Marten van Dijken maakte de Groningse vertaling van de Bovenbazen van Marten Toonder. Foto Geert Job Sevink
Marten van Dijken (82) uit Haren vertaalde het verhaal van De Bovenbazen van Marten Toonder naar het Gronings. ,,Het viel soms niet mee, probeer maar eens een vertaling van ‘futvoeder’ te maken.’ De Bovenboazen is vanaf deze week verkrijgbaar.
.
Oplettende lezertjes die het Gronings machtig zijn, herkennen hierin onmiddellijk de eerste zinnen uit , een van de bekendste verhalen van Marten Toonder. Dankzij de inspanningen van Marten van Dijken (82) uit Haren ligt de Groningse vertaling - (uitgeverij Personalia) - sinds deze week in de winkel, in elk geval virtueel .
Het verhaal in het kort: het kapitaal van heer Bommel overschrijdt dankzij een duit, die hij door een weddenschap van Tom Poes won, een kritische grens waardoor de heer voor wie geld geen rol speelt zich opeens tot de bovenste tien mag rekenen, een rijk en machtig gezelschap. Waarop de heer tjokvol goede bedoelingen en via zijn eigen eenzame weg eerst voor een hoop onrust en problemen zorgt om uiteindelijk - met de hulp van Tom Poes - te zegevieren.
Het is het derde boek van Toonder dat Marten van Dijken in het Gronings vertaalde. Enkele jaren geleden stortte hij zich op En ook nu weer stuitte hij op tal van moeilijkheden bij de vertaling van woorden die door Toonder zelf werden bedacht. ,,Want hoe vertaal je nu bijvoorbeeld ‘futvoeder’?’’ Hij doelt op het apparaat dat Kwetal, een van de terugkerende personages in de boeken over Bommel, maakte en dat werkt door simpelweg een slangetje in de aarde te steken. Het loopt op niets, een gruwel in de ogen van geldmagnaat Amos W. Steinhacker die tijdens een demonstratie van heer Bommel dan ook zijn zelfbeheersing verliest. ‘Stop dat!’ kreet de heer Steinhacker, heftig bewogen. ‘Dat deugt niet! Het is tegen de orde der dingen!’
Door Van Dijken vertaald als: ‘’
En futvoeder dan? ,,Gelukkig helpen de tekeningen van Toonder enorm. Het ziet eruit als een soort molentje. ‘Fut’ kun je ook uitleggen als ‘pit’. Zo kwam ik op ‘pitmeulentje’.’’
Een vondst die hij waarschijnlijk tijdens een van zijn wandelingen deed. ,,Het vertaalwerk gaat tijdens het wandelen gewoon door. Ik denk dan eigenlijk aan niks en opeens plopt dat woord dan in mij op.’’
Andere woorden lenen zich gewoon niet voor een vertaling. ,,’Gnom’ en ‘zapl’ bijvoorbeeld. Hoe vertaal je dat? Die woorden zijn zo uniek. Nee, daar blijf ik dan ook van af, dus zapl blijft gewoon zapl.’’
Keer op keer wordt hij verrast door het genie van Toonder. ,,Hij schreef De Bovenbazen in 1963 en toen al dacht hij na over de gevolgen van de energiewinning voor het milieu en het landschap. Nu hebben we gas waardoor de bodem verzakt, maar in komt heer Bommel in het bezit van solium dat zeer gewild is. Maar voor een gram van dat spul moet je eerst enkele vierkante kilometers grond afgraven.’’
Hij vermoedt dat Toonder door zijn verhuizing naar Ierland inspiratie voor dit verhaal kreeg. ,,Toen kreeg hij te maken met makelaars en meer van dat soort bovenbazen.’’
Ook deze keer werd hij getroffen door de wortels van de taal van Toonder. ,,Sommige woorden zijn gewoon Gronings. Dan zie je dat zijn voorouders uit Groningen komen. Neem nou ‘proeksel’ of ‘artsenij’. Prachtig toch? Die vertaal ik dan ook niet.’’
Ooit vertaalde hij . ,,Dat deed ik met Klaas Schutter. Het was de eerste keer dat ik een boek van Toonder vertaalde en hij leefde toen nog. We hadden toestemming van zijn uitgeverij nodig en we schreven hem een briefje. Hij wilde er wel aan meewerken, maar dan wilde hij wel eerst een voorbeeld zien. Die stuurden we hem en we kregen een antwoord terug. Hij schreef: ‘Ik laat de vertaling met een rustig gemoed en met grote waardering aan u over.’ Kijk, dat vonden we toch heel mooi.’’
De eerste reacties op de Groningse vertaling zijn al binnen. ‘Een meesterwerk!’ aldus de heer O.B.B. te R.