Sonja van der Meer en Bas Morsink bij de pastorie van de grote kerk. Foto: Rens Hooyenga
In plaats van de gewenste bruidsschat moest stichting de Nieuwe Rentmeester (dNR) betalen voor de ruim tachtig monumenten in Veenhuizen. Vervolgens kreeg de nieuwe organisatie te maken met forse tegenvallers.
De Nieuwe Rentmeester heeft geen winstoogmerk en berekende dat er met de bestaande huuropbrengsten voldoende geld in kas zou komen om de eigen broek op te kunnen houden. Dat lukte in het eerste volledige jaar dat dNR eigenaar was van de monumentale panden in Veenhuizen niet, blijkt uit het jaarverslag. dNR moest een negatief resultaat van 117.080 euro noteren. Het Drentse Landschap en BOEi staan financieel garant voor de nieuwe stichting.
Onderhoudsniveau valt tegen
„We bleken verantwoordelijk voor de energierekening van best veel panden. Dan sta je plotseling voor hoge lasten waar je geen rekening mee hebt gehouden”, verklaart Sonja van der Meer, directeur van Het Drentse Landschap. Ook het onderhoudsniveau van veel panden viel tegen. „Het is echt achteruit gegaan in de periode dat het Rijk besloot om het te vervreemden.”
De afgelopen anderhalf jaar stond in het teken van het in kaart brengen van de staat van alle eigendommen en het op orde krijgen van de (huur)contracten. De exploitatie van de panden in Veenhuizen wordt stap voor stap verder uitgebouwd en is onder meer afhankelijk van geïnteresseerde partijen die zich in het dorp willen vestigen. Van der Meer verwacht dat het drie tot vijf jaar kost om een stabiele organisatie neer te zetten.
Jaren in beeld
De stichting, een samenwerking tussen Het Drentse Landschap en BOEi, een organisatie voor het herbestemmen van monumenten, won in april 2021 het openbare aanbestedingstraject van het Rijk. dNR had daarbij één serieuze concurrent, blijkt uit stukken verkregen op basis van de Wet open overheid (Woo). Wie die partij is, is niet bekend.
Het consortium was jaren voor het aanbestedingstraject al in beeld voor het beheer en de exploitatie van de historische gebouwen. Inzet was toen om een bruidsschat mee te krijgen voor het noodzakelijke onderhoud aan de panden. De ook door lokale overheden gewenste één-op-één-overdracht ketste echter af omdat de regels rondom staatssteun in de tussentijd zijn aangescherpt.
Symbolisch bedrag
In plaats van geld meekrijgen moest het consortium dus geld bijleggen. Volgens Van der Meer van Het Drentse Landschap is daar tot op het laatste moment over nagedacht. Ze staat nog steeds achter de keuze. „Ik denk nog steeds dat we het anders niet hadden gekregen”, zegt ze. Het bedrag is symbolisch, 10.101 euro. „Een euro voor alle nazaten van de wezen en bedelaars in de strafkolonie Veenhuizen.”