Roelof Schipper debuteert als 'dichter' met de bundel 'bleke gesp, beige zoom'. Eigen foto
Mooi op tijd voor de Poëzieweek debuteert Roelof Schipper met een dichtbundel vol eigenzinnige, experimentele poëzie: ‘bleke gesp, beige zoom’.
Waarom kiest een in Stadskanaal geboren communicatieadviseur en vader van twee kinderen ervoor gedichten te publiceren zonder titels, zonder hoofdletters, met regels die inspringen en regels tussen haakjes? Met strofen die doen denken aan lemma’s uit woordenboeken? Met punten, spaties en komma’s op vreemde plekken, zoals aan het begin van een regel?
Dankzij de columns van Jean Pierre Rawie (1951) in deze krant weten we dat dichters in Nederland hoofdschuddend worden bejegend. Of, in iets gunstiger gevallen, gedoogd worden als ze met grappig effect rijmen over persoonlijk leed of erin slagen algemeen herkenbaar verdriet te verwoorden.
Waarom dan als beginner alle afspraken en vormen overboord kieperen? Waarom de krimpende groep poëzielezers teksten voorschotelen die geen houvast geven, hooguit een verwijzing naar, zeg, de windmolens in de Veenkoloniën, zoals op bladzijde 17: ‘boven het duister – stadskanaal veendam ter apel – / vliegtuigseinen groen en rood’?
Vragen, vragen, vragen. Iemand moet ze stellen.
Zodat Roelof Schipper (1988) kan vertellen wat hij op het Gomarus College in Groningen van zijn docent Nederlands Wim de Gelder leerde. Die vertelde dat je de regels van – bijvoorbeeld – een sonnet pas mag breken als je ze beheerst.
„Wat ik ervan onthouden heb, is dat je dus niet volledig gebonden bent aan hoe ‘het’ moet. Dat creëert ruimte”, blikt Schipper terug. „Ik heb overigens nog nooit een fatsoenlijk sonnet geschreven.”
Gevoelens, emoties, zendingsdrang
Schipper, die na een jeugd in Winsum en een studie Communicatiesystemen, Multimedia & Vormgeving aan de Hanzehogeschool uiteindelijk in Dordrecht belandde, vertelt dat hij soms moeite heeft met de term ‘gedicht’. Hij spreekt liever van teksten, of fragmenten. „De term gedicht sleept veel vervelende connotaties mee”, zegt hij. „Zoals gevoelens, emoties, zendingsdrang en sinterklaas.”
Daarna bekent hij het ingewikkeld te vinden om publiekelijk te praten over bleke gesp, beige zoom – ook over de merkwaardige titel. „Misschien is het onkunde of onwil om te praten over de inhoud van een werk”, zegt hij. „Misschien is het een naïef soort verlegenheid.”
Een titelloos gedicht van Roelof Schipper Foto: Mediahuis
Een gedicht kan prima voor zichzelf spreken, stelt Schipper. „Desnoods tegen één lezer. Of tegen niemand. Zelfs niet tegen de maker, als het niet wil. Als er toelichting nodig was, had ik die wel in de tekst gezet, of in een notenapparaat.”
Wat hij wél kan vertellen, is dat schrijven in zijn geval gelijkstaat aan denken. „Schrijven kan mijn denken vervangen – zo voelt het. Schrijven, denken en zien lopen door elkaar. Net zoals situaties en mensen dat in het dagelijks leven doen.”
Eigen stem eerst
Zijn teksten ontstaan vanuit intuïtie en improvisatie. Schipper benadrukt dat hij al schrijvend ‘luistert naar ingevingen’ en ‘gehoor geeft aan ingevingen’, om die zo zorgvuldig mogelijk vast te leggen. Hij trekt de vergelijking met een landschapsschilder: „Die werkt volgens mij ook niet om een boodschap over te brengen, maar vanuit de drang van het schilderen zelf en het plezier van het materiaal. Het gaat om recht doen aan wat zich aandient.”
De keuze af te wijken van regels en vormen is te danken aan Hélène Gelèns, dichter, denker en schrijfdocent. Zij adviseerde hem een eigen stem te ontwikkelen. „Wat de regels voor mijn schrijven precies zijn weet ik ook niet”, zegt Schipper. „Maar inmiddels heb ik persoonlijk benul ontwikkeld over waar de parameters van mijn eigen stem ongeveer staan.”
Kan ‘bleke gesp, beige zoom’ het leven van een andere lezer verrijken?
„Dat denk ik wel. Maar dat geldt in het algemeen voor de meeste boeken of poëzie. De eerste keer dat ik de schrijfsels van e.e. cummings of F. van Dixhoorn onder ogen kreeg, was een serieuze openbaring. Dat je ziet dat grammatica kapot kan onder druk van heel precies vastleggen. Dat je ziet wat typografisch wit doet. Dat je denkt: ‘Shit, dit kan dus ook’.”
Hoe ga je ermee om dat je werk mogelijk slechts door een kleine groep werkelijk wordt begrepen?
„Hélène Gelèns adviseerde niet bezig te zijn met publiceren, niet daarover na te denken. Eigen stem eerst. Toen dacht ik: ‘maar als ik dat doe, snapt niemand er wat van, dan torpedeer ik m’n eigen publiceerwens’. Nou ja, ik heb m’n best gedaan.”
Nu zijn debuut is verschenen, kan de blik verder vooruit. Naar een tweede bundel. Misschien naar proza en personages die meer spreken dan de ‘halve indrukken en initialen’ die in bleke gesp, beige zoom opduiken. „Nu ik over deze drempel ben gestruikeld, durf ik over een volgend werk na te denken. Of is dat pretentieus?”
De bundel ‘bleke gesp, beige zoom’ van Roelof Schipper is verschenen bij uitgeverij Vleugels. Prijs: 23,95 euro (56 blz.) Zie ook www.roelofschipper.nl De Poëzieweek is van 29/1 t/m 4/2 en heeft als thema ‘metamorfose’. Ellen Deckwitz schrijft het bijbehorende geschenk.