Albino Sports, met links Appie Mussa (de 'blauwe vogel' van Joost) en rechts Brunzyn. Foto: Ruby Dijt
Into The Great Wide Open had het voordeel van prachtige plekken op Vlieland, en prachtig weer. Maar het festival heeft wel wat uitdagingen te overwinnen.
De juiste plek, de juiste sfeer: dat doet wat met de festivalbeleving. Zeker op Into The Great Wide Open, dat al boft met de Vlielander natuur en ook nog eens mocht rekenen op ideaal festivalweer.
In het Vuurboetsduin, een intieme, door bomen omzoomde duinpan, speelt vroeg in de middag Ichiko Aoba, folkzangeres uit Japan. Tere liedjes zijn het, ijle melodieën op basis van slingerende gitaarnoten. En in onverstaanbaar Japans.
Waar ze het over heeft? Misschien wel over die zacht ruisende bomen, het pakweg duizendkoppige publiek dat ademloos en doodstil ligt te luisteren, het zachtjes prikkelende zonnetje, de vogels die hun gekwetter gestaakt hebben (of gevlucht zijn).
Zo vallen Aoba’s muziek, op de playlist nogal vluchtig, en de omstandigheden mooi samen. Een dag later meanderen op diezelfde plek de noten in Midden-Oosterse toonschalen van het Frans-Iraanse duo Hamraaz al net zo sierlijk tegen de duintoppen en de boomtakken.
Nog zo’n mooie plek: het havenplein, met de Waddenzee als gratis, onbetaalbaar decor. De VPRO benutte dit visuele buitenkansje al eerder voor televisiesessies, nu staan er ook banken voor het publiek. De zanger van de Bowieaanse band met de mooie naam Walt Disco springt midden in een nummer de zee in.
Froukje, favoriet aller festivals
Froukje. Komend weekend op festivals Woordvloed in Leeuwarden en Hullaballoo in Groningen, twee weken geleden voor de derde keer op Lowlands en zaterdag, ook niet voor het eerst, op het goed volgepakte sportveld. En opnieuw windt ze de duizenden om de vingers, met haar goudeerlijke liedjes op doorgaans opwekkende beats.
Froukje is niet te beroerd om de festivalconventies om te draaien: we mogen ons gerust slecht voelen. Maar dan is er altijd zo’n verlossend liedje, vol troost, met in een paar gevallen assistentie van boezemvriendin S10. Hoe had dit het gedaan als afsluiter van de zaterdagavond, in plaats van de wat gemaniëreerde strijkkwartettenliedjes van Patrick Watson op die positie?
Intussen hebben Froukje en S10 ook buiten hun officiële podium een vrolijk festival. Ze worden aangetroffen op verschillende plekken, De Bolder en de ingang van de fietsenstalling, plaatjes draaiend en dansend.
Het programma
Met Froukje en Patrick Watson hebben we de grootste namen van het festival wel gehad. Je hoort onder de festivalgangers best wat gemopper en gegrom over het programma, dat niet aan alle kanten barst van de spanning en de schurende randjes.
Pongo: uit Angola via Portugal, op hip wereldse beats. Foto: Sjoerd Knol
Je werd soms kriebelig van de overmaat aan ijle singer-songwriters en kabbelende indiebands. Een mooie plek maakt doorgaans veel goed, maar ook weer niet alles. Je mist toch de scherpte die soms wel in het ‘bijprogamma’ zit: ‘tribunalen’ over mensenrechten, bijvoorbeeld.
Maar dan heb je altijd weer acts die het publiek, soms erg toe aan een feestje, laten opspringen. Albino Sports, de vrienden van Joost, met onder anderen Brunzyn en Appie Mussa, laten de Open Plek flink stuiteren. Of Fat Dog, een heerlijk opruiende band op diezelfde plek.
En wat je het veelkoppige programmateam ook moet nageven: de aandacht voor muziek uit minder voor de hand liggende windstreken. Japan en Iran noemden we al, zangeres Pongo uit Angola (via Portugal) maakt er ook een feestje van, met hip wereldse beats
Quique, voormalig Nederlands rapper, onderzoekt zijn Colombiaanse achtergrond in lekkere, maar wel wat vluchtige latin-pop. Hij vertelde blij over zijn bijzondere ervaringen bij zijn aankomst op het eiland: ,,Als ik een druppel had genomen, had ik nog meer genoten!”
De inbreng uit het Noorden blijft beperkt, maar de dans voor drums en synths van Velocity Made Good uit Leeuwarden en de loeiharde punk van Frontsector uit Groningen scherpen de randjes in het ietwat kabbelende programma wel effectief aan.
De uitdagingen
Arnout de la Houssaye (44) is al vanaf de eerste Into The Great Wide Open betrokken bij het festival. Met ingang van deze editie zit hij in de dagelijkse leiding. ,,We hebben een hekel aan het woord ‘directeur’.”
Froukje (in paars shirt) op Into The Great Wide Open: verlossing en troost. Foto: Ruby Dijt
Directeur of niet, ‘zijn’ festival kent de nodige uitdagingen. De vergunning volgens de wet natuurbescherming is voor de komende vijf jaar weer binnen, maar het blijft een kluif om elk jaar weer aan de strenge eisen te voldoen.
De eilanders
Een andere uitdaging: de plaatselijke bevolking, waar de weerstand tegen het festival en de bijbehorende drukte lijkt te groeien. Hoho, nuanceert De la Houssaye: er is een draagvlakonderzoek gedaan, ,,en daardoor werd die weerstand zichtbaar. Daar kunnen we op acteren.”
Zo kwamen er zo’n veertig leden van Vlielands Eerste Senioren Vereniging af op een uitnodiging van het festival. Geen doelgroep waarvan men veel affiniteit verwachtte, ,,maar toen bleek dat ze het hartstikke leuk vonden. Dan sla je jezelf voor de kop dat je daar bij al die veertien eerdere edities niet eerder aan gedacht hebt.”
Eilander ondernemers klagen dat het festival alle potentiële klandizie naar zijn eigen terreinen trekt. Dus zie je nu meer festivalactie in het dorp: optredens op het havenplein en warempel een bijbehorende, drukke braderie. Verschillende eilanders ondernemers werken nu samen in Collectief Vlieland, voor de verkoop van eten op het Sportveld.
Dus: zuinig zijn op dat eiland, en wel even langsgaan om excuses te maken aan de uitbater van strandtent Oost, die zonder overleg een enorme ontbijttafel van het festival voor zijn neus op het strand zag verrijzen. De la Houssaye: ,,Dat hebben we niet goed gedaan.”
Rapper Mula B. Foto: Alex Heuvink
Het publiek
De la Houssaye weet het ook wel: 10..000 man extra op zo’n eiland (6000 betalende bezoekers, verder gasten, kinderen, bands, restaurantondernemers etcetera), dat legt druk op het eiland ,,Alleen al 900 vrijwilligers, evenveel als er ‘s winters eilanders zijn.”
Dat publiek, daar zitten heus mensen uit het Noorden bij. Maar er zit een kern van waarheid in het cliché van Randstedelijk satellietfestival: zo’n 70 procent komt uit die hoek, Amsterdam en Utrecht vooral. Sommige mensen vinden die instroom van westerse hipsters en havermelkdrinkers echt te veel, irritant zelfs. Die geluiden hoor je dan weer vooral van Amsterdammers en Utrechtenaren.
Het risico
Zo’n festival, ,,het is een risicovolle onderneming”. Vorig jaar was er een tekort van 100.000 euro. De kaartjes kunnen eigenlijk niet duurder, maar er komt ook nog een btw-verhoging aan. Sponsoring kan een uitweg zijn, maar wel op een inhoudelijke manier: ,,geen Rabobank-logo’s naast de podia.” Maar hij sluit ,,pijnlijke keuzes” binnen de organisatie ook niet uit. ,,En misschien wel een act per dag minder.”