Er is weinig tot niets meer over van groepsaccommodatie 't Hunebed in Sleen. Foto: Mediahuis
Een verwoestende brand legde groepsaccommodatie ‘t Hunebed in Sleen volledig plat. Na veel trammelant rond vergunningen en overlast, is dit het volgende hoofdstuk.
Groepsaccommodatie ’t Hunebed in Sleen en het appartement ernaast kunnen na de verwoestende brand van maandag op dinsdag als verloren worden beschouwd.
Eigenaar Richard Rolink laat zich niet zien; hij heeft het te druk met de nasleep. Telefonisch reageert hij. „Ik kan genoeg zeggen, maar probeer me maar niet daartoe te verleiden, oké?”
Met hekken is het perceel afgezet, waarna de politie onderzoek kan doen naar de oorzaak van de brand. Foto: Mediahuis
De brand in Sleen is niet alleen spraakmakend omdat ’t Hunebed een beeldbepalend gebouw was op de Brink van Sleen. De laatste jaren fungeerde het als groepsaccommodatie, maar tot 2005 was het een café, Zwols, een plek waar feesten en partijen werden gehouden. „Half Sleen is hier getrouwd”, zegt een inwoonster van het dorp. „Dit is heel naar, iedereen heeft hier leuke herinneringen liggen.”
Er zijn genoeg mensen die de groepsaccommodatie kwijt wilden
Sinds Richard Rolink er als eigenaar een groepsaccommodatie runt, is het echter onrustig rond ’t Hunebed. Omwonenden klagen over overlast en in een rechtszaak wordt gesteggeld over de juiste vergunning. „Er is genoeg trammelant geweest”, zegt Rolink, die niet wil speculeren over de oorzaak van de brand. „Zeg het maar. Er zijn genoeg mensen die de groepsaccommodatie kwijt wilden. Tsja. Onderzoek moet dat maar uitwijzen. Ik kan genoeg zeggen, maar probeer me maar niet daartoe te verleiden, oké?”
Het verwoeste gebouw was beeldbepalend voor de Brink in Sleen. Foto: Mediahuis
Slachtoffers vallen er niet. Het appartement werd niet verhuurd en een groep van zo’n 75 had de groepsaccommodatie de ochtend vóór de brand verlaten. Rolink: „We zijn nu druk bezig met praktische zaken zoals de verzekering, maar ook de boekingen die er nog waren. Een collega in de buurt heeft al aangeboden te willen helpen.”
Voorlopig overheerst een „leeg gevoel”, zegt Rolink. „Alles is vannacht al voorbij gekomen: woede, teleurstelling, noem maar op. Nu is het leeg, alsof er iemand overleden is, ken je dat?”
Riet
Aan de Brink in Sleen kijkt een handjevol mensen naar de restanten van ’t Hunebed. De brandweer omsluit het perceel waarop het pand staat met hekken. Daarna is het de beurt aan de politie die onderzoek gaat doen naar de oorzaak van de brand. Omliggende panden bleven gespaard; de brandweer had geluk dat er nauwelijks wind stond, waardoor de brand niet oversloeg. Bovendien waren omliggende panden niet bedekt met riet, zoals ’t Hunebed.
De brand verwoeste het gebouw volledig, maar slachtoffers vielen er niet. Foto: Mediahuis
Een van de mensen langs de weg meldde de brand ’s ochtends bij 112. „Kijk, om 2 uur 51”, zegt hij, terwijl hij zijn mobiele telefoon toont. Zijn naam in de krant wil hij niet. Drie minuten na zijn telefoontje verscheen de melding bij de brandweer, waarna de korpsen van Sleen, Zweeloo en Emmen rond de klok van drie uur ter plekke waren.
„Ik rook een brandlucht”, zegt de man die de melding deed. Hij maakte zijn vrouw wakker en daarna ook meerdere buren. „Ik dacht eerst: kwajongens die iets met een container uithalen, maar wat eerst nog een steekvlam was, werd binnen no time een uitslaande brand.”