Antoinette Rijpma-de Jong, Joy Beune en Marijke Groenewoud (vlnr) vieren het zilver op de teampursuit. Foto: ANP/Sem van der Wal
Nederland en de olympische ploegenachtervolging. Een gelukkig huwelijk is het met uitzondering van 2014 nooit geweest. Ook in Milaan niet. Met zilver voor de vrouwen en een vierde plaats voor de mannen moest bondscoach Rintje Ritsma het doen.
Wat zal Tim Prins zich dinsdagmiddag thuis hebben zitten verbijten. Zijn olympische droom viel kort na oud en nieuw in duigen, omdat bondscoach Rintje Ritsma Marcel Bosker mee naar Milaan wilde hebben voor de teampursuit.
Bosker kwam erbij, door Prins zijn naam ging een streep. Maar uitgerekend Bosker stond op de finaledag aan de kant. Hij moest na de kwalificatie van zondag twee dagen later plaatsmaken voor Jorrit Bergsma. Het drietal maakte ondanks het missen van de finaleplaats wel een sterke indruk, dus Bergsma bleef staan.
Waar Bosker op zijn beurt flink van baalde. „Ik denk dat ik het verschil had kunnen maken, want ik had frisse benen”, zei hij. Pissig vertrok hij naar het olympisch dorp. Hij moest even tot zichzelf komen. „Even opfrissen”, luidde zijn verklaring. „Het werd me even te veel. Maar ik kwam twee keer in de file terecht. Het duurde langer dan verwacht.”
Bondscoach Rintje Ritsma baalde van het vertrek van Marcel Bosker. Foto: ANP/Sem van der Wal
Vierde man was nodig
Ondertussen belde Ritsma zijn ontbrekende vierde man op. „We hebben afgesproken om het met zijn vieren te doen. Natuurlijk mag je teleurgesteld zijn als je niet opgesteld wordt, maar dit had niet mogen gebeuren.”
Ritsma baalde ervan dat het collectief dat hij met de vier man smeedde na het OKT op het laatste moment uit elkaar viel. In Milaan was de kwaliteit van de trainingen goed. Niet altijd waren Bosker, Bergsma, Chris Huizinga en Stijn van de Bunt er alle vier. „Maar altijd wel drie en dan kun je goed trainen.”
De bondscoach bleef volledig achter de aanwijsplek van Bosker staan, ook al reed die op de finaledag niet. „Je hebt gewoon vier man nodig. Als er iemand ziek wordt, heb je anders geen ploeg en dat is onacceptabel.”
Jorrit Bergsma (midden), Stijn van de Bunt (links) en Chris Huizinga missen op een haar na een medaille. Foto: ANP/Sem van der Wal
Ingewikkelde puzzel
Aanwijzen, schuiven in de opstelling, moeilijkheden om goed samen te trainen. Het was bij Nederland weer het aloude verhaal van de teampursuit. Elke bondscoach krijgt ermee te maken in het Nederlandse systeem van commerciële ploegen met hun eigen belangen. Ritsma was geen uitzondering.
Jorrit Bergsma verwoordde het treffend. Waar andere landen in één ploeg trainen en de rijders altijd bij elkaar hebben, bestond de olympische gelegenheidstrein in Milaan uit rijders uit vier verschillende ploegen. „Het is een heel ingewikkelde puzzel”, wist Bergsma.
Omdat het onderdeel zich zo heeft ontwikkeld, is het al lang niet meer zo dat opstellen van de beste drie 5 kilometermannen of allrounders een garantie is voor goud.
Op die wijze wonnen Sven Kramer, Jan Blokhuijsen en Koen Verweij in 2014 het enige Nederlandse achtervolgingsgoud op de Winterspelen. Het duwen is iets wat bijvoorbeeld trainingsuren vergt. „Met vier andere programma’s is het lastig om tijd te vinden om te trainen.” Huizinga: „Misschien moet daarin toch wat veranderen.”
Op de pijnbank
Hij zag ook hoe Italië en de Verenigde Staten de finale bereikten. Twee landen die de teampursuit wel heel serieus aanpakken. Het thuisland legde in de finale de ‘pain train’ van Amerika op de pijnbank.
Daarmee herhaalden Davide Ghiotto, Michele Malfatti en Andrea Giovannini de stunt van landgenoten Enrico Fabris, Matteo Anesi en Ippolito Sanfratello, die twintig jaar terug in Turijn ook goud pakten.
Nederland miste op een haar na brons. China was in de troostfinale 0,09 seconde sneller. „Naar de mogelijkheden die er waren hebben de mannen een goede prestatie neergezet”, concludeerde Ritsma.
Op waarde geklopt
Bij de vrouwen was het ook een op elkaar ingespeelde trein die goud veroverde. De Canadese ploeg van coach Remmelt Eldering versloeg in de finale Antoinette Rijpma-de Jong, Marijke Groenewoud en Joy Beune. Op waarde geklopt luidde het oordeel. „We hebben alles gegeven maar meer zat er niet in”, zei Groenewoud. „De vrouwen mogen trots zijn”, vond Ritsma.
Antoinette Rijpma-de Jong, Joy Beune en Marijke Groenewoud (vlnr) pakten het zilver. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
Dat waren ze uiteindelijk ook, al ging de wereldkampioen natuurlijk voor goud. Voor de bondscoach was de puzzel makkelijker te leggen bij de vrouwen. De drie rijders die hij het hele seizoen al opstelt, plaatsten zich allemaal voor de Winterspelen. „Zet ons ergens neer en we redden ons wel”, zei Rijpma-de Jong.
Maar ook het zilveren drietal ziet waar het pijnpunt zit in het schaatsland bij uitstek. Ook zij kunnen niet altijd met elkaar trainen. „Het is niet dat we niet willen, maar door de verschillende trainingskampen heb je de trein niet altijd compleet. Maar we flikken het hier wel zijn drieën, daar zijn we supertrots op.’’
Bondscoach Rintje was uiteindelijk trots op het zilver van de vrouwen op de teampursuit. Foto: ANP/Sem van der Wal
Maar de conclusie na een middag achtervolgen was ook dat het onderdeel nog altijd een ondergeschoven kindje is in Nederland. Het was ook te zien aan de tribunes, waar het oranje voor het eerst deze Winterspelen niet domineerde. Zonder rigoureuze veranderingen, die niet zijn te verwachten, zal dat ook over vier jaar zo zijn.
Of Ritsma er dan nog bij is, bleef nog in het midden. „Dit is geen gemakkelijke job”, concludeerde hij. „Iedereen vindt er wat van.” En zijn eindoordeel? „Blij met het zilver van de vrouwen, al heb ik een hekel aan verliezen.”