Hoe Marten (88) uit Haren door vertaling van Kapitein Rob terug naar Terschelling reisde. ‘Nederlands is de taal van mijn hoofd; Gronings die van mijn hart’
Marten van Dijken vertaalde Kapitein Rob in het Gronings. Op zijn schoot ligt de Groningstalige Bijbel. Foto Jaspar Moulijn
Marten van Dijken (88) deed bijna veertig jaar over de vertaling van de Bijbel in het Gronings. Zijn laatste vertaling, Kapitein Rob en het geheim van de Bosplaat, nam een half jaar in beslag. „Nederlands is de taal van mijn hoofd, maar het Gronings is de taal van mijn hart.”
Het zorgappartement van Marten Van Dijken en zijn vrouw Auktje (86) in Haren maakt een smetteloze indruk. Een boekenkast leunt tegen de wand; de schrijvers Dick Francis en Stieg Larsson staan netjes naast elkaar in het gelid. De vorige woning van het echtpaar puilde uit van de boeken; papier omsingelde Van Dijken in zijn werkkamer. Het herseninfarct van zijn vrouw in 2020 veranderde alles. „Er moesten vanwege onze noodzakelijke verhuizing naar dit zorgappartement nogal wat boeken de deur uit”, zegt hij ietwat droogjes. „Logisch natuurlijk, maar dat viel nog niet mee. Je bouwt een band op met boeken die je leest. Ik gebruik nu een e-reader, maar ik vind dat eigenlijk maar niks: je moet een boek kunnen vastpakken, erin kunnen bladeren.”
De vertaling van de Bijbel in het Gronings duurde bijna veertig jaar; die van Kapitein Rob was met een half jaar een sprintje. Foto Jaspar Moulijn
De bescheiden boekenkast is het restant van een leven lang verzamelen. Komt er een boek bij? Dan moet er ook weer een boek uit. Maar onlangs kwam er een nieuw exemplaar bij, dat net, maar dan ook net, paste: de Groningse vertaling van de strip Kapitein Rob en het geheim van de Bosplaat. „Het is maar een smal boekje.”
Wie is Kapitein Rob?
De strip werd vlak na de oorlog voor het eerst gepubliceerd in verzetskrant Het Parool. De geestelijk vader is Pieter Kuhn, die de tekeningen maakte. De verhalen die hij verzon, werden uitgewerkt door journalist Evert Werkman van Het Parool. De strip van de stoere zeebonk, zijn hond Skip en – vanzelfsprekend – het zeilschip De Vrijheid was in de jaren vijftig en zestig razend populair onder de jeugd.
Een originele stripstrook van Pieter Kuhn voor het verhaal Het geheim van de Bosplaat. In de kantlijn staan aantekeningen van de tekenaar die ook de verhalen bedacht en door journalist Evert Werkman van Het Parool werden uitgewerkt. Kuhn tekende naar het leven. In deze scene koopt kapitein Rob in een maritieme winkel in Amsterdam een Duits seinpistool. Zowel de winkel als de eigenaar zijn authentiek, evenals het seinpistool. Dit is later aan Museum 't Behouden Huys op Terschelling in bruikleen gegeven. Bron: Groninger Archieven. Illustratie: copyright Erven Kuhn Bron: Groninger Archieven. Illustratie: copyright Erven Kuhn
Uitgeverij Personalia in Leens is bezig met een heruitgave van alle delen. Eigenaar Seb van der Kaaden benaderde Van Dijken met het verzoek er eentje te vertalen. Welke? Dat mocht hij zelf weten. Van Dijken glimlacht. „Eerlijk? Ik heb helemaal niks met Kapitein Rob, ik heb er nooit iets van gelezen. Ik deed op internet wat onderzoek en toen zag ik die titel: Kapitein Rob en het geheim van de Bosplaat. Dat avontuur speelt zich af op Terschelling, daar ging ik sinds de jaren zestig praktisch elk jaar met Auktje naartoe. Nu gaat dat niet meer, maar we kwamen er veel. De Bosplaat kennen we heel goed.”
Een stripstrook uit 't Gehaaim van Bosploat'. Bron: Uitgeverij Personalia. Illustratie: copyright Erven Kuhn
Toegegeven: hij vindt het niet het mooiste boek dat hij ooit vertaalde; het kostte hem ook weinig moeite. Van Dijken vertaalde tot nu toe tien boeken in de taal van zijn ouders en grootouders: het Grunnens. „Het is de taal van mijn hart, van mijn jeugd en van mijn dromen.”
Wel of geen Gronings? Dat is de vraag
Hij spreekt ook keurig Nederlands. „Dat is de taal van mijn hoofd. We hebben onze kinderen ook in het Nederlands opgevoed. Tja, we woonden in Haren; hier spreekt iedereen Nederlands, dus we moesten wel.” Hij grinnikt. „Ik moet toegeven dat ik daar wel een beetje spijt van heb.”
Van Dijken was tot zijn pensioen ambtelijk secretaris van schoolbesturen in Groningen. Dat was bepaald geen vanzelfsprekendheid. „Ik ben geboren in Stedum. Mijn vader was slager en had hartproblemen, daarom moest ik na mijn eerste jaar op de mulo van school af. We waren met zes kinderen thuis en als oudste moest ik hem meehelpen in de zaak. Na twee jaar overleed hij, ik was iets van 15 jaar. Een jongere broer nam het werk in de slagerij over en ik ging weer naar de mulo. Daar leerde ik Auktje kennen.” Hij gebaart naar een plek links achter hem. „In de klas zat ze schuin achter me.”
Het seinpistool dat Pieter Kuhn ooit kocht en nu onderdeel is van de collectie van Museum 't Behouden Huys op Terschelling. Fotograaf: Richard van der Veen/Museum 't Behouden Huys.
Het was zijn vrouw die de eerste aanzet gaf tot zijn vertaalwerk. „Ik zal een jaar of dertig zijn geweest. Ik was bevriend met Engel Jan Struif, een dominee die veel in het Gronings preekte. Hij schreef elk jaar een wedstrijd uit waarbij een gedeelte uit de Bijbel moest worden vertaald. Ik deed elk jaar mee, maar ik stuurde mijn vertaling nooit op, dat vond ik maar onzin. Aukje zei op den duur: ‘Doe dat nou eens. Dan weet je ook hoe ze dat beoordelen.’ Ik deed het, prompt won ik de eerste prijs. Daarna benaderde de Culturele Raad Groningen mij met het verzoek mee te werken aan de Groningse vertaling van de Bijbel. Er was al een groepje zes jaar bezig het Bijbelboek Lucas te vertalen.” Een glimlach. „Ze hadden vijf hoofdstukken af, dus dat schoot niet heel hard op. Simon Reker (oud-hoogleraar Groninger taal en cultuur, red.) had berekend dat we in dat tempo nu nog bezig waren geweest.”
Welke uitgever wil vertaling van ‘Alleen op de wereld’?
Na zijn pensionering werd hij coördinator van de Bijbelvertaling. „Het duurde in totaal bijna veertig jaar, het was een dagtaak. Ik nam het overal mee naartoe, ook naar onze dochter, die toen in Chili woonde. Ik heb zo heel wat uren onder de vijgenboom in haar tuin doorgebracht.”
Andere vertalingen in het Gronings volgden: de kinderbijbel, sprookjes van de gebroeders Grimm en Tom Poes van Marten Toonder. „Dat werd Tom Koater.”
Dan is er nog het werk dat hij uit eigen beweging vertaalde: Alleen op de wereld van Hector Malot. „Ik vind dat alle jeugdklassiekers in het Gronings moeten worden vertaald. Maar hiervoor heb ik nog geen uitgever kunnen vinden.”
En als dat lukt?
Hij knikt naar de boekenkast. „Dan moet er eentje uit.”
Kapitein Rob
De Groningse vertaling ligt nu in de winkel. Bron: Uitgeverij Personalia. Illustratie: copyright Erven Kuhn