dit kabinet niet van. Laatst gingen de ministers Faber en Keijzer met elkaar in discussie. De ene zegt A en de ander B. Ik zei: het is een interessant schouwspel, dat moet u vooral doen, maar wat is het nou? Ze kwamen er niet uit en dat maakt het voor ons lastig.”
De chaos in het land wordt alleen maar groter en de PVV spint er garen bij.
„Als je de commentaren leest, waarom de lintjes zo prominent op de agenda komen, de mediaoptredens, het lekken van informatie, dan moet je bijna wel tot de conclusie komen dat het bewust gebeurt om een sfeer neer te zetten die geen recht doet aan de werkelijkheid om daarmee politiek gewin te hebben. Het is triest dat we in een wereld terecht zijn gekomen waar het zo werkt.”
Je klinkt af en toe meer als een politicus uit de oppositie dan een VVD’er.
„Ik blijf VVD’er en het lidmaatschap is vanuit de kant van de partij ook nog niet opgezegd, haha. Het is lastig, ook als ik de VVD-inbreng hoor over de gemeentelijke financiën. Dan zakt mijn broek tot op de enkels. Dat is diep- en dieptriest. De VVD is nota bene nog de enige coalitiepartij met lokale bestuurders. Als de enige partij die nog iets met lokale bestuur heeft, wegkijkt, is het heel verdrietig.”
Wat is jouw oplossing?
„We hebben wat minder ideologie nodig en wat meer een stip op de horizon. Het moet allemaal veel simpeler. We moeten af van de bange politiek. Het lijkt nu alsnog we met ieder besluit iedereen blij moeten maken. Als bestuurders moeten we het roer terugpakken en zeggen: ik heb uw mandaat, zo gaan we het doen, beste mensen. Het wordt tijd voor een overheid die met goede bedoelingen het beste doet. Die overheid maakt fouten. Ja. Erken die en los ze op. Maar laten we even gewoon doen met elkaar.”
Den Haag roept.
„Zo van: je vindt er altijd wat van, nu mag je het gaan doen. Succes ermee.”
Minister Boumans, hoe klinkt dat?
„Haha, fantastisch. Maar vind je niet dat ik er nu heel gelukkig uitzie?”
Eén van de allereerste dingen die Mark Boumans in 2017 oppakt, is een brief naar de koning met een uitnodiging om zijn verjaardag te komen vieren. „Gelderland was bijna wel weer eens aan beurt. Apeldoorn was de laatste keer geweest”, zegt Boumans. Op Koninginnedag 2009 rijdt een auto op hoge snelheid op het publiek en de koninklijke stoet in. „Dat was niet de meest geslaagde Koningsdag.” De brief heeft succes: Doetinchem is, na Emmen, gastheer van Koningsdag. „Ik had toen niet helemaal scherp wat er allemaal aan vastzat. Het is bewerkelijker dan ik dacht.”
Mark Boumans is met Doetinchem gastheer van de koninklijke familie op Koningsdag. Foto: Sjef Prins
Hoe ziet Koningsdag er normaal gesproken uit?
„De avond ervoor een concert in het theater. Dan ben ik gast. Op de vrijmarkt doe ik opening. ’s Middags muziek en bier en dat is het dan. Vrij overzichtelijk. Dat is nu wel anders.”
Met wat voor begroting werkt Doetinchem?
„3 miljoen euro. Meer dan Emmen vorig jaar, maar het is iedere euro waard.”
Hoe gaat zoiets? De koning wordt uitgenodigd en dan?
„In juni kreeg ik een telefoontje of het aanbod nog stond. Vanaf september gingen we los. Nu is een groot deel van de organisatie bezig met de organisatie. Je ziet de borden nu al staan; alle auto’s moeten bijvoorbeeld de stad uit.”
Want?
„Vanwege de veiligheid. Qua veiligheid is het überhaupt een grote operatie. De politie, de Dienst Koninklijke Beveiliging en de veiligheidsregio zijn allemaal betrokken. Dus daar maak ik me geen zorgen over.”
Niet!? Als ik verantwoordelijk zou zijn voor de openbare orde, zou het angstzweet nu al over mijn rug lopen.
„Nee hoor, we werken met zo’n groep professionals. Er kan altijd iets gebeuren – dat zou een enorme smet op de dag zijn, maar we doen er alles aan om dat te voorkomen.”
Heb je van Emmen geleerd?
„We hebben veel aan Emmen gehad, met hun kennis en draaiboeken. We konden offertes naast elkaar leggen. Er was een warme overdracht.”
Wat is de boodschap die Doetinchem wil overbrengen op Koningsdag?
„Doetinchem staat bij niemand in de top-10 van steden waar je heen gaat. Mensen kennen ons van voetbal en bier drinken. Of verwarren ons met Doesburg en denken dat hier de mosterd vandaan komt. We hebben hier brede welvaart, de meeste zonuren en ons DNA is positief. Ons probleem is ontgroening en dubbele vergrijzing; de Achterhoekse vrouw krijgt gemiddeld het minst aantal kinderen. Onze uitdaging is om jonge mensen aan ons binden. We willen laten zien hoe fijn het hier is. En in het grotere plaatje willen we meedoen in de grote opgave van Nederland en niet weggezet worden als dat schattige stadje aan de grens met Duitsland.”
De ‘grote namen’ op Koningsdag zijn Suzan&Freek en…
„Bennie Jolink! Jahaa, ik ben opgegroeid met Normaal. Het gaat te ver om Bennie een vriend te noemen, maar ik mag bij hem thuiskomen. In de strijd om het vicevoorzitterschap van de VNG – met Koen Schuiling – steunde hij me. Bennie wilde zelfs met mij naar Groningen rijden om in Martiniplaza een concert te geven. Hij is bijna 80 en heeft heel duidelijke wereldopvattingen en politieke ideeën. Heel bijzonder.”
In de Gelderlander werd je laatst omschreven als flamboyant. Hoe zit dat?
„Ik weet niet welk referentiekader ze hebben gebruikt, haha. Tsja, ik praat graag, ben aanwezig, val wel op, ga wel modern gekleed, heb m’n mondje open, ik vind wel wat, ben niet bang. En ik hou wel van gezelligheid. Met carnaval doe ik mee. Verkleed. Niet als krokodil of paashaas, maar wel met kleurig jasje en kiel. Ja hoor, dat kan allemaal. En ik ben wel emotioneel. Dat is misschien niet typisch Drents, maar dat is wel wat het is.”
Hoe zichtbaar je ook bent, je bent niet meer zichtbaar op X…
„Daar ben ik vanaf gegaan: de beste beslissing ooit. Dat geeft zoveel rust zonder al dat gezeik, dat ongegeneerde, achter uit de keel, anoniem. Soms zaten er echt bedreigingen tussen, dat ik dacht: moet ik over mijn schouder gaan kijken? Die lui kaapten mijn kanaal voor hun onzinnige boodschap. Dat kan nu gelukkig niet meer.”
Je zou het iedereen adviseren? Maar sommige partijleiders gebruiken het als hun podium.
„Dat is ook niet echt heel verheven, vind ik. (stilte) Weet je voldoende zo?”
Niet echt, maar de tijd is op.
„Ik dacht: je vraagt nog wel of ik commissaris van de Koning in Drenthe wil worden.”
Wil je dat?
(met een knipoog) „De tijd is op.”
Paspoort
Naam: Mark Boumans
Geboren: Oosterhesselen, 13 november 1974
Opleiding: juridische bestuurswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Master of Public Management gevolgd aan de Universiteit Twente, Master of Business Administration aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Carrière: directeur van de Thorbecke Academie in Leeuwarden, lid van de Provinciale Staten van Groningen, lid van de gemeenteraad van Groningen, wethouder in Meppel, burgemeester van Haren, lid van het college van Gedeputeerde Staten van Groningen, waarnemend burgemeester van Ommen, sinds 2017 burgemeester van Doetinchem.
Privé: Boumans is getrouwd met Marloes en heeft drie kinderen (een dochter van 18 en twee zoons, 16 en 13 jaar)