Hello Festival in Emmen in 2022. Foto: Archief/Jan Anninga
Door stijgende kosten kunnen festivals maar moeilijk het hoofd boven water houden. Ze luiden de noodklok. Hoe jammer ook, heeft iemand al eens bedacht dat er veel te veel festivals in Nederland zijn?
Voor corona stokte de festivalteller pas bij 1115 (met bijna 20 miljoen bezoekers). Er is wat discussie of het festivalseizoen begint met Grasnapolsky in Scheemda (tweede weekend van maart) of met Paaspop dit weekend, maar feit is dat het daarna in één streep door gaat. Er gaat geen weekend voorbij, of er zijn meerdere festivals.
Met de stijgende personeelskosten, tekort aan materialen en personeelstekorten is het steeds moeilijker een festival zonder verliezen af te sluiten. En de organisatoren hebben het na drie coronajaren toch al zwaar. Van reserves is geen sprake. Het leidt ertoe dat veel festivals aankondigen een jaartje over te slaan of helemaal te stoppen.
Het zijn vooral de kleinere festivals die de handdoek in de ring gooien. Maar aan grote, zoals Lowlands, lijkt al deze malheur voorbij te gaan. Het festival in Biddinghuizen was in een kwartiertje uitverkocht, terwijl de 60.000 kaarten maar liefst 300 euro per stuk kosten. Daarmee ben je er als festivalganger niet. Consumptiemunten op het terrein kosten zomaar 3,50 euro per stuk en met 30 munten begin je weinig op zo’n festivaldag. Tel daarbij op de reis en je hoeft niet raar op te kijken als je na zo’n weekend vele ervaringen rijker en 800 euro lichter bent.
Je zult maar organisator van een klein festival zijn, dat z’n hoofd niet boven water kan houden. Het moet een hard gelag zijn. De vraag is evenwel hoe erg het is dat er festivals verdwijnen. Bij zo’n overdaad is het onontkoombaar dat er een correctie volgt. Zo werkt het nu eenmaal in de economie. Blijkbaar is het daar nu de tijd voor.