Schrijven kan bijna iedereen. Teksten uitgegeven krijgen en lezers vinden is een ander verhaal. Femke de Heer probeert het met ‘Ik was hier’, poëzie die ze schreef als huisdichter van de universiteit in Groningen.
Klein beginnen kan nooit kwaad. Van haar bundel Ik was hier zijn 160 exemplaren gemaakt. Op speciaal papier en in een afwijkend formaat. Volgens een Japanse traditie met naad en draad gebonden. En voorzien van zelfgemaakte etsen.
160 is meer dan genoeg, zegt Femke de Heer, die naast haar dichterschap aan de RUG een master astronomie volgt. ,,Ik heb gehoord dat van andere dichters dozen in de versnipperaar zijn gegooid.”
De kiem voor haar schrijven werd vroeg gelegd. Op de basisschool in Annen won De Heer (Groningen, 2002) een wedstrijd waarbij leerlingen een verhaal van Jacques Vriens mochten afmaken. Eenmaal op de middelbare school – eerst in Gieten, daarna in Assen – raakte de liefde voor de letteren op de achtergrond.
Rond haar 18de pakte ze het schrijven weer op, aanvankelijk in de vorm van korte verhalen. ,,Ik was vooral bezig met nadenken en filosoferen. Poëzie bleek een geschiktere manier om dat te doen”, vertelt ze. ,,Ik weet van tevoren niet wat ik wil zeggen. Ik maak een gedicht, dat gedicht heeft ook een eigen wil en legt míj iets uit.”
Mijn boek en ik
In de maandelijkse rubriek ‘Mijn boek en ik’ komen mensen aan het woord over een boek dat ze recentelijk hebben gemaakt – van poëzie tot en met prentenboek, fictie en non fictie. Suggesties? joep.vanruiten@mediahuis.nl ovv ‘Mijn boek en ik’.
Weten waar je staat
Toen ze op de universiteit naar het huisdichterschap solliciteerde, gaf ze in haar motivatiebrief aan medestudenten aan het lezen te willen krijgen. Vooral beginnende dichters lezen te weinig, zegt ze. ,,Terwijl lezen – en luisteren – essentieel is. Je moet weten waar je staat.”
De stad is een beest, een gedicht van Femke de Heer. Foto: Mediahuis
In Ik was hier staan twaalf gedichten, een selectie uit wat ze schreef als huisdichter, meestal in opdracht. Een van die opdrachten leidde tot een gedicht over excellentiecultuur op de universiteit. In reactie daarop maakte ze met andere kunstenaars een mini-magazine over falen.
,,Mijn generatie mag niet falen”, vertelt ze. ,,Het is financieel niet verantwoord. En áls je faalt, moet het nuttig zijn. Je moet er iets van leren en bijna blij zijn dat het je is overkomen.”
Femke de Heer: ,,Een gedicht heeft ook een eigen wil.” Foto: Siese Veenstra
Zelf kent ze het gevoel maar al te goed. ,,Ik denk vaak dat ik faal, dat ik tekortschiet. De volgende dag valt het meestal mee. Het hoort ook bij schrijven. Bij het maken van deze bundel heb ik alle nachtmerries gehad: dat het heel lelijk zou worden, dat niemand komt opdagen bij de presentatie, dat ik mijn tekst vergeet.”
Iets om aan te raken
Hoewel het huisdichterschap vrij kan worden ingevuld, koos De Heer bewust voor de publicatie van een bundel. ,,Het moest iets worden om aan te raken, iets dat bestaat in de wereld. Het past bij de poëzie die ik maak. En ik kon mijn beeldende werk erin kwijt.” Ze volgde een half jaar lessen aan Academie Minerva, waar ze leerde etsen maken.
Haar dichterschap vergde het afgelopen jaar veel tijd, naast haar studie astronomie. ,,Ik wist op mijn dertiende al dat ik sterrenkunde wilde studeren”, vertelt ze. ,,Ik hou van nadenken. Astronomie is analytisch, causaal. Poëzie is irrationeler, een tegenhanger. De afwisseling is fijn. Schrijven en wetenschap zijn niet met elkaar in conflict.”
Femke de Heer: ,,Bij het maken van deze bundel heb ik alle nachtmerries gehad." Foto: Siese Veenstra
Haar fascinatie voor het heelal is deels existentieel. ,,Met zo weinig informatie – eigenlijk alleen licht – kun je zoveel ontdekken. Fantastisch. Ik ben mij aan het oriënteren op wat ik na mijn studie ga doen. Een PhD is een optie. Ik weet het nog niet, het is voorlopig nog een donker gat. Ik wil in ieder geval dingen maken waarvan ik blij ben dat ik ze heb onderzocht en waarvan ik heb geleerd.”