Choreograaf Mohamed Yusuf Boss, geboren in Somalië, opgegroeid in Drenthe en tegenwoordig wonend en werkend in Groningen, maakte een dansvoorstelling over migratie. Foto: Corné Sparidaens
Hij vroeg het zich laatst nog af. „Wat nou als we niet in 1989 maar in 2026 in Nederland zouden zijn aangekomen?” Dan zou Mohamed Yusuf Boss (39) waarschijnlijk nooit in het Grand Theatre terecht zijn gekomen.
In de VS zit een president die migranten deporteert en actief jacht maakt op de Somalische gemeenschap in Minnesota. In Nederland is het asielbeleid enorm verhard. En dan komt er in Europees verband ook nog een Migratiepact aan.
„Ach man, het is zo’n andere wereld nu…” We zitten in de bovenfoyer van het theater in Groningen. We praten over Xanuun, de nieuwe voorstelling van X_Yusuf_Boss, zijn dansgezelschap dat tegelijk zoveel meer is. „Confronterend om te zien.”
Sleen en Emmen
Toen Yusuf Boss 3 jaar was vluchtte zijn moeder met vijf kinderen vanuit Somalië naar Nederland. Hij groeide op in Sleen en Emmen, in relatieve rust. Zonder vader, dat wel: die kon Somalië niet uit. Hij zag hem nooit meer terug. In Drenthe ontdekte Mohamed als jongetje dans als middel om zich te uiten.
In Groningen ontwikkelde hij zich als danser en maker, met hulp van Urban House, Station Noord en Club Guy & Roni. Hij won prijzen en inmiddels toert hij door heel Nederland met zijn voorstellingen. Migratie is in zijn werk een thema dat steeds weer terugkeert.
De Iraanse danseres Tara Salahshor worstelt in 'Xanuun' met een 'kleurenzee van herinneringen'. Foto: Corné Sparidaens
Xanuun betekent ‘pijn’ in het Somalisch. „De voorstelling gaat over machtsstructuren en hoe je je daartegen wapent”, vertelt hij. „Iedereen heeft een manier om zich daartoe te verhouden. Een manier om te copen met wat er aan de hand is in de wereld.”
Xanuun, dat 30 januari in première gaat, is een vervolg op Lix. „Voor die voorstelling interviewde ik mensen uit de Somalische gemeenschap in Nederland. Wat me toen opviel, is dat veel van hen naar Engeland verhuisden. Ook familie van mij. Daar hebben ze veel violence meegemaakt. De segregatie daar is veel heftiger.”
Birmingham en Leicester
Hij baseerde zijn voorstelling op de verhalen van jonge Somalische migranten in Birmingham en Leicester. „Je groeit op in Nederland met een vluchtverhaal en migreert dan nog een keer. Opgeknipt in de vormende jaren van je leven. Weer vechten voor je plek. Je herijken. De pijn die daaronder zit, wil ik laten zien.”
Het gaat hem om de menselijke kant. „Welke plek neem je in, mag je innemen? Migratie is niet alleen een fysieke verplaatsing, maar ook een mentale en emotionele. Wat houdt je vast en wat laat je los? Herinneringen kunnen je geruststellen maar ze kunnen je ook overweldigen. En wat blijft er over als ze wegvallen?”
Yusuf Boss waakt voor cynisme. „Dat kan er zo insluipen. De wereld wordt alleen maar ellendiger en harder. Maar ik denk dat je door kunst juist de zachte kant, de flexibiliteit, kunt laten zien. Dat we allemaal heel erg hetzelfde zijn, ook al lijken we anders. Maar de hardheid, het populisme, maakt het niet makkelijker.”
Ubuntu
Verbinding maken, samenbrengen, begrip kweken, daar gaat het hem om. Daarom maakt hij niet alleen dansvoorstellingen met X_Yusuf_Boss, maar doet hij ook aan talentontwikkeling, (internationale) uitwisselingsprojecten en gemeenschapsvorming met wekelijkse Open Studio-sessies.
De Afrikaanse ubuntu-filosofie en het hiphop-principe each one teach one zijn daarbij leidend voor hem. „Je bent door de ander. Dus heb je de ander ook nodig om te kunnen zijn. Je bestaat niet alleen door jezelf, maar ook door herinneringen en door hoe anderen naar jou kijken.”
Mohamed Yusuf Boss tijdens een repetitie van 'Xanuun'. Foto: Corné Sparidaens
Dat vergt openheid en geduld. „Wat ik zo mooi vind aan ubuntu is dat je moeite moet doen om je tot de ander te verhouden. Ik moet zien wie jij bent, zodat jij mij ook kunt zien. Luisteren, nieuwsgierig zijn, de tijd nemen, vertragen. Bereid zijn iets van jezelf op te offeren. Vraagtekens zetten bij de waarheid die je zelf gemaakt hebt.”
Het is ook de manier waarop Yusuf Boss werkt. „Ik maak de voorstellingen samen met de dansers. Het is echt co-creatie. Soms is dat moeilijk, want dan willen de dansers duidelijkheid en structuur. Maar mijn brein werkt nu eenmaal zo. Twijfel mag er zijn. Het valt wel in elkaar. Het komt wel goed.”
Mentale migratie
Die openheid is ook een vorm van migratie. „De bereidheid om te migreren naar een andere plek of een andere staat van zijn. Je ontwikkelt jezelf en dat kan ook pijnlijk zijn. Ook voor anderen. Mijn moeder ziet haar kinderen veranderen en moet steeds de flexibiliteit opbrengen om zelf ook weer te kunnen veranderen.”
„We migreren allemaal”, zegt Yusuf Boss. „We gaan allemaal door levensfases. Het zijn allemaal microrevoluties die je als mens doormaakt in je leven. Als we daar wat meer bij stilstaan, kunnen we misschien ook wat meer compassie hebben voor mensen die fysiek migreren.”
Hij verwijst naar zijn tweede ‘migratie’: van Emmen naar Groningen. „Een enorme verandering. Als het al pittig is om in Nederland te verhuizen, wat gebeurt er dan als je uit een ander land hiernaartoe komt?” Migreren vraagt offers. „Offers die de generatie voor ons heeft gebracht, die zoveel hebben opgegeven voor ons. Dat gewicht. Ook mensen zonder fysieke migratieachtergrond voelen dat.”
Eigenlijk is dat het wat hem gaande houdt, vertelt Mohamed Yusuf Boss. „De effort en de bereidheid van een ander om iets op te offeren, om voor een ander iets open te breken. Dat is de motor van mijn werk.”
Voorstelling
‘Xanuun’ van X_Yusuf_Boss gaat vrijdag 30 januari in première in het Grand Theatre in Groningen. Op 29 januari is daar een try-out. Andere voorstellingen in het Noorden: 6/2 Drachten, De Lawei; 22/4 Winschoten, De Klinker; 20/5 en 21/5 Zwolle, Odeon. Zie voor de volledige lijst xyusufboss.nl.
Mohamed Yusuf Boss: ,,Wat ik zo mooi vind aan ubuntu is dat je moeite moet doen om je tot de ander te verhouden. Ik moet zien wie jij bent, zodat jij mij ook kunt zien." Foto: Corné Sparidaens
Tara Salahshor met achter haar Eloy Cojal, tijdens een repetitie voor 'Xanuun'. Foto: Corné Sparidaens