Om een strategische gasreserve te houden moet het Groningenveld niet volledig worden afgesloten, terwijl sluiting al bij wet is geregeld.
Hiervoor pleit René Peters, directeur gastechnologie van onderzoeksorganisatie TNO zaterdag bij de NOS. Met dit advies sluit TNO zich aan bij zowel de Mijnraad als de Gasunie, die zich al eerder uitspraken voor het aanhouden van een strategische gasreserve.
De sluiting van het Groningenveld is al bij wet geregeld en ook het nieuwe kabinet heeft afgesproken dat de gasputten dichtgaan. De NAM is druk bezig met het dichtmaken van de putten.
Strategische reserve
TNO wil geen nieuwe commerciële gaswinning, maar een zogenoemde strategische reserve waarmee Nederland zich minder afhankelijk maakt van het buitenland. Inmiddels wordt 80 procent geïmporteerd. Dat maakt ons kwetsbaar in tijden van internationale onrust vindt TNO.
„Dat is een reserve die je beschikbaar hebt maar die je in principe niet gebruikt”, zegt Peters tegen de NOS. „Dan is Groningen een hele goede kandidaat omdat het veld nog heel veel reserve heeft en ook in staat is om snel gas te leveren.”
Risico op aardbevingen
Er zit nog voor zo’n 18 jaar aan gas voor binnenlands gebruik in de grond in Groningen. Inmiddels zijn 70 van de 300 putten gedicht en 6 van de 22 locaties gesloopt. Het is mogelijk om enkele putten open te houden, zegt de NAM. De NAM raadt dit wel af omdat daarmee het risico op aardbevingen blijft.
Gasgedeputeerde Susan Top schaart zich bepaald niet achter de oproep van TNO. „De versterking moet sneller. Er zitten nog duizenden mensen in onzekerheid met alle stress en spanning van dien. Dat is onze grootste prioriteit, daar moet alle aandacht en energie op gericht zijn”, zegt Top.
Wat betreft de leveringszekerheid verwijst ze naar de het sectorakkoord dat het Rijk onlangs afsloot met de gaswinningssector. „Het Groningerveld maakt daar geen deel van uit, want is bij wet gesloten. En dat dat wettelijk is vastgelegd is niet voor niks” aldus Top. „Dat is precies om deze reden gebeurd: om te voorkomen dat bij tegenslagen meteen weer naar het Groningerveld gekeken zou worden.”