In 2019 ging het publiek los bij Snollebollekes op Sweelpop in Zweeloo. Foto: Jaspar Moulijn
Festivals hebben het moeilijk. De prijzen schieten door het tentdak, veel personeel uit de cultuursector heeft zich tijdens de pandemie laten omscholen en de concurrentie is moordend. Hoe houden noordelijke festivals het hoofd boven water?
„Echt álles is duurder geworden”, zegt Milou de Boer van Noorderzon. „Niet alleen het eten en drinken, maar ook het papier voor de programmaboekjes en het inhuren van personeel. Dat willen we niet aan onze bezoekers doorberekenen.”
Festivals in Nederland verkeren in zwaar weer. Na drie onzekere coronajaren zonder inkomsten worden organisatoren nu geconfronteerd met personeelstekorten en enorme prijsstijgingen. Landelijk houden grote namen als Lowlands, Best Kept Secret en Pinkpop zich met (nagenoeg) uitverkochte edities goed staande, maar vooral op middelgrote festivals vallen de bezoekersaantallen tegen.In Groningen en Drenthe is de nood nog niet aan de man, al wordt er steeds meer op de kleintjes gelet, blijkt uit een rondgang van Dagblad van het Noorden langs een aantal noordelijke festivals.
Eerder beginnen, minder mensen
„Het is een uitdaging om in 2023 een festival te organiseren”, zegt Milou de Boer van theaterfestival Noorderzon, dat op 17 augustus van start gaat. „De gestegen kosten en personeelstekorten maken het voor iedereen ingewikkeld. Wij hebben daarbij een enorm park waar we alle basisvoorzieningen, zoals toiletten en bars, zelf moeten aanleggen. Daarvoor hebben we altijd veel mensen nodig.”
Gratis muziek op theaterfestival Noorderzon in het Noorderplantsoen van Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Dit jaar beginnen een aantal medewerkers eerder met de voorbereidingen van het festival, om het werk gedaan krijgen met minder mensen. Vooral aan technici is volgens De Boer een tekort. „Veel van hen zijn tijdens de pandemie ander werk gaan doen. Die zijn niet allemaal teruggekeerd naar de culturele sector, ik denk dat het nog wel een paar jaar duurt voor we weer op het oude niveau zitten.”
Overal een festival
Uit onderzoek van de Vereniging Evenementen Makers (VVEM) blijkt dat er in 2022 meer dan duizend festivals plaatsvonden in Nederland. Die trokken ruim twintig miljoen bezoekers. In 2013 waren dat er nog zo’n zevenhonderd. Vooral muziekfestivals waarvoor een entreeticket gekocht moet worden deden het in 2022 goed. De gratis festivals hebben het moeilijker. Zo stonden de Utrechtse en Groningse edities van het jaarlijkse Bevrijdingsfestival in 2023 lang op losse schroeven, vanwege hoge kosten voor de organisaties.
Stijgende voorpret
Ook in de programmering is extra rekening gehouden met de kosten. „We hebben nog steeds veel internationale gezelschappen over de vloer, maar wel kleinere groepen. Dat scheelt in reiskosten en overnachtingen.” Ondanks de besparingen gaat de gemiddelde bezoeker niet veel merken van de uitdagingen waar het festival voor staat, denkt De Boer. „Dit is de eerste editie zonder coronamaatregelen. De containervoorstellingen, waarbij je toch dicht op elkaar gepakt zit, komen terug en er is veel gratis programma. Nu de opbouw is begonnen stijgt de voorpret bij Groningers, dat zien we ook terug in de kaartverkoop.”
Voor boven én onder de dertig
Sweelpop in Zweeloo stelt zich ieder jaar het doel om een grote artiest op de festivalposter te hebben. „Iemand die mensen uit de omgeving naar het festival trekt, en zowel de dertigminners- als plussers aanspreekt”, zegt Richard Prakken. Sinds 2015 zit hij in de organisatie van het festival. „Met Flemming en Tim Akkerman hebben we dit jaar twee mooie namen, maar de echte A-artiesten die op Lowlands en Pinkpop staan zijn voor ons niet haalbaar.”
In 2019 ging het publiek los bij Snollebollekes op Sweelpop in Zweeloo. Foto: Jaspar Moulijn
In het verleden was dat anders. „We hebben Bløf, Golden Earring, Racoon en Guus Meeuwis hier allemaal op het podium gehad. Maar de bedragen die grote artiesten vragen voor een optreden zijn enorm gestegen.” Voor de editie van 2020, die vanwege de coronamaatregelen niet door kon gaan, had Sweelpop een niet nader te noemen artiest geboekt voor een bedrag van 10.000 euro. Toen het festival dezelfde artiest in 2022 benaderde om op de jubileumeditie te spelen, was zijn gage opeens 40.000 euro. „Nou moet ik zeggen dat hij in de tussentijd wel wat bekender was geworden”, geeft Prakken toe. „Maar niet zó bekend.”
Duurdere munten
De prijsstijgingen kan Sweelpop niet helemaal zelf dragen. „Munten voor eten en drinken zijn 25 cent duurder geworden, maar de ticketprijzen blijven gelijk.” Dankzij de inzet van vrijwilligers en goede contacten met leveranciers heeft het festival soms een streepje voor. „Dit voorjaar belde ik het bedrijf dat bij ons al jaren het licht en geluid doet. Die hadden 25 augustus al vrijgehouden in de agenda, nog voordat we ze officieel gevraagd hadden.”
Welke festivals hebben het zwaar?
De eerste weken van het festivalseizoen was Freke Reimer van Solid Event Crew uit Amsterdam voornamelijk bezig met personeel afbellen. „Er werden gewoonweg te weinig kaarten verkocht voor de festivals waar we mee samenwerken.” Een schril contrast met 2022, toen er juist een schreeuwend tekort was aan festivalkrachten.
Volgens Reimer hebben vooral middelgrote dance- en technofestivals met plek voor 20.000 bezoekers het moeilijk. „Daar is de competitie moordend. Het is een genre dat pas dertig jaar geleden op festivals te horen was, de afgelopen tien jaar zijn de festivals als paddenstoelen uit de grond geschoten.” Naast een exclusieve artiest, die verder nergens anders te zien is, vinden jonge bezoekers de reputatie van een festival ook belangrijk. „Als er op TikTok negatieve verhalen rondgaan zetten bezoekers hun kaarten al gauw op een doorverkoopsite als Ticketswap.”
Uiteindelijk moet je de prijs-kwaliteitverhouding in het oog houden, denkt Prakken. „Door die iets duurdere munten kunnen we wel echt een goeie line-up bieden. Toen Sweelpop begon waren er drie festivals in Drenthe, ik durf niet eens te gokken hoeveel het er nu zijn.” Hoewel de kaartverkoop iets achterloopt op vorig jaar, verwacht hij een mooi festival. „We hebben in ons veertigjarig bestaan een vaste achterban opgebouwd, de lokale bevolking uit Zweeloo en de omliggende dorpen. Daarmee kunnen we het terrein al goed vullen.”
Loyaliteit
Die loyaliteit van omwonenden en vrijwilligers benoemen andere organisatoren ook. Kleinere festivals in de regio hebben minder acuut last van de economische malaise, denkt Minke van der Velde van Terug Naar Het Begin in de Eemsdelta. Zij spreekt van een geslaagde editie in mei. „We hadden eindelijk weer genoeg publiek en prachtig weer. Een verademing na drie jaar worstelen.” Omdat het festival zo kleinschalig is hoeft er niet veel opgebouwd te worden. „Onze artiesten spelen in oude kerkjes, waar vrijwilligers de bezoekers ontvangen. Maar je denkt wel twee keer na voor je de verwarming aanzet, of iemand een overnachting aanbiedt. Vroeger had je dat vanzelfsprekend gevonden.”
Een voorstelling in de kerk van Losdorp tijdens festival Terug Naar Het Begin. Foto: Duncan Wijting
Terug Naar Het Begin probeert de komende jaren efficiënter te programmeren. „Daar zijn we tijdens onze corona-editie mee begonnen, dus het is niet alleen vanwege de prijsstijgingen. We bieden zaterdag en zondag precies hetzelfde programma aan. Zo krijgen al onze bezoekers de kans om alles een keer te zien.”
De provincie verkennen
Ook FestiValderAa ziet veel bezoekers uit de omgeving, die zich verbonden voelen met het festival. „Echt regiopubliek”, zegt Soscha van der Stelt. Vanwege strenge stikstofregels week het festival noodgedwongen uit naar twee overdekte locaties, in plaats van het vaste heideveld in Schipborg. „Daar konden we een stuk minder mensen kwijt dan gebruikelijk, maar binnen die beperkingen ging het niet slecht.”
Marcel Hensema bovenop zijn publiek, onaf materiaal maar nu al indrukwekkend. Foto: Knelis
Volgens Van der Velde geeft die regiofunctie noordelijke festivals iets extra’s. „Voor mensen van buiten de provincie is het juist leuk om een weekend lang Groningen te verkennen. Grasnapolsky en Hongerige Wolf doen dat heel goed, die zetten vanuit de omgeving hun festival op. Alles werkt samen, omwonenden leren hun eigen gebied beter kennen en mensen uit de stad zien dat ze dichtbij huis iets heel moois kunnen meemaken.”