Zoë Tauran in de Johan Cruijff Arena. Foto: Josje van Hagen
Zangeres Zoë Tauran (26) uit Roden gaat hard. Een half jaar na haar eerste echte optreden stond ze al vier keer in de Johan Cruijff Arena in Amsterdam, als voorprogramma van Coldplay. Bicultureel tot op het bord: ,,Ik ben Moluks. En ook Nederlands.”
Daar sta je dan. Pal voor de eerste van je vier shows in de Johan Cruijff Arena, als voorprogramma van de wereldberoemde band Coldplay. Je bent 26, je komt uit Roden en je hebt eigenlijk pas een half jaar eerder je eerste echte optreden gedaan, met je eigen liedjes en je eigen band. En je moet het maken. In een stadion. Je was er ziek van, je hebt de nacht ervoor geen oog dicht gedaan.
,,We waren allemaal heel zenuwachtig”, zegt Zoë Tauran. ,,Normaal ben ik dat, maar nu gold het voor de hele band. Die hadden ook nog nooit in de Arena gestaan. Je weet gewoon niet wat je kan verwachten als je dat podium opstapt. Dat is gewoon heel anders dan een normaal optreden. Maar aan de andere kant: ook weer hetzelfde. Je wilt het net zo goed doen.”
Ze had er wel vertrouwen in, daar niet van. Ook al omdat de soundcheck in de middag goed ging: alles testen, het geluid instellen, dat soort dingen. Maar ja, toen was die Arena nog niet volgestroomd met 55.000 Coldplay-fans. Toen Tauran daadwerkelijk aantrad ook nog niet, moet ze er eerlijk bij zeggen: het stadion was zich nog aan het vullen. ,,Maar de vloer stond goed vol.”
En ze kwam, zoals dat heet, goed beslagen ten ijs na die soundcheck. ,,Qua geluid was alles goed. Dus als er iets verkeerd zou gaan, zou ik moeten vallen of zo. Ik vertrouw echt wel op de mensen met wie ik werk, en de mensen van Coldplay zijn ook de beste, die weten wat ze doen.”
Maar dan nog. ,,Je weet dat dat publiek niet voor jou komt. Het merendeel zal mijn muziek niet kennen, dat is heel anders optreden dan wanneer de mensen voor jou komen.” Een hele uitdaging. ,,Maar dat vond ik ook wel weer leuk. Het doel was een beetje om de mensen te overtuigen die mij niet kennen. Dat ze me wel onthouden. Zo van: ‘Er stond een meisje in het voorprogramma en die kan echt heel mooi zingen’. En als ik afga op de berichten die ik krijg, en het gegroeide aantal volgers, is dat wel gelukt.”
Maar goed. ,,De eerste keer, nee, eigenlijk elke keer wanneer ik het podium opliep had ik wel het gevoel: oké, dat zijn wel erg veel ogen op mij gericht.” De zenuwen werden in de loop van die vier concerten wel steeds minder. ,,Ik genoot er elke keer een stukje meer van.”
Coldplay, de Britse wereldact. Leuke mensen ook, ,,zo aardig als ze eruit zien, zo zijn ze ook echt. En iedereen van het team deed gewoon mega-aardig. Dat zegt ook zo veel over zo’n band.”
Tauran is zelf fan, en ze had half voor de grap bij haar management laten vallen dat ze wel in dat voorprogramma wilde. Via haar boeker, die weer goede contacten had met het Coldplay-kamp, werd het nog gefikst ook. ,,Dat geloofde ik natuurlijk niet. Echt bizar.”
Ajax-fan met alleen maar dochters
En ook nog eens in de Arena. De Arena! Als kind kwam ze daar vaak met haar vader, Ajax-fan. ,,Hij heeft alleen maar dochters. Ik heb daar heel vaak gezeten, en deze keer zagen andere mensen mij dan. Dat was wel even anders.”
Wat een verhaal. Zeker als je bedenkt dat Zoë Tauran eigenlijk nog maar net bezig is, tenminste, op deze manier. Haar fraaie debuutalbum, vernoemd naar haarzelf, is nog maar net uit. En ruim een half jaar geleden nog maar deed ze haar eerste optreden, tenminste, met haar eigen band en haar eigen, nieuwe liedjes. Op Noorderslag, in Groningen - waar ze zelf een jaar gewoond heeft, op de Grote Markt.
,,De plek waar ik ongeveer vandaan kom, ja, dat was leuk. Toen was ik zo ontzettend zenuwachtig dat ik er eigenlijk niet van kon genieten. Maar sinds ik Paradiso heb gedaan kan ik dat wel.”
In de Arena. Foto: Daan Zahradnik
Paradiso, Amsterdam. Ook al zo’n plek. Ooit stond ze eerder op dat podium, in een koor, als kind. ,,En toen dacht ik al: oké, ooit sta ik hier in mijn eentje. Dat was echt mijn droom.” En die kwam uit. Met enthousiast meezingende jonge fans, haar vader die haar een platinaplaat kwam overhandigen voor haar debuutalbum.
Het voelt alsof ze pas anderhalf jaar echt bezig is, vindt ze zelf. Paradiso, dat prachtige album, Noorderslag. En vorig jaar: samenwerkingen met Kris Kross Amsterdam, Ronnie Flex, Frenna, Bilal Wahib, de eerste hits onder haar eigen naam, veel drukte op vooral TikTok.
Paradiso, echt een doel
,,Het gaat wel snel. Het komt ook maar allemaal op mijn pad, al werk ik er natuurlijk hard voor. Paradiso was echt een doel. Maar verder heb ik dat niet echt, ik zie wel wat er gebeurt. Zoals Coldplay.” En komend jaar volgt een tournee door Nederland, die haar ook naar De Oosterpoort brengt, in Groningen (8 maart).
Dat album. Ze koos voor haar eigen naam als titel, Zoë Tauran. Als een soort statement: dit ben ik, dit is mijn wereld. ,,Dat is het ook wel. Ik kan wel weer iets heel spannends verzinnen, maar ja. Het is mijn eerste album, het gaat over dingen die gebeuren in mijn leven en dat van mensen om me heen. Dus waarom noem ik het niet zo?”
Zelf is ze er ook ,,heel blij mee en trots” op. En het is ook háár plaat, alle nummers gemaakt met dezelfde medecomponist, Brahim Fouradi, en dezelfde producer, Carlos Vrolijk. Wel met gasten: Bilal Wahib, Frenna, Ronnie Flex. ,,Echt een mixje”, zegt ze, ,,r&b, omdat ik dat altijd heb gezongen, maar ook wel pop. Kinderen vinden het leuk, hun moeders ook.” En andere grote mensen.
De meeste nummers schreven zij en Fouradi tijdens een ‘schrijverskamp’ van een week in Marrakesh, in Marokko - Fouradi komt uit de buurt. ,,En het is gewoon heel mooi daar.” Toevallig, en heel tragisch, ging net die week haar relatie uit, na zeven jaar. ,,Geluk bij een ongeluk”, zegt ze, ,,daardoor hebben we wel het album zo kunnen maken.”
Een stomme timing
Want er staan nummers op die rechtstreeks door die breuk zijn geïnspireerd. ,,Dat heeft wel geholpen.” Neem Therapie, neem Laatste dans. ,,Het hoort bij het leven. Op dat moment was het wel fijn dat ik het erover kon hebben. Het was aan de ene kant een stomme timing, want je bent weg. Maar aan de andere kant: het was fijn dat ik daar zat en meteen aan het werk kon. En dat je met twee mannen zit, met wie je er ook niet diep over gaat praten en gaat huilen of zo. Niet dat je je meteen weer tof voelt, maar het is fijn om zulke dingen van je af te schrijven.”
Niet alle liedjes op Zoë Tauran zijn zo persoonlijk, autobiografisch. Zoals het ook al iets oudere Gebruik me, over een ‘toxische’ relatie. En zo was die van Zoë helemaal niet. ,,Ik zing dat wel, maar het gaat ook over vriendinnen, wat ik om me heen zie, wat zij mij vertellen. En niks is precies zoals het was. Polo, dat rijmt gewoon lekker (op Solo, red.), maar ik heb nooit zo’n auto gehad. Daar vind ik toch te privé, niet alles hoeft één op één in een liedje.”
Het zijn liedjes over onderwerpen die Zoë en haar generatiegenoten aangaan. ,,Dat vind ik wel belangrijk. Ik ben zelf 26, het gaat mij om de verhalen van meiden van ongeveer mijn leeftijd. Dat ze weten: het is normaal waar je doorheen gaat, en je komt er ook weer uit. Je bent niet alleen. Dat is een beetje, denk ik, het doel van dit album. Ik zei laatst in een podcast: ‘als je een gebroken hart hebt, moet je echt dit album beluisteren’. Daar kreeg ik meteen reacties op, van meiden die dat herkennen.”
Er was eens een meid, dat zingt Zoë Tauran nadrukkelijk niet in de ik-vorm. Het is een moderne smartlap over een meid die het niet getroffen heeft. Vader weg, moeder aan de crack, mishandeld, misbruikt, alles wat je niet wilt en het eindigt met een sprong van een flat.
Zoë Tauran Foto: Daan Zahradnik
,,Dat gaat helaas wel over dingen die echt gebeuren, al voelt het voor mij wel heel ver weg. We zagen zoiets op het nieuws en hebben daar een nummer over gemaakt, in Marrakesh. Ik heb ook meiden gesproken die zulke dingen hebben meegemaakt, bij Stichting Fier. Ja, ik vind dat ook belangrijk. Ik kan wel allemaal leuke liefdesliedjes maken over gebroken harten, maar het is ook goed om af en toe een serieus iets aan te kaarten. En die meiden, ja, die zien dan ook dat ze niet alleen zijn.”
Molukse familie, vol muziek
Het zingen zat er al vroeg in bij Zoë Tauran. Vooral bij de Molukse familie van haar vader sprak muziek vanzelf. Drie ooms van haar zaten in een band, Black Pearls. Zingen, dansen, van jongs af aan kreeg ze dat mee en wel met veel plezier.
,,Toen ik 4 was werd ik op dansles gezet, letterlijk. Maar dat vond ik ook echt helemaal fantastisch.” Zo vanaf haar zevende zat ze een jaar of tien op Dansacademie Lucia Marthas, in Groningen, waar ze ook zangles kreeg. ,,Toen was voor mij al lang duidelijk: ik ga gewoon zingen. Dat wist ik gewoon: ik ga hier wel mijn beroep van maken.”
Hoe ging ze dat dan bereiken? Er was eens een meidengroep, TP4Y (‘Too Pretty For You’). ,,Maar dat zag ik toen al als een opstapje, ik wist al dat ik niet forever in een meidengroep wilde zitten. Maar ik heb daar megaveel van geleerd. Daarvoor was ik heel verlegen, ik durfde nog geen stap te zetten op het podium of te praten met vreemde mensen.”
Daarna volgde een zoektocht ,,... van: oké, ik wil zangeres worden, maar niet overhaast. Ik denk dat dat een goede keus is geweest. Echt bewust nadenken over wat ik wil doen, en pas muziek uitbrengen als ik er 100 procent van overtuigd ben.”
En dat heeft nog wel even geduurd. Ze deed veel studiosessies met veel verschillende mensen, maar dat was het steeds net niet. ,,Ik ben niet een moeilijk persoon, maar ik ben niet snel op mijn gemak bij iedereen. Ik wil niet elke keer zenuwachtig zijn voor een studiosessie, ik wil gewoon gezellig muziek maken.”
Het goede team, het goede liedje
Dus was het wachten op het goede team, op het goede liedje. ,,De eerste keer dat ik met Carlos en Brahim zat, kwam Solo eruit. En toen wist ik het gelijk.” Ze kende die twee al van meidengroep TP4Y, dus dat voelde meteen al vertrouwd. ,,Ik heb echt gewacht op het juiste moment. Dit was mijn tijd.”
Dat ze die tijd nam, had ook te maken met haar privésituatie. Haar ex is profvoetballer, ook actief in het buitenland. Toch een andere wereld dan Roden. En zij vergezelde hem vaak, ,,Dat zie ik ook weer als een les. Niet iedereen heeft in China gewoond.” Ook al waren de mensen daar ,,superlief”, ze hoeft daar nooit meer te wonen. ,,Maar ik heb er megaveel geleerd. Ik denk dat ik daar sneller volwassen geworden ben.”
Ze was pas 19 toen ze naar het buitenland ging. ,,Ik woonde op een plek in China waar niemand Engels sprak. Ik ben dan toch een Nederlander: nergens aardappels te vinden, geen brood. Dat was daar gewoon niet. Ik hou wel van een hutspotje af en toe.” Zelf kookt ze eerder Moluks, maar als ze naar Roden komt maakt haar Nederlandse moeder graag zoiets, of een stamppotje, met een gehaktbal. ,,En jus. Oooh!”
Bicultureel tot op het bord
Bicultureel tot op het bord, dus. Haar Molukse kant koestert ze ook. Ze zou ook heel graag naar de Molukken willen, ,,maar dan wel met het hele gezin. Ik heb er familie die ik nog nooit gezien heb. Ik zeg ook altijd dat ik terug wil, terwijl ik daar nog nooit geweest ben.”
Zo diep gaat dat. Onbewust moet die Molukse cultuur ook wel in haar muziek zitten, denkt ze, ,,omdat ik daarmee ben opgegroeid.” Maar om nou een strijdlied over de Molukse zaak te zingen? ,,Ik voel me niet de persoon om dat verhaal te vertellen. Al denk ik wel eens: het zou leuk zijn als ik dat zou durven. Want ik vind het wel belangrijk dat het wordt verteld.”
Zoë Tauran. Foto: Martika Avalon
Ze zag de pijn in de ogen van haar opa, die van de generatie Molukkers was die destijds, na de onafhankelijkheidsstrijd van de voormalige Nederlandse kolonie Indonesië, min of meer gedwongen naar Nederland kwam, en de hoop op een eigen staat nooit heeft opgegeven.
,,Mijn vriendinnen, bijvoorbeeld, hebben geen idee hoe mijn opa en oma hier terecht zijn gekomen. Veel mensen weten niet eens wat Molukkers zijn. Daar kan ik me wel beledigd door voelen. Ik vind het een belangrijk verhaal om te vertellen. Maar je wilt dat op een goede manier doen, op een respectvolle manier naar de Molukse gemeenschap toe. Dat is misschien een beetje eng.” Toch niet omdat ze half Moluks is? ,,Nee”, zegt ze beslist. ,,Ik ben Moluks. Ik ben ook Nederlands.”
Ze woont nu in Amstelveen, maar het Noorden blijft trekken. ,,Ik word vaker herkend, dat vind ik heel ongemakkelijk. Maar in Nederland kan je altijd wel gewoon over straat. En helemaal hier in het Noorden, dan heb ik nergens last van. Natuurlijk zijn er wel mensen die mijn liedjes gaan zingen als ze me op straat tegenkomen, dat is ook wel weer lachen. Het is echt zo dat mensen hier nuchter zijn, gewoon lekker hun eigen leven leiden. Niks tegen Amsterdam, maar ik merk dat het daar anders is, dat iedereen bezig is met wat de rest vindt. Als Groningen drie kwartier van Amsterdam had gelegen, had ik hier gewoond. Maar het is gewoon te ver.”
Babyneefje
Maar ze is vaak in deze contreien. Als het te combineren valt met haar drukke bestaan zit ze elke woensdag in Roden, als haar ‘babyneefje’ het pasgeboren zoontje van haar zus bij haar ouders is. ,,Vandaag ook, ik heb de hele ochtend met mijn neefje gespeeld.”
Dan de altijd lastige slotvraag. Hoe ziet ze zichzelf over een jaar of vijf? ,,Mijn grootste droom is moeder worden, kinderen krijgen. Absoluut. Dan zie ik me als moeder, die nog steeds muziek maakt. Maar als ik echt moest kiezen? Een gezin. Ja. Vroeger wilde ik tien kinderen, mijn vader komt ook uit een gezin van tien. Nu zeg ik: vier. Als het mag, allemaal.”
Eerst maar oefenen met haar babyneefje. Ze heeft, trouwens, geen relatie. ,,Dus ja, dat moet eerst. Nu focus ik lekker op muziek. Het komt allemaal wel.”
Paspoort
Naam Zoë Tauran
Geboren 31 maart 1997 in Roden
Opleiding havo op de Lindenborg in Leek
Carrière The Voice Kids, (2012), Holland’s Got Talent (2014, met TP4Y), album Zoë Tauran
Privé single, woont in Amstelveen
Zoë Tauran treedt o.a. op 8 maart op in De Oosterpoort in Groningen