Marcel Hensema bovenop zijn publiek, onaf materiaal maar nu al indrukwekkend. Foto: Knelis
Eigenlijk was het ongelooflijk, wat FestiValderAa zijn publiek gedurende drie dagen nog voorschotelde. Een volwaardig programma geschikt voor een groot publiek, in onvolwaardige omstandigheden die een veel kleiner publiek toelieten.
FestiValderAa zuchtte minder onder de hitte dan onder de stikstofbeperkingen, die in dit land niet gelden voor de agrarische sector en de zware industrie, maar wel de cultuur raken. Iedereen was het erover eens: het allesbindende festivalhart, het stukje hei midden in Schipborg waar anders duizenden bezoekers samenkomen, werd keihard gemist. Het ‘stiekem’ naar de rand van het festivalterrein verplaatste klassieke concert op zondagmorgen, diende hiervoor als statement.
De organisatie moest nu improviseren en experimenteren en ging er vol enthousiasme tegenaan, geen seconde jammerend over hoe mooi het had kunnen zijn. Het was kijken wat werkt en wat niet, met het oog op de toekomst. Want die stikstof waait niet zomaar over.
Twee festivalhartjes
Er waren nu twee, zeg maar, festivalhartjes. Buiten viel er wat te eten en te drinken, voor een voorstelling of concert moest het publiek naar binnen. Het ene hartje was café De Drentsche Aa, de andere het Fletcher Hotel de Zeegser Duinen. De eerste locatie stak als publiekstrekker wat schril af tegen de tweede, waar meer reuring en sfeer was. Ook zoiets was vooraf lastig inschatten. Wel is het natuurgebied naast het hotel wat aantrekkelijker dan de van oorsprong parkeerplaats bij het ‘Aa-café’, hoe leuk de vormgeving daar ook van alles probeerde. Leermomentjes.
Ellen ten Damme, volle overgave, moest alleen beginnen. Foto: Knelis
Over improviseren gesproken, even nadat taalkunstenaar en geheelonthouder - maar dan letterlijk, hij vergeet niks - Wim Daniëls op vrijdag een geestige voordracht had klaargespeeld in de zaal van de Drentsche Aa, moest Ellen ten Damme zwaar aan de bak in het Fletcherhotel, speels omgedoopt tot Heideway. Haar drummer zou sowieso niet meedoen, maar nu raakte de rest van haar band in een file en begon ze solo. Klasse en persoonlijkheid zijn reddende engelen in zo’n situatie. Alleen, alweer niks aan te doen, klaagden bezoekers over het wat lage podium.
Mooi en sfeervol in de tuin, de zaal juist plat
Daniëls was er namens het literaire onderdeel Zomerzinnen. Daarvoor voerde historisch taalkundige Frits van Oostrom in de tuin van Klaas en Gré een mooi gesprek met Annet Timmer over zijn boek . Dat werkt als een tierelier, zo’n locatie, vrij van welk verbod ook. Zondagmiddag, om nog even bij Zomerzinnen te blijven, kreeg cabaretier Erik van Muiswinkel de Drentsche Aa plat met zijn .
Over topprogrammering gesproken. In de kerk van Anloo mocht Wabi Sabi al spelend nog eens reclame maken voor een langere speellijst van de voorstelling (boek dat ding!). En in Jan’s Schuur, aan de brink in Zeegse, benadrukte Mevrouw Ogterop, met Lotte Dunselman en Wouter van Oord, met nog eens hoe hard deze prachtproductie na deze allerlaatste voorstelling een reprise verdient. Dit moet echt nog veel vaker worden gezien.
Loods 13 wist slim het natuurgebied als locatie te gebruiken. Foto: Ronnie Zeemering
Wouter van Oord moet wel kapot zijn (met Loods 13)
Die Van Oord moet nu wel kapot zijn. Hij rende ook nog talloze keren als acteur achter, naast en voor de huifkar van Loods 13 uit Emmen. Regisseur Isil Vos had voor het jeugdtheatergezelschap een ‘theatertaxi’ bedacht, die het publiek vanaf het hotel traagjes naar het café pendelde. Onderwijl speelden de acteurs in geestig met tijd, reizen, haast, rust en natuur, een tripje vol heerlijke verrassingen en een zeiknat personage dat vanuit het water de huifkar beklom. Eigenlijk de enige theaterproductie die gebruik wist te maken van de omgeving en nog (natuur)schoon ook. Bravo!
De andere vaste festivalgast, De Noorderlingen, posteerden hun in Jelto’s schuur, een productie waarin het niet moeilijk zoeken was naar de hand van regisseur Lotte Lohrengel. Vrijwel tekstloos, vol beweging, overstromend van energie en zeker in dit geval uitzinnige mimiek. Een van de weinige tekstregels was ook meteen de laatste scène, voordat de enig overgebleven acteur de schuurdeur sloot: ,,De man had nog één vraag...” Je kon er op de tribune achteraan denken: ‘...waar ging dit over...’
Dat is juist het leuke bij Lohrengels Noorderlingen: geef zelf een invulling aan die voorgeschotelde energie-erupties. Je zag botsende karakters, conflicten, goedmakers, sterke en onderdanige personages, harmonie, ga maar door. Hoe die ene jonge actrice smerig uitdagend het publiek aankeek! Gewoon gevaarlijk. Dus toch weer een boeiend ding gemaakt.
Frits van Oostrom en Annet Timmer in de tuin bij Klaas en Gre, voor Zomerzinnen. Foto: Knelis
Hoofdtelefoon en VR-bril
Het muziekaanbod, altijd binnen, was sterk afwisselend gericht op jong als zowel als ouder publiek. Er waren aanstekelijke optredens van Katie Koss, Huize Lucas, natuurlijk Jammah Tammah, met ertegenover het fijnere werk van Fay Lovsky en Laurens Joensen. Electropoëzie was deze keer meer electro dan poëzie, dat wil zeggen, de ruige danceklanken, goed voor een feestje, hielpen de tekst in de verdrukking. Op zich jammer.
Het audio-experiment van Tom Tieman bracht rust onder de eik. Daar had de bezoeker een koptelefoon op, met interviews van jonge mensen die een absoluut natuurleven ambiëren. Ondertussen kreeg die bezoeker gestaag een tent om zich heen gebouwd, wat het voorstellingsvermogen rond die verhalen absoluut versterkte. Tieman werkt ‘t nog verder uit.
Zoals Chantalla Pleiter, net als Tieman namens Station Noord, samen met Jan Klug haar wonderlijke en betoverende nieuwste vr-productie verder uitwerkt. Het is een combi tussen virtuele en échte werkelijkheid, waarbij dankzij de bril je handen en armen vervormen tot vreemde staken, en je talloze virtuele blokjes uit de lucht kunt grijpen, waarmee je uiteindelijk de meest vreemde verbindingen met een tegenspeler kunt leggen. Fascinerende droomwereld.
Buiten bij de Heideway (in het dagelijks leven Fletcher Hotel de Zeegser Duinen). Foto: Knelis
Marcel Hensema met een nieuwe topper in de dop
Ja, en dan Marcel Hensema. Hij verontschuldigde zich vooraf, in de prachtige speelkamer van Greet’s Place (weer zo’n boerderij), voor het feit dat hij nog nauwelijks wat zinnigs voor te schotelen had. Vergeet dat dus direct. Met teksten die hij deels nog dezelfde middag had aangevuld wond hij de kamer om zijn vinger. Wederom persoonlijk, zoals enzovoort, maar toch anders.
Of het ook die kant op blijft gaan, wie zal het weten, maar nu schetste hij het contrast tussen drukte, stress en overdrijving (krankzinnige vakantiereizen en zo) en de rust van de man die in Hensema’s Groningse dorp de begraafplaats onderhoudt. Zelfs als Hensema zei dat hij ‘nu wel erg lang aan het ouwehoeren’ was, kon je denken: laat dat er ook maar mooi in. Nieuwsgierig makend.
Er was natuurlijk nog veel veel meer. Dat is het mooie van een festival. Je kunt niet alles hebben. Maar FestiValderAa zelf verdient juist wel alles. En dat was meer dan het dit weekend mocht.