Popconsulent Jan Stam heeft veel betekend voor de popmuziek in het Noorden. Foto: Marcel Jurian de Jong
Hij bouwde decennialang aan de noordelijke popinfrastructuur, ontdekte talent, bevocht erkenning bij politici en stond aan de wieg van bands als Skik en Tangarine. Binnenkort neemt Jan Stam (67) afscheid van een leven vol muziek. Gesprek met de ‘peetvader’ van de pop in Drenthe en Noord-Nederland.
Wie Jan Stam zegt, zegt popmuziek. Geen muzikant met gouden platen maar een stille, volhardende kracht achter honderden bands, podia, festivals en tal van andere succesvolle initiatieven. Muziek als eerste levensbehoefte. „Ik kan me geen dag zonder voorstellen”, zegt popadviseur Stam. „Ik slaap zelfs met de radio aan.”
Muziek dus. Al van jongs af aan is hij er gek van. In speelgoedwinkels was geen instrument veilig voor zijn grijpgrage handjes. Zingen mocht hij ook graag doen. Wie hem nu ziet kan het zich amper voorstellen, maar Jan Stam was een fanatieke koorknaap bij het jongenskoor van het Hoogeveens Christelijk Mannenkoor. „Met die hoge stemmetjes, ja. Vond ik wel interessant, we toerden door heel Nederland. Maar dat koor ging later op de fles. Was ik wel even sneu van.”
Had je niet liever zelf op het podium willen staan, als gevierd muzikant?
„Stiekem wel, ja. Ook geprobeerd. Maar op de muziekschool was de verplichte blokfluit een struikelblok. Daar had ik niks mee. Ik wilde graag drummen. In die tijd was ik gek van Led Zeppelin, Black Sabbath en Deep Purple. Zó wilde ik het ook. Later kocht ik een akoestische gitaar en leerde me alles zelf aan, gewoon door te luisteren. Ik kan geen noot lezen, maar via een songbook van Bob Dylan lukte het. Ik moest toen wel al zijn platen kopen.”
We spreken de popgoeroe tijdens een teamdag van zijn werkgever Kunst en Cultuur in Veenhuizen. Op een moment dat hij eigenlijk al met pensioen had moeten zijn. Maar adviseur Stam werkt door tot de zomer om de overdracht te regelen. Zijn opvolger neemt projecten over, de adviesrol gaat naar een collega. „Pensioen klinkt nog wat gek”, zegt hij. „Vooral omdat alweer een nieuw project in het najaar klaarligt, maar daar kan ik nu nog niets over zeggen.”
Voor mensen die jou niet kennen: geef eens een karakterschets. Hoe sta je in het leven?
„Heel positief en proactief. Met gepaste brutaliteit. Dat is ook nodig. Vooral richting de politiek. Ik kan me ergens in vastbijten. Als puber was ik best lastig. Stronteigenwijs ook. Ik haalde veel kattenkwaad uit en had al vroeg lang haar. Vanaf mijn twaalfde wilde ik niet meer naar de kapper. Mijn ouders over de zeik. Die schaften toen zelf een kappersset aan om mijn haar te knippen, haha.”
Matje
Zijn kenmerkende matje heeft de tand des tijds prima doorstaan. Stam groeide op in Hoogeveen. Hier begon ook zijn carrière die zo’n vijftig jaar omspant. Als vrijwilliger bij de (gereformeerde) jeugdsoos Tinck, boekte hij in 1976 een onbekend bandje dat in de streektaal zong: Normaal. „Voor 500 gulden! Kom daar nu nog maar eens om. Ze hadden toen net een single uit: Hels Als Een Jachthond. Vond ik wel vet, zingen in de streektaal. Ik heb de originele setlist van dat optreden nog. Later volgden andere bands, waaronder The Scene en Toontje Lager.”
Dat programmeren in Tinck smaakte naar meer?
„Ja, vooral van regionale en lokale bandjes. Om hen een podium te bieden. Ik hoorde toen van de problemen waar bands tegenaan liepen. Amper mogelijkheden om op te treden en te oefenen. Ook weigerde de landelijke radio om muziek van noordelijke bands te laten horen. Dus organiseerde ik in 1977 in Hoogeveen een talentenjacht onder de titel: Het Noorden is zo dood nog niet. Met bands uit Drenthe, Groningen, Friesland en Overijssel. Nou, muziek uit deze provincies is ook niet doods. Je moet het alleen wel laten horen.”
En daarna werd het beter?
„Was dat maar waar. In 1979 schreef ik een knelpuntennota. Elk probleem kreeg een concrete oplossing. Maar in die tijd werd popmuziek niet gezien als cultuur. Volgens de politiek was het een uitspatting van jongeren die de weg kwijt waren. Men ging ervan uit dat popmuziek snel weer zou verdwijnen. We deden er niet toe.”
Erkenning van deze cultuurstroming was een kwestie van de lange adem. Het maakte Stam activistisch. In 1981 volgde de oprichting van een popcollectief voor Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel. Een jaar later deed hij zelfs mee aan de gemeenteraadsverkiezingen met een Poppartij. „Wij wilden dat popmuziek serieus genomen werd. In de gemeenteraad van Hoogeveen begon men toen nog met gebed. Wij zeiden: begin gewoon eens met muziek. Dat vonden ze natuurlijk verschrikkelijk.”
Kantelen
De Poppartij haalde 90 stemmen. Voor een zetel waren er 700 nodig. Toch had Stam de aandacht die hij wilde. „Maandenlang heb ik interviews gegeven in regionale en landelijke media.” In politiek/bestuurlijk opzicht begon er echter wel wat te kantelen, geholpen door provinciale begroting die 4 miljoen ‘over’ had. „De PvdA en VVD vonden dat wij daar een deel van konden krijgen. Dat leidde tot een podiumplan, het eerste in Nederland. We kregen 265.000 gulden voor 2,5 jaar. Ineens konden we professioneel gaan werken.”
Wat volgt, is de uitbouw naar de Stichting Pop Drenthe. In 1984 trad Stam officieel in dienst. „Vanaf dat moment was ik popconsulent. Wat ik jarenlang als vrijwilliger had gedaan, deed ik nu betaald. Uiteindelijk heb ik mijn eigen baan gecreëerd. We gingen van niets naar een volledige infrastructuur. Oefenruimtes, podia, talentontwikkeling, de hele santenkraam.”
Popadviseur Jan Stam: „Volgens de politiek was popmuziek een uitspatting van jongeren die de weg kwijt waren." Foto: Marcel Jurian de Jong
Een bijzonder verhaal is de opkomst en doorbraak van rockband Skik. Vertel.
„Met Egbert Meijers van de afdeling streektaal wilden we beginnende bands in het dialect laten zingen. Maar dat project liep geen storm. Uiteindelijk kwam er één inzending binnen. Van ene Daniël Lohues, die toen in Utrecht woonde. Met een akoestische gitaar had hij drie liedjes opgenomen, waaronder Naor Huus. Een nummer over heimwee naar Erica. Ik zei tegen Egbert: dit móet je luisteren. Zo vet. Daniël kwam het live uitvoeren met zijn maten Maarten van der Helm (bas) en Marlen Davers (drums). Het stond meteen als een huis. Na het streektaalfestival in Emmen stond Skik op Eurosonic Noorderslag. Het dak ging eraf. The rest is history.”
Vandaag de dag struikel je bijna over de tributebands. Kijk maar naar de agenda’s van theaters en poppodia. Is dat een vloek of een zegen?
„Een vloek. Voor het publiek is het misschien wel leuk, maar ik baal er van. Het is slecht voor de ontwikkeling van artiesten die met eigen werk bezig zijn. Door al die tributebands zijn er minder podiummogelijkheden voor opkomende bands. Het verstoort ook de markt, terwijl de meeste poppodia flink worden gesubsidieerd. Dan behoor je in mijn optiek ook voldoende aandacht te besteden aan talentontwikkeling. Aan de andere kant begrijp ik ook dat podia de exploitatie rond moeten krijgen en op zeker spelen met acts die publiek trekken. Kijk alleen al hoeveel tributebands er zijn van The Ramones. Maar ik kan het meestal niet aanhoren. Ik zet liever de originele plaat op.”
Award
Vorig jaar kreeg Stam de Lifetime Achievement Award voor zijn vele werk en betekenis voor de noordelijke popmuziek. De lijst van festivals, workshops talentontwikkeling, showcases, gescoute en gepromote bands en artiesten is eindeloos lang. De nieuwsgierigheid naar nieuwe muziek heeft hij altijd gehouden. Regelmatig bezoekt Stam obscure concerten, het liefst van bands die nog nét niet zijn doorgebroken. Glimlachend: „Zoals Pearl Jam, ooit in Vera. Dat vind ik het mooiste moment. Voordat iedereen ze kent.”
De popinfrastructuur staat, vertelde je, maar zijn er ook zorgen?
„Toch wel. Er komen steeds minder nieuwe bandjes. Niet omdat het aan talent ontbreekt, maar wel aan geduld en volharding. Veel jonge muzikanten stoppen te snel. Andere interesses, verkering, geen zin om een instrument te bespelen. Kijk, een band kost tijd en energie en vraagt offers. Dat vergt dus doorzettingsvermogen. Neem een band als Blackbriar uit Assen. Die metal/gothic band bestaat al meer dan tien jaar. Pas de laatste jaren breken ze echt door. Succes ontstaat zelden snel. Mensen zien alleen het eindresultaat. Niet de jaren ervoor.”
In dat proces was Jan Stam de nuchtere popmissionaris en wegbereider. Of, zoals hij het zelf verwoordt: „Noordelijk muziektalent zien schitteren op het podium. Dat is waarvoor ik op deze aarde ben.”
Tot slot nog even over dat nieuwe project dat op stapel staat. Intrigerende cliffhanger. Kun je een tipje van de sluier oplichten?
Aarzeling. Dan: „In heb vanaf 1975 een enorm persoonlijk archief opgebouwd: posters, foto’s, cassettebandjes, setlists, demo’s. Alles bewaard. Met dat archief ga ik iets doen. Ik kan nu alleen zeggen dat het Drents Archief ook mee gaat werken. Het wordt een behoorlijk project, dat vermoedelijk in september start.”
Daarnaast wil Stam weer muziek maken. „Voor mezelf. Componeren, opnemen. Misschien ooit delen. Misschien niet.” Maar nu eerst toewerken naar zijn pensioen. „Dat ik meer tijd krijg voor andere dingen, vind ik wel mooi. En ach, als ik vertrokken ben blijft de muziek gewoon doorgaan.”
Paspoort
Geboortedatum: 2 mei 1959
Geboorteplaats: Noordscheschut
Woonplaats: Oberlangen (Duitsland)
Burgerlijke staat: alleenstaand, ‘wel samenwonend met twee Mechelse herders’