Een brandende gaspit in een fornuis. Foto: ANP/ROB ENGELAAR
Het is al weken koud in Noord-Nederland. We gaan rap door onze opslag aardgas heen. Wat gebeurt er eigenlijk bij een acuut gastekort? Vijf vragen over de slinkende gasvoorraad in Nederland. „Het is historisch héél laag.”
Hoe veel gas is er eigenlijk nog?
De gasvoorraad slinkt hard. Waar in november de gasbergingen nog voor 73 procent gevuld waren, was dat half januari volgens de Gasunie nog maar 40 procent. Toch was minister Sophie Hermans (VVD) niet bezorgd, zei ze destijds bij tv-programma Goedemorgen Nederland. Hiermee kwamen we volgens haar de winter wel door.
Een maand later is de gasvoorraad verder gedaald. Op 15 februari waren de gasopslagen nog maar voor 15 procent gevuld. Dat is een stuk minder dan de 31 procent van een jaar geleden. „Dat is historisch wel héél laag”, zegt emeritus lector energietransitie Martien Visser van de Hanzehogeschool Groningen.
Hoe komt dat eigenlijk?
In de vier gasbergingen in Nederland (Norg, Grijpskerk, Alkmaar en Bergermeer) past zo’n 14 miljard kuub gas. Jaarlijks gebruikt Nederland ruim 30 miljard kuub gas: een kwart gaat naar huishoudens, nog eens 15 procent naar scholen, musea en kantoren en de overige 60 procent naar de industrie.
De opslagen dus zijn essentieel voor de gasvoorziening. Maar deze winter waren ze maar voor 73 procent gevuld, in plaats van de gebruikelijke 90 procent. Daardoor is nu maar 15 procent in plaats van 30 procent over. „Minister Hermans heeft te laat ingegrepen”, zegt Visser. „Ze is te optimistisch geweest, dacht dat hiermee wel goedkwam. De energiemarkt is er niet een voor optimisten.”
Moeten we ons al zorgen maken?
Nee. Eigenlijk lost een dreigend gastekort zichzelf op door marktwerking van vraag en aanbod. Als de gasprijs per kubieke meter stijgt, verbruiken huishoudens en bedrijven minder gas om kosten te besparen. „Er is geen reden tot zorg, maar het doet wel pijn in de portemonnee”, zegt Visser.
Dat beaamt woordvoerder Marie-Lou Grégoire van de Gasunie. „De prijs is stabiel en we hebben vloeibaar gas uit het buitenland achter de hand. In deze situatie maakt de Gasunie zich geen zorgen, zolang er niets raars gebeurt.”
Wat nou als ons gas helemaal op is?
Dan verkopen andere landen volgens Europese afspraak meer gas aan ons. Ze zijn daartoe verplicht. „De pijn wordt eigenlijk verdeeld”, zegt Visser. „Het betekent dat ook bij onze buurlanden de gasprijzen omhoog gaan, omdat Nederland z’n zaakjes niet op orde heeft. Dat levert ongetwijfeld boze buren op, maar er komt wel gas.”
Een paar gasputten in Groningen voor de zekerheid niet dichtstorten met beton, zoals onderzoeksorganisatie TNO adviseert? „Ik snap dat vanuit technisch-economisch oogpunt. Maar daar staat het gevoel van de bevolking tegenover”, zegt Visser. „Er is een politieke keuze gemaakt.” Visser vindt dat Europa veel meer moet inzetten op het strategisch opslaan van gas. „Je moet altijd een voorraad hebben. Ook dat is een politieke keuze.”
Grégoire sluit zich daar bij aan. „Wij als Gasunie adviseren om gas achter de hand te houden. Je wil voorbereid zijn als er geopolitiek iets gebeurt en je langdurig zonder aanvoer zit. Laatst was dat spannend met Groenland. Als meneer Trump met sancties komt of een zeestraat blokkeert, hebben we een probleem.”
5. En wat als het buitenlands gas niet beschikbaar is?
Bij een ernstig tekort, grijpt de overheid in. Dat kan bijvoorbeeld als de aanvoer stokt of als sprake is van technische problemen. Visser: „Dan volgt een procedure waarbij de minister van Economische Zaken tegen bepaalde bedrijven zegt: u mag geen gas meer verbruiken. Denk aan schoolgebouwen of chemiebedrijven. Dat kost de belastingbetaler geld, al is dat relatief weinig vergeleken met de dan enorm gestegen gasprijs.”
Alleen de minister weet om welke bedrijven dat gaat, zelfs de Gasunie heeft daar geen kennis van. „Ik denk dat de regering in uiterste nood eerst grote energieafnemers afschakelt”, zegt Grégoire. „Ziekenhuizen en huishoudens zijn als laatste aan de beurt.”
Volgens Visser gaat het om een allerlaatste redmiddel. „Het is oneerlijk om die bedrijven stil te leggen, ze hebben dat gas gekocht en dat pak je af. Het is ook fnuikend voor het vestigingsklimaat. Energie afknijpen is dus de allerlaatste maatregel, eerst heb je álles geprobeerd om dat te voorkomen.”